Cantate-orgie tot in de drogist

Wie in het Bachjaar 2000 lijdt aan compleet-heidsbegeerte en álle cantate-uitvoeringen in huis wil halen, heeft een serieus probleem. Van nieuwe (complete) edities zijn al 155 cd's verkrijgbaar, en er komen er later nog zeker 216 bij....

BIJ het wonder dat Bach heet, kan keer op keer iets blijken. 'Keer op keer is mij gebleken, hoe afhankelijk je bent van de uitvoeringen der cantates', schrijft Maarten 't Hart, in een boekje waarin hij de cantates van Bach van opmerkingen voorziet.

Niet meteen gaan lachen, want er bestaan waarheden als koeien die extra waar zijn, zeker in de wondere wereld van de Bach-cantates. Die bevat schoonheden waar grote Bach-vorsers glad overheen hebben gelezen. Het is een wereld waarvan de uithoeken door de muziekpraktijk nog niet zo uit en te na zijn ontgonnen. Rake vertolkingen kunnen er het effect hebben van een onthulling.

Ton Koopman, bij wiens Bach-cantate-cd's het boekje met bekentenissen van Maarten 't Hart sinds kort wordt bijgeleverd, hoeft zich dus niet te schamen. Integendeel: 'Het openingskoor uit cantate 186 trof me pas toen ik dat hoorde in de uitvoering van Ton Koopman', onthult Bach-liefhebber 't Hart, een auteur die de historische of 'authentieke' uitvoeringspraktijk ooit categorisch verketterde, in het bijzonder haar voorlopers Leonhardt, Harnoncourt en Koopman.

Mag de coming out van 't Hart de note gaye zijn van het naderende Bachjaar, tussen de platenmaatschappij van Rilling en die van Leonhardt en Harnoncourt spelen zich bitterder taferelen af. Zij bestrijden elkaar met complete Bach-edities, die naar wederzijds oordeel niet compleet zijn. Bij het ene label (Warner/Teldec) heeft de complete Bach een omvang van 154 cd's. Bij het kleinere label Haenssler (boegbeeld: Rilling) beslaat Bach 170 cd's. Bij een derde mededinger op de markt, Brilliant Classics ofwel het Kruidvat, past een complete budget-Bach intussen op 160 cd's.

Daar klopt iets niet, zou Bach zeggen, en inderdaad, Haenssler en Teldec slaan elkaar om de oren met persberichten, vol met Bach-titels die de tegenpartijen over het hoofd hebben gezien. Dat gevecht kan tot het einde der dagen gaan duren, want het betreft niet alleen marginalia, maar ook composities waarvan het auteurschap wordt betwijfeld.

Een complete Bach, dat is niettemin heel veel Bach, en het toeval wil dat veel Bach-liefhebbers al heel veel Bach hébben. Er zijn ook Bach-liefhebbers die vanouds de neiging hebben zich af te zonderen in deelsectoren als het orgel, de Passionen of de Brandenburgse concertafdeling. Zij zullen een complete Bach zelfs met schrik in de ogen tegemoet treden.

Maar als er één Bach-domein is waar nieuwsgierigheid en compleetheidsbegeerte elkaar in toenemende mate zullen ontmoeten, dan is dat het domein van de cantate. Het is een wereld die, mede dankzij het feit dat er vijftig tot honderd stuks verloren zijn gegaan, nog net is te overzien .

Het cantate-domein levert bij elke expeditie wel een betovering op. Schitterend, dat openingskoor van BWV 138, Warum betrübst du dich, mein Herz - we zouden graag stilstaan bij de fabelachtige harmonie, de Bachiaanse kunststukjes met moll-durwendingen en tussendominanten, maar voor je het weet ben je daar drie weken mee verder, en dan heeft Bach je al weer met drie cantates ingehaald.

Leonhardt en Harnoncourt hebben er decennia over gedaan om de cantatewereld fonografisch in kaart te brengen, keurig ieder de helft. Het is mooi dat hun pionierswerk nog eens als één gebaar wordt gepresenteerd - met zestig cd's tegelijk. Maar als ze het voor het zeggen hadden, zouden ze aan een nieuwe cyclus beginnen. Voor hun idealen en uitvoeringstechnische standaards zijn nieuwe in de plaats gekomen. Harnoncourts opname uit 1970 van Christ lag in Todesbanden (BWV 4), ooit een Geheimtip (dat eerste koor!, dat duet sopraan-alt!) heeft weinig van het gemak van musiceren dat het keurmerk is van Koopmans barokensembles in hun huidige, blakende vorm.

Koopman is aangeland bij aflevering 9 van zijn cantatecyclus op het label Warner/Erato. De razende Koopman, vijf jaar geleden begonnen, heeft er nu ruim honderd cantates opzitten, en zal in 2003 klaar zijn. Zijn Vlaamse collega Philippe Herreweghe neemt hem intussen aardig wat wind uit de zeilen, met stapelingen van 'de mooiste cantates' en 'de feestcantates', uitgebracht op negen cd's.

Oplettende Bach-vrienden weten dat er nog veel meer gaande is, en zijn de verbijstering langzamerhand voorbij. De Japanner Masaaki Suzuki verwijlt (op het label BIS) bij zijn elfde cantate-cd. Hij zal, in een geacheveerde Bach-stijl die op de Britse en Hollandse is georiënteerd, nog jaren noest arbeiden. Eerder klaar is Rilling, die rond 1980 al bezig was met nr. 1, en zojuist nr. 211 heeft afgeleverd: de Kaffeekantate, met Thomas Quasthoff in de rol van de heer Schlendrian, en Christine Schäfer (een sopraan die rond 1980 nog naar Sesamstraat keek) als het cafféïneverslaafde Liesje.

Maar daar is óók nog John Eliot Gardiner in aantocht. Die heeft zijn zinnen gezet op een record, en begint binnenkort aan een cantatecyclus die hij binnen het Bachjaar wil afwerken. Het Kruidvat, ten slotte, heeft tien tintelfrisse cantate-cd's met het Holland Boys Choir bij de scheerzeep liggen, en daar komen er nog vijftig bij.

De actualiteit, met andere woorden, is er een van 371 cd's met Bach-cantates, waarvan er nu 155 beschikbaar zijn, en 216 nog in de planning zitten, losse uitgaven niet meegerekend. Fonografisch gesproken zal het Bachjaar 2000 het beeld opleveren van een woeste cantate-orgie.

Voor de liefhebber, ervaren of ongediplomeerd, blijft het de vraag hoe en waar te beginnen. Het advies mag zijn: in elk geval niet bij nr. 29 Wir danken dir, Gott in de uitvoering van Helmuth Rilling uit 1984. De toenmalige favoriet van Bach-liefhebber 't Hart brengt het openingsnummer als een op hol geslagen orgelconcert, waarbij het orgel de klank heeft van een elektrische Farfisa .

Je kunt beginnen met een voorselectie van onbetwiste meesterwerken, met het risico dat latere luisterrondes relatief tegenvallen, want het kwam ook wel voor dat de componist in aria zus of koraal zo een keer wat minder op dreef was. Sterk aanbevolen (maar er zijn ook andere keuzes denkbaar) zijn nr. 21, Ich hatte viel Bekümmernis (uitvoering Koopman), de bas-cantate nr. 56 Ich will den Kreuzstab gerne tragen (uitvoering Herreweghe met Peter Kooy), nr. 61 Nun komm der Heiden Heiland (Herreweghe), nr. 104 Du Hirte Israel, höre (Koopman), nr. 105 Herr, gehe nicht ins Gericht mit deinem Knecht (Suzuki op zijn voorlaatste aflevering), de 'Actus tragicus' nr. 106 (Koopman), de eerder genoemde cantate 138 (Suzuki), de alt-cantate nr. 170 Vergnügte Ruh (Herreweghe, met een ongelooflijke Andreas Scholl), en de Trauerode nr. 198, omdat treurnis nu eenmaal Bachs sterkste punt was (we bekennen een voorkeur voor cantates zonder pauken en trompetten). En, hola, de Kaffeekantate, met haar onbedaarlijk komische bas-aria's.

Het is verleidelijk in het klagen van de bazige Schlendrian, de heer Middelmaat of Zeverkont die in deze aria's optreedt, een vermetel zelfportret te zien van vader Bach, zoals wel gezegd is. Maar of we daar nu in geloven of niet, het is kiezen tussen A) Rillings solist Thomas Quasthoff, en B) de bas Klaus Mertens plus Ton Koopman en zijn ensemble, die het lucide contrapunt van de bas-aria's een onnavolgbare, verende tred geven.

Je kunt ook gewoon beginnen bij cantate nr. 1, en dan verder gaan met nr. 2, maar dat is niet wat Bach deed. De BWV-catalogus ontbeert chronologische logica. Je kunt de kalender aanhouden van het kerkelijk jaar en de cantates spelen die erbij passen (deze week: nr. 36, Schwingt freudig euch empor, uitvoering Herreweghe). Maar ruim zestig cantates passen niet in het kerkelijk jaar, en niet iedereen heeft de ambitie een begrafenis te ensceneren. Je kunt, zoals Koopman en Suzuki doen, proberen de volgorde aan te houden waarin de cantates zijn geschreven. Je kunt meereizen met de concerten van Koopman, van Vredenburg naar de Doelen et cetera, en ontdekken dat Christ unser Herrscher zu Jordan kam al is uitgevoerd, maar nog uit moet komen op cd-aflevering 11.

Wie 'alles' wil, kan vooralsnog het best mikken op de reeks in wording van Koopman, en er de boekuitgave die eraan parallel loopt bij lezen, De wereld van de Bachcantates. Dat zijn drie kloeke delen onder redactie van de Amerikaanse Bach-vorser Christoph Wolff. Een rijke bron van informatie, al is ook bij Wolff en co-auteurs als Martin Petzoldt en de geduchte Hans-Joachim Schulze geen antwoord te vinden op de vraag waarom Koopman, in zijn passie voor dames die naar jongens klinken, altijd de meest geknepen stemmetjes kiest die hij kan vinden.

Een ervaringsronde verder belandt elke Bach-vriend in het vraagstuk hoe de hoogtepunten te onthouden en aan anderen door te vertellen. Dat kan namelijk niet alleen geschieden aan de hand van titels en BWV-nummers. Het vergt registratie van het afzonderlijke cantate-deel (opening van nr. 181: bozige bas-aria, zie Schlendrian!, zelfportret?), om niet te zeggen een ijzeren geheugen voor het maatnummer of de tekstpassage (nr. 61!, slotkoraal: Bleib nicht Lange!, hoe harmoniseer je een dalende toonladder!).

De Bach-liefhebber Simon Vestdijk placht aan de piano door het oeuvre te ploegen, en gaf koren en aria's een cijfer. Hij deed er commentaar bij als 'een van de allermooiste aria's, onvergetelijke climax, ook slot buitengewoon' (klopt, over de alt-aria van nr. 117). De Bach-pionier Albert Schweitzer schreef over de tenor-aria van nr. 87: 'Gehört zu den herrlichsten, die der Meister geschrieben hat' (klopt). Bach-auteur Alec Robertson over de alt-aria van nr. 34: 'The most beautiful Bach ever composed' (zou kunnen). Bach-auteur Alfred Dürr over de sopraan-aria van nr 151.: 'Gehört zu den glücklichsten Eingebungen Bachs' (klopt).

We danken de bloemlezing aan 't Hart, die er in zijn Koopman-boekje instemmend op ingaat. 't Hart zelf zegt het zo (over die sopraan-aria): 'Dit is nu een van de stukken die maken dat je je leven lang voor Bach op je knieën ligt.' 't Hart over het koor van nr. 161: 'O, o wat is dat mooi.' Over nr. 156: 'Van begin tot eind een wonder.' Over de alt-cantate nr. 170: 'Alsof die muziek rechtstreeks uit de hemel kwam.'

Herreweghe en zijn altus Andreas Scholl zullen het beamen, zij het wellicht in andere bewoordingen (Elmer Schönberger, die in zijn essaybundel De vrouw met de hamer verslag doet van opnamen van Leonhardt en Harnoncourt, meent in nr. 170 een Bach te horen 'die zich vermomt als een van zijn vele terecht vergeten tijdgenoten'; irritatie moet Schönberger hebben verblind, hij moet 'keer op keer' op het verkeerde been zijn gezet door de kale herenzang van Paul Esswood).

't Hart vertelt Vestdijk ooit een brief te hebben geschreven, waarin hij de oudere Bach-vriend attent maakte op de fantastische openingskoren die Vestdijk verzuimd had te noemen ('nr. 6, 43, 103, 109, 112, 127, 140').

Maar o, o, o, waar blijft bij 't Hart de opening van nr. 138? Verdoofd door het Schalle, knalle van nr. 70, de bas-aria, en ook dat dus niet meer genoteerd? Waar, beste Bach-vriend, mogen de unieke koralen wel niet zitten? Und obgleich alle Teufel! BWV 153!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden