Candid Corbijn

Hij reist niet met koffers vol apparatuur maar met een eenvoudige camera, zonder statief. Hij fotografeert zonder plan, hij ziet wel....

Het hobbelpaard stond er waarschijnlijk al - speelgoed van een kind of antieke decoratie. Dat is het toeval. De zangeres zal hij gevraagd hebben te knielen op handen en voeten, vanwege de symmetrie. Dat is de ingeving. Het paard rechts, zij links, daartussen een lege muur. Vrouw en paard; wie het niet weet zal de foto niet herkennen als een portret van Patti Smith - haar gezicht gaat schuil achter een bos donker haar. De fotograaf zal gedacht hebben aan haar debuutelpee, Horses. De foto is een idee over de persoon, een associatie. Anton Corbijn fotografeerde niet de zangeres, maar het oeuvre.

Wie beroemdheden fotografeert is zich bewust van zijn voorgangers. Van Patti Smith werd de icoon lang geleden gefixeerd door Robert Mapplethorpe in zwart-wit - meisje in mannenpak - en later door Annie Leibovitz nog eens in kleur - rebel in doorkijkbloes. Wat valt daar nog aan toe te voegen?

De foto van Patti Smith is een favoriet van Corbijn, waarschijnlijk omdat hij de val heeft weten te vermijden die Mapp lethorpe en Leibovitz hadden opgesteld. Bij hem is Patti Smith androgyn noch rebel, maar deel van een compositie. Een foto van haast niks, die toch veel oproept: de muziek, een (gepareerde) geschiedenis van afbeelden.

De hier afgebeelde eigen fotoselectie van Anton Corbijn (Strijen, Hoekse Waard, 1955) is een heterogene verzameling, een keuze uit 25 jaar werk, in zwart-wit en in kleur, op 35 mm en op zes bij zes. Elke keuze heeft een reden, maar geen reden is dezelfde. Captain Beefheart met opgeheven hand; Mick Jagger met een masker; Michael Stipe onder de douche; Rutger Hauer te paard; Bono in een golfwagen - wat is het element dat ze verbindt? Niet meer dan de blik van de fotograaf.

Het eerste boek van de fotograaf Robert Frank, een favoriet van Corbijn, heeft een korte tekst ter introductie:

Somber people and black events/

quiet people and peaceful places/

and the things people have come in contact with/

this, I try to show in my photographs.

Dat motto is ook van toepassing op het werk van Corbijn.

Somber people and black events - dat zijn de foto's van Steely Dan, van Bono en Mick Jagger. Quiet people and peaceful places - de foto's van Captain Beefheart, Rutger Hauer en Michael Stipe. The things people have come in contact with - het hobbelpaard van Patti Smith, de ring van John Lee Hooker.

Elke foto is een momentopname, combinatie van toeval en inzicht, confrontatie van model en fotograaf, coordinatie van oog en vinger. Klik, het is gezien: moment wordt eeuwigheid.

De oudste foto hier is het portret van Steely Dan. Het duo Donald Fagen en Walter Becker voldoet in elk opzicht aan het cliché van de popmuzikant: de verplichte zonnebril, lange haren, zwarte kleding en leren jack. Geen lachje kan eraf bij de heren; ze zijn zich zeer bewust van hun imago: creaturen van de nacht voor even in het zonnetje.

De foto zou weinig opmerkelijk zijn als het beeld was beperkt tot de rechterhelft. Bijzonder wordt het door wat de fotograaf nog meer zag in de hotellounge: het meubilair, de formele omgeving en de pianist links achterin. De aanwezigheid van die begeleider, onverstoorbaar, onkundig van de camera, is het contrapunt. Dit zijn twee werelden gevangen in een foto, gescheiden door de verticale as tussen licht en donker.

Het tegendeel hiervan is de foto van Rutger Hauer te paard. Niets van roem te bekennen hier, afwezig is elk commentaar. Een heldere kleurenkiek van een man op een paard in de natuur. Waarschijnlijk is de foto in Californië genomen, maar Hollywood lijkt ver weg. Het landschap zou Hollands kunnen zijn, bos en duin. Corbijn zal aan Floris hebben gedacht, de tv-serie uit zijn jeugd. Maar meer nog dan een herinnering is dit een compositie waarin man en paard versmelten met hun omgeving, voorgrond met achtergrond; de kleurenvlekken van man en paard zijn niet anders dan de vlekken van duin en gras. Rutger Hauer steekt niet boven zijn omgeving uit.

Vergelijk dit beeld met een soortgelijke foto en zie het verschil. Annie Leibovitz fotografeerde Arnold Schwarzenegger te paard, hoog boven alles uit: heroïsch beeld van een heerser, veldheer en ruiterstandbeeld ineen. Bij Corbijn is Hauer geen held, zelfs geen filmster, niet meer dan een man op een paard.

