Campert wint ook nog de grootste prijs

Remco Campert krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren 2015, de meest prestigieuze literaire prijs in het Nederlandse taalgebied. Namens het Comité van Ministers van de Taalunie heeft minister Jet Bussemaker van Onderwijs en Cultuur dat zondag bekendgemaakt. De prijs, waaraan een geldbedrag van 40 duizend euro is verbonden, wordt in oktober aan schrijver, dichter en Volkskrant-columnist Campert uitgereikt door koning Filip van België, in het Koninklijk Paleis in Brussel.

Remco Campert, eind 2012.Beeld Joost van den Broek

De Prijs der Nederlandse Letteren wordt eens in de drie jaar door de Taalunie (een samenwerkingsverband tussen Nederland, Vlaanderen en Suriname) toegekend aan een auteur wiens oeuvre een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandse literatuur. De jury van Nederlandse en Vlaamse letterkundige autoriteiten stelt dat Campert 'lichtheid brengt in de Nederlandse literatuur'. Ze roemt hem als een 'groot stilist die in zijn werk steeds relativerend en geestig is en daarmee verschillende generaties blijft aanspreken. Bij Campert zit de diepzinnigheid aan de oppervlakte. Hij kan onverbloemd over het geluk schrijven maar heeft zich nooit vastgereden in clichés.'

Campert heeft sinds de jaren vijftig een indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Zijn poëziebundels Met man en muis en Het huis waarin ik woonde (1955) werden bekroond met de Jan Campertprijs. In 1979 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele poëtische oeuvre. In 2011 werd hem de Gouden Ganzenveer toegekend. Ook was in dat jaar Camperts roman Het leven is vurrukkulluk actieboek van de campagne Nederland Leest.

Campert, in 1929 geboren in Den Haag, schreef zijn eerste stukjes voor de schoolkrant van het Amsterdams Lyceum. Met Rudy Kousbroek richtte hij het experimentele poëzieblad Braak op, waarvan in 1949, midden in de naoorlogse wederopbouw, het eerste nummer verscheen. De wilde, jeugdige vrije dichtvorm in het blad kon niet iedereen bekoren: Bertus Aafjes meende dat met de nieuwe garde 'de SS de poëzie was binnengemarcheerd'.

Vijftigers

Campert en Kousbroek leerden in de kroeg aan het Amsterdamse Leidseplein Bert Schierbeek kennen, Lucebert, Simon Vinkenoog, Hugo Claus en Karel Appel. Te midden van die artistieke en literaire vernieuwers van na de oorlog werd de dichter Campert gevormd: in 1951 verscheen zijn poëziedebuut Vogels vliegen toch. Dat werd al gekenmerkt door de verstaanbaarheid en lichtheid die bij Campert horen.

Ook zijn werk uit de jaren zestig (zoals Liefdes schijnbewegingen (1963) en Het gangstermeisje (1965, verfilmd door Franz Weisz) valt door de mooie mengeling van melancholie, ironie en lichtheid, bij critici in de smaak. Wijlen Kees Fens zei over Camperts woordkeuze: 'Ze zijn bijna alle zeer gewoon, misschien vooral helder. Geen woord is te groot of te klein.'

Remco Campert (links) met de vorig jaar overleden dichter Gerrit Kouwenaar in 1980.Beeld ANP

De Volkskrant

Na een moeizame periode in de jaren zeventig hervond Campert de weg omhoog. Hij schreef het boekenweekgeschenk Sombermans actie en profileerde zich als columnist. Van 1996 tot 2006 had hij onder de naam CaMu op de voorpagina van de Volkskrant een dagelijkse wisselcolumn met Jan Mulder. In diezelfde periode verschenen zijn romans Een liefde in Parijs (2004) en Het satijnen hart (2007).

Sinds 2009 heeft Campert een wekelijkse column in de Volkskrant. In die van afgelopen zaterdag schreef hij hoe hij eens in zijn huis in Noord-Frankrijk Ernest Hemingway navolgde, die zijn boeken schreef staand aan een lessenaar. 'Vond hij dat mannelijker dan zitten? Je weet het niet bij Hemingway. (...) Staand had ik uitzicht over de golvende velden van de Thièrache. Ik keek meer naar buiten dan dat ik schreef. Het werkte niet voor me. Zittend achter mijn tafel met uitzicht op een witte kamermuur leidde niets me af en ging het beter.'

De jury van de Prijs der Nederlandse Letteren 2015 bestaat uit onder anderen de Antwerpse hoogleraar moderne Nederlandse literatuur Kris Humbeeck (juryvoorzitter), Bert Bultinck, adjunct-hoofdredacteur van De Standaard en Aleid Truijens, auteur en columniste van de Volkskrant.

Remco Campert: 'Het is natuurlijk iets raars.

Remco Campert noemde de toekenning van de prijs zondagavond, nadat hij de heugelijke gebeurtenis met enkele goede vrienden had gevierd, 'heel belangrijk'. 'Het is natuurijk iets raars. Het is niet iets waar je op zit te wachten, maar als het dan vanuit de blauwe hemel komt vallen, dan maakt het je heel gelukkig. Ik heb het juryrapport nog niet gezien, maar als daarin woorden als relativering en lichtheid worden gebezigd, herken ik me daar zeer in.'

'Het is ook zo mooi dat dit geen commerciële prijs is, zoals de AKO- of de Librisprijs. Ik heb jarenlang in Antwerpen gewoond, dus dat ik deze prijs van de twee kleine landen mag ontvangen stemt me gelukkig.' Heeft de rebelse dichter van weleer nog een moment overwogen de prijs te weigeren? 'Hoe gek denk je dat ik ben? Ik verheug me erop de prijs in ontvangst te nemen uit handen van koning Filip, en ik hoop dat hij een prachtige vrouw bij zich heeft.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden