Camperts columns waren altijd lichtvoetig, ook als het over zware onderwerpen ging

Ode van columnist Wagendorp aan columnist Campert

Decennialang kleurde Remco Campert met zijn columns de Volkskrant. Deze week werd bekend dat hij stopt met schrijven, 88 jaar oud. Ode aan een groot columnist.

Beeld Joost van den Broek

Als er in het rijkgevulde columnistenleven van Remco Campert één terugkerend thema valt aan te wijzen, dan is het een verlangen naar leegheid en een onbekommerd bestaan zonder columns, de plicht tot meningsvorming en deelname aan het maatschappelijk debat.

Uit de CaMu-column 'Omloop Het Volk', van 28 februari 2005: 'Toen de laatste abbattementen erop zaten, bedacht ik met naijlende schrik dat het niet veel had gescheeld of er was een heel landschap uit mijn geheugen verdwenen, elke keer opgeroepen door het kijken naar de Omloop. En de herinnering die het zien van dat landschap bij me wakker kust: lange zondagmiddagen in restaurants met Belgische vrienden. Zo zou het leven altijd door moeten gaan.'

Er klinkt weemoed uit die woorden, heimwee naar een verloren Arcadië, vol lekker eten, goede wijn en zorgeloosheid, het lichte leven dat de jonge Campert en Campert was heel lang jong als het ware beschouwde.

In een andere column, ook uit 2005, over de aanschaf van een nieuwe agenda: 'Verloren uren kun je niet plannen. Het verloren uur schept zichzelf. (...) Plotseling blijkt zich een gaatje in de dag te openen. De tijd heeft zich bevrijd. (...) De aangeschafte nieuwe agenda is nog leeg. Het is een en al verloren uur. Het is alsof je een blik op de oneindigheid wordt gegund. Kon je de lege blaadjes maar met rust laten. Waarom mag 2006 niet blanco blijven?'

Meerdere illustratoren portretteerden Remco Campert voor Sir Edmund, waarin hij een wekelijkse column had. Beeld Floor Rieder

Blanco leven

Een blanco leven vol verloren uren, ingevuld met terloopse activiteiten. In een interview met dagblad Het Parool uit oktober 2011 vertelde Campert hoe hij als middelbaar scholier veel spijbelde, om half tien naar de eerste voorstelling in de Cineac ging en daarna, om de dag door te komen, tot een uur of vier 'een beetje door de stad' zwierf.

Zo zwierf Campert lang door het leven, een beetje spijbelend en intussen werkend aan een voor een spijbelaar tamelijk imposant oeuvre in proza en gedichten. Hij had zichzelf ontdekt in het theater. Zo had hij kunnen doorzwerven, tot hem het verzoek bereikte om samen met Jan Mulder driemaal per week een hoekje te vullen op de voorpagina van de Volkskrant.

Hij schreef al sinds 1985 columns in de krant, één keer per week. Maar dit was anders, nu was er opeens de regelmaat die hij lang uit zijn bestaan had weten te weren, de plicht om te leveren, in een ijzeren ritme. Het was voor Campert bijna hetzelfde als een gereguleerd leven eindelijk, op
67-jarige leeftijd.

Zeker in het begin kostte de CaMu-column hem een dag. Waar moest het over gaan? De schrijver die de indruk wekte over elk denkbaar detail van het leven wel een lichte beschouwing ten beste te kunnen geven, was als de dood dat hij om vijf uur in de namiddag, als hij achter zijn typemachine kroop, geen columnonderwerp zou hebben.

Als je Camperts columns goed leest, ook de columns die hij na de CaMu-periode wekelijks schreef in Het Vervolg en de boekenbijlage van deze krant, zie je dat de lichte toon niet lichtvaardig tot stand is gekomen. Zijn beginzinnen zijn in al hun schijnbare achteloosheid vaak pareltjes, die ook als het startschot voor een roman zouden kunnen dienen. De zinnen die er achteraan komen zijn ook niet in razend tempo uit de machine gehamerd: er is gezocht, uitgeprobeerd, geschrapt, overwogen en uiteindelijk gekozen.

Beeld Martyn F Overweel

Waan van de dag

Er zijn geen sluitende definities voor het genre 'column', dus ook niet voor het beroep 'columnist'. Toch heb ik in Campert nooit een echte columnist gezien: hij bleef altijd de schrijver. Hij nam weliswaar vaak een nieuwsgebeurtenis als uitgangspunt, maar wekte altijd de indruk dat hij zich daarvan vervolgens zo snel mogelijk wilde verwijderen, om zijn eigen werkelijkheid te kunnen scheppen.

Soms met behulp van drs. Mallebrootje, boer Kneupma of Bob Bamzaai, maar vaker als Remco Campert, die alles wist van de waan van de dag.

Beeld Tzenko Stoyanov

Hij nam ruim zestienhonderd CaMu's voor zijn rekening en veroorzaakte daarin maar éénmaal een echte columnistenruzie. Dat was na de moord op Theo van Gogh, op 2 november 2004. De volgende dag vroeg Campert zich, onder het kopje 'Gemengde gevoelens', af of Van Gogh wel echt was wat er onmiddellijk van hem werd gemaakt, een held van de vrije meningsuiting.

Dat kon echt niet, vonden de columnistische vrienden van de heilig verklaarde Van Gogh en zij overlaadden de schrijver met hoon. Campert reageerde één keer. 'Ik heb mijn mening vrij geuit en ik zou niet weten wat ik er nog aan toe te voegen heb', schreef hij en hij trok zich terug uit het gewoel. Niet in de wieg gelegd voor de polemiek, niet de ijdelheid van de meningenboer, niet de absolute zekerheid van het eigen gelijk.

Beeld Silvia Celiberti

Schrijfzoeker

Ruim elf jaar, van 2 januari 1996 tot en met 10 juli 2006, vulden Mulder en Campert het hoekje rechtsonder op de eerste pagina van de Volkskrant. Voor Campert werd het na verloop van tijd een soort levensverzekering. De column voorkwam dat hij ziek werd en misschien zelfs zou komen te overlijden. Daar was immers geen tijd voor. De regelmaat die hij zo lang had ontweken, gaf hem nu een gevoel van veiligheid. Een illusionaire veiligheid weliswaar, maar feit is dat hij hoogst zelden verzaakte.

Toen Remco Campert in april 2009 terugkeerde in de krant, in de bijlage Het Vervolg, werd hem vriendelijk verzocht aan te haken bij het nieuws. Hij probeerde het even dapper, maar de commentator moest zich al snel weer gewonnen geven aan de schrijver. In oktober 2011 schreef hij: 'Ik wankel van interview naar interview en hoor mezelf over mezelf praten. Ik schijn er meningen op na te houden. Dat is tamelijk verontrustend voor iemand die doorgaans vrij meningloos door het leven gaat en alles maar op zich af laat komen en daarna, al schrijvende, er chocola van probeert te maken.'

Beeld Claudie de Cleen

Dat was een sterke karakterisering van de schrijfzoeker. In de columns die hij de laatste jaren elke zaterdag publiceerde in de boekenbijlage, verdween de mening bijna altijd geruisloos achter de waarneming, de mijmering over het bestaan, achter herinneringen, vaak geïllustreerd met een (deel van een) gedicht.

Naar aanleiding van de biografie die Mirjam van Hengel over hem schrijft, noteerde hij over dat genre: 'Zelf ben ik van mening dat een biografie behoort tot het nobele genre van de fictie.' Zo dacht Campert ook over zijn columns en over de wekelijkse Sombermanschetsen in de rubriek DiDu, waarin hij zijn sombere kant de ruimte gaf: fictie, geïnspireerd op de werkelijkheid.

Beeld Olivier Heiligers

In andere tijden zou de columnist Campert een chroniqueur zijn genoemd, een cursiefjesschrijver misschien wel. Ik denk dat hij in alle genres die hij beoefende dezelfde was, ook in de krant: de schrijver Campert, lichtvoetig jongleur, ook met zware voorwerpen.

Nu heeft Remco Campert noodgedwongen gekozen voor de leegheid van een leven zonder schrijven, voor de geluidloosheid van de zwijgende typemachine. Dat is, omdat schrijven en leven voor hem zeventig jaar lang bij elkaar hoorden als Remco en Campert, een verontrustende gedachte.

Bert Wagendorp stelde in 2014 Een nacht en een morgen samen, een bloemlezing uit Camperts werk.

Beeld Deborah van der Schaaf
Van 2 januari 1996 tot en met 10 juli 2006 schreef Campert samen met zijn goede vriend Jan Mulder om beurten de column CaMu op de voorpagina van de krant. Dit is de laatste CaMu. Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.