Wat is een portret?

Vaak een gezicht, soms een lichaam; bij Steinberg een vingerafdruk (op een tekening, in plaats van een gezicht), bij Corbijn een hand - als substituut voor het gelaat. De hand is de hand van John Lee Hooker - dat is de functie van het bijschrift; ook zijn gezicht moet van een naam worden voorzien. Het is de hand die gitaar speelt, de hand die muziek maakt, de hand die het werk vertegenwoordigt. Maar het is ook een hand met lijnen die vertellen over het leven van John Lee Hooker, de blues, crossroads; daarbij is het de echo van een fotoboek van Robert Frank: The Lines of My Hand. De goede fotograaf is een zelfbewuste fotograaf.

Het portret van Mick Jagger is een masker. De foto werd waarschijnlijk genomen na het uitkomen van de elpee Sympathy for the Devil. Jagger als duivel, zoiets ligt dan voor de hand. Maar Corbijn wilde helemaal niets onthullen - hij maakt geen psychologiserende portretten - Corbijn wilde iets verhullen. Wat? De icoon Mick Jagger, de overbekende trekken van de popster. Op deze foto is Mick Jagger van ons vervreemd, ontdaan van alles waaraan we hem herkennen: zijn gezicht, zijn kleding, heel de 'aura' van zijn roem. Het ene masker blijkt zo goed als het andere.

Net als Diane Arbus, een andere favoriet van hem, fotografeert Corbijn niet in de studio maar op locatie. Hij reist niet met koffers vol apparatuur maar met een eenvoudige camera, zonder statief. Hij fotografeert zonder plan, hij ziet wel. Vaak wordt het een frontale pose belicht door de zon of geholpen door de flitser. De operatie du'rt niet lang en soms heeft het onderwerp er zelfs geen weet van. Zijn stijl is candid, even openhartig als onopvallend.

Michael Stipe wordt een silhouet onder de douche aan de rand van de oceaan. De zon zakt in de zee, de schaduwen lengen, veel bijzonders is er niet te zien. Maar net als Robert Frank is Anton Corbijn geïnteresseerd in het niet-bijzondere, in de poëzie van het banale. Een staande lantaarn die de horizon kruist; het plankier dat de horizon herhaalt; de douchepaal die de lantaarn echoot, en daartussen de man die al die lijnen bindt. Hij lijkt onherkenbaar, maar wie Stipe kent uit zijn videoclips herkent de pose: het hoofd gebogen, een arm gestrekt, de andere gespannen voor het lichaam. It's me, standing in the corner.

Het portret als genre kent een subdivisie, het kunstenaarsportret, en ook dat kan nog opgedeeld worden in zeker vijf benaderingen. Het pure portret: Captain Beefheart zwaait gedag. De kunstenaar in actie: Steely Dan in de pose van popheld. De kunstenaar met een attribuut dat naar zijn werk verwijst: Mick Jagger met masker. Het 'portret' als substituut voor de persoon: de hand van John Lee Hooker. Het zelfportret, waarin maker en onderwerp samenvallen: hier afwezig.

Corbijn voegt daar nog een categorie aan toe: de kunstenaar 'op vakantie'. Patti Smith met hobbelpaard, Michael Stipe onder de douche, en Bono in golfwagen. Weer is de achtergrond de oceaan, de horizon ditmaal onderbroken door palmbomen, de ster - incognito - op de voorgrond, de handen aan het stuur. Deze Bono is niet de Bono van u2; Bono lijkt hier op Robert de Niro in Taxi Driver - hetzelfde Mohawk-kapsel, dezelfde zonnebril, dezelfde verstarring (pathologische vastberadenheid). Wat heeft Corbijn gezien? Wat wilde hij hier vastleggen? In ieder geval geen duistere onderstroom, maar mogelijk wel: de ster als een ander, voor even in het speelkwartier. Maar bovenal: de mogelijkheid van een spannend beeld. De foto's van Anton Corbijn zijn in eerste en laatste instantie altijd dat: foto's. Compositie is belangrijker dan 'betekenis'.

Als er twee soorten fotografen zijn - toevoegers en wegnemers - dan is Anton Corbijn een wegnemer. Hij haalt van de ster de glamour weg, de roem en de luxe, de pose en desnoods het gezicht; zijn foto's kennen veel zwart en weinig wit. Toen hij zoveel had weggenomen dat de ster was gereduceerd tot een vlek in zijn compositie, was het nulpunt bereikt. Vanaf dat moment moest hij wel iets toevoegen, wilde het beeld nog herkenning oproepen. Zo werd het oeuvre een afdaling in het duister en een opstanding naar het licht. Hij blijft, onmiskenbaar, de zoon van een dominee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden