Review

Camperts gebruikelijke bedeesdheid legt het in deze bundel af tegen Dood & Dynamiet

Boek (poëzie) - Open ogen van Remco Campert

In zijn nieuwste poëzie is de broze dichter Remco Campert een ridder zonder vrees.

Een mooie dag hoort bij Remco Campert. We kijken er niet van op dat de dichter, dikwijls een zondagskind in de letteren genoemd vanwege zijn aangeboren lichtvoetigheid, in zijn nieuwe bundel Open ogen zo'n dag schildert. Zon, vogels, een vliegtuig dat de hemel tevoorschijn lijkt te toveren, en een geliefde die zoete woorden fluistert. 'op aarde zingt het gerucht/ van beoogde vrede', luidt het slot, dat het nodige voorbehoud bevat, al zal de vrede niet voor niets het laatste woord hebben gekregen.

Open ogen
Poëzie
****
Remco Campert
De Bezige Bij; 48 pagina's; 17,99 euro

Zo herkennen we de schuchtere schoonheidsminnaar eveneens in de herinnering aan de oorlog, toen hij soms bang was, 'maar vaker/ vrolijk en onbezonnen/ verliefd op het meisje/ in een andere klas', alsof dát de werkelijk beklijvende ervaring was - en voor de tiener die hij toentertijd was, gold dat vermoedelijk ook.

Maar deze twee campertiaanse Campertgedichten zijn niet kenmerkend voor de jongste bundel. Daarin legt de voorspelbare bedeesdheid het af tegen Dood & Dynamiet. In een groot aantal van deze gedichten, of notities die zich ergens onderweg tussen protest en poëzie ophouden, heeft dit duo het onzachtzinnig voor het zeggen.

Opmerkelijk, want met de teksten uit de bundels Licht van mijn leven (2014) en Verloop van jaren (2015), met fluwelen flarden, fragmentarische terugblikken en een enkele instantklassieker, maakte Campert de indruk zijn oeuvre kalmpjes af te ronden. Maar nu hij de negentig jaren nadert, rijten de kogels uit de zorgwekkende televisie-Journaals en krantenberichten zijn nostalgie en sereniteit grondig aan stukken.

Hoe kan hij, die bij het woord 'oorlog' direct aan de Tweede Wereldoorlog terugdenkt, toen hij nog jong was en zijn vader verloor, iets schrijven over bootvluchtelingen, terreuraanslagen, xenofobie, Assad, bommen en botten, al die woorden die ons om de oren vliegen maar die zo ver af staan van zijn gebruikelijke idioom?

Ronduit spannend om te zien dat deze dichter niet voor deze prozaïsche termen terugschrikt, zomin als voor de levensgrote valkuil van ostentatief geëngageerde poëzie: dat het holle woorden blijven, die bovenal uitdrukken dat de dichter de goeierd is en de dictator de slechterik.

Al vroeg in Open ogen maant de dichter zichzelf: 'vergeet niet de vorm te vergeten'. Dat adagium is de redding van deze bundel, die soms met één voet in de valkuil glijdt ('bataklàn bataklàn bataklàn/ knallen de kalasjnikovs'), of die een ondiep inzicht dito verwoordt, zoals in het gedicht over essayist en oude vriend Rudy Kousbroek: 'We scheelden een half jaar in leeftijd, Rudy/ toen we leefden en tot jij stierf/ nu leef ik nog altijd/ wat jij niet meer meemaakt/ maak ik dubbel mee'.

Remco Campert Beeld Leonie Bos

Het zou onverdiend zijn deze bundel op wankele passages af te rekenen. Campert durft een experiment aan, door zich niets aan de vorm gelegen te laten liggen en de woorden te volgen die 'geen einde nemen' omdat zij de tijd niet kennen - en die door die onwetendheid gezegend zijn, en het geheim van de vrijheid bezitten.

Daar werkt de dichter zich naar toe. 'Ik zag een jongetje zitten/ verwezen op een stoeltje/ bedekt met bloed/ en asgrauw puinstof/ onder een huis weggehaald/ met bommen bestookt/ door Assads moordenaarstroep'. Hm, het valt niet mee om deze woorden anders te lezen dan als sentimentele weergave van een foto zoals we er al te veel hebben gezien. Na een witregel laat Campert echter merken dat hij deze schampere gedachte óók heeft gehad: 'dit gedicht helpt hem niet', om te besluiten met: 'maar het is genoteerd'. In alle hulpeloosheid is dat een poëticaal statement; de toeschouwer is nutteloos maar kan anderzijds niet zwijgen. Beseffend dat het jongetje in kwestie daar bitter weinig mee opschiet, maar ook dat het tafereel niet onopgemerkt mag blijven.

Met enkele koele woorden slaagt Campert erin de opdringerige clichés (jongetje, bloed, puinstof, bommen, moordenaarstroep) neer te slaan. Zonder het harnas van de vorm zegt hij vrijuit waar het op staat. In zijn nieuwste poëzie is de broze dichter een ridder zonder vrees.

De tijd duurt een mens lang, zoals we weten. In het zicht van zijn tijdloosheid toont de schepper van zovele verzen, columns en verhalen over verliefdheden en gouden dagen, dat het in al zijn 88 levensjaren aan geweld, barbaarsheid en dood nooit heeft ontbroken.

Misschien kan vrede op aarde nooit dichterbij komen dan in zijn woorden die, in tweede instantie, veelzeggend voorzichtig zijn: 'op aarde zingt het gerucht/ van beoogde vrede'. Voor die zachte kracht heeft Remco Campert het uitgelezen gehoor.


'Poëzie hoeft niet altijd over je eigen innerlijke wereld te gaan'

In zijn nieuwe dichtbundel Open ogen toont Remco Campert (88) zich directer en geëngageerder dan ooit. Hij kon ook niet anders. 'Ik wil het nú zeggen, voor ik weg ben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.