Drama

Camille Claudel 1915

Binoche draagt de film van begin tot eind. Wie huilt zo hartverscheurend echt en mooi als zij?

In wellicht de mooiste scène van Camille Claudel 1915, de zevende film van de eigenzinnige Franse filmer Bruno Dumont (Twentynine Palms, Flandres, Hors Satan), kneedt de hand van de Franse beeldhouwster in een klei-achtig stukje steen, tijdens een wandeling rond het klooster annex gesticht waarin ze tot haar dood is opgesloten. Vlak voor de contouren ontstaan van iets wat lijkt op een sculptuur, gooit ze het met een gefrustreerde blik terug op de grond. Ergens in haar leeft nog de kunstenaar die ze ooit was.

Het is een levensverhaal vol filmisch drama, dat van de Franse Camille Claudel (1864-1943). Ooit een gevierd kunstenaar, tevens bekend als minnares van haar leermeester Auguste Rodin, maar van de aardbodem verdwenen nadat ze anno 1913 op verzoek van haar familie als geesteszieke achter slot en grendel werd gezet. Acht jaar eerder hamerde ze reeds al het werk in haar atelier aan gort; ze draaide door nadat Rodin hun liefde had verbroken. Ze vermoedde een complot waarin hij niet alleen haar ideeën stal maar er ook op uit was haar te vermoorden.

Camille Claudel 1915 is mede zo goed en origineel omdat niets van dit alles in Dumonts film is te zien (zie daarvoor de film Camille Claudel uit 1988, waarin Isabelle Adjani en Gérard Depardieu zich als Claudel en Rodin uitleven in een gedoemd liefdesspel). Dumont toont Claudels paranoia, maar houdt zich ver van de geijkte biopicformule door slechts eige dagen uit haar leven te tonen, en dan nog alleen het leven dat altijd volstrekt onbekend bleef. Alles ervoor wordt in een kort tekstje voor de eerste scène samengevat.

Dat de filmmaker, die tot deze film dogