Canon is geen dieet, maar wel gewoon handig

Canonepidemie, canonitis, canonstorm. In de zomeraflevering van het tijdschrift Boekman constateren de auteurs dat de canon zich als een griepvirus heeft vermenigvuldigd.

Het meervoud van canon is canons, heeft Paul Schnabel opgezocht, en inderdaad, dat is geen fraai meervoud. Maar we zullen het er wel mee moeten doen, want sinds onder leiding van neerlandicus Frits van Oostrom de Canon van de Nederlandse geschiedenis werd samengesteld, is het hek van de dam.

De Volkskrant leverde er zelf een bijdrage aan door met de bètacanon te komen, die wetenschappelijke hoogtepunten behandelt. Van Amsterdam tot Nieuwegein bestaan er inmiddels stedencanons, er is een canon van de popmuziek en een relicanon.

Het is heel nuttig dat Boekman, een kleine drie jaar na de presentatie van wat inmiddels wel de oercanon genoemd mag worden, nog eens op een rijtje zet waarom de canon nut kan hebben. Of juist niet. Zelf doet de redactie daar overigens geen uitspraak over. Ze laat een aantal voor- en tegenstanders aan het woord die tezamen een groot aantal interessante voors en tegens, en nuanceringen, naar voren brengen.

De schrijver en essaysist Cyrille Offermans is geen liefhebber. ‘Iedereen lijkt op zoek naar richtinggevende voorouders van wie men zich in deze onzekere en onoverzichtelijke tijden de erfgenaam kan waren’, schrijft hij. Voor je het weet, dient de canon vooral het nationalisme.

Offermans vindt bovendien dat het begrip canon verkeerd wordt gehanteerd. ‘Een canon is niet hetzelfde als een lijst interessante onderwerpen, zoals Van Oostrom kennelijk aanneemt. Een canon bevat een aantal richtinggevende, superieur geachte literaire werken, kunstwerken of studies.’ Studies die inmiddels hebben uitgewezen dat het voorgeslacht zich ook schuldig maakte aan roof- en moordpartijen. Weg trots op de VOC-mentaliteit.

Ook de Utrechtse hoogleraar kunstgeschiedenis Peter Hecht keert zich tegen de canon als ‘nationaal dieet’. Die leidt tot ‘onvruchtbare trots op iets dat hoe dan ook door anderen, vroeger, is gepresenteerd’. Gun kinderen naast Van Gogh en Rembrandt ook Shakespeare en Homerus.

De socioloog Paul Schnabel ziet het allemaal niet zo zwaar. Het is handig, vindt hij, ‘als je je met behulp van een canon snel kunt oriënteren in een gebied dat je niet zo goed kent’. Een canon schept eenheid, creëert orde en ruimt op, maar hij is niet voor eeuwig. Hij maakt ook weer discussie mogelijk ‘over de grondslagen van de gemaakte keuzen en de houdbaarheid daarvan’.

Frits van Oostrom krijgt het slotwoord. Hij vertelt nog maar eens hoe het allemaal begon: uit onvrede over dalende kennis van geschiedenis en cultuur van Nederland bij jonge mensen. Zijn canon moet volgens hem vooral worden gezien als methodologie, geen ideologie. Ook Slavernij en Srebrenica zijn er in onder gebracht.

Het ging er uiteindelijk toch om dat kinderen bij een Engels proefwerk William of Orange niet meer vertalen als Willem de Sinaasappel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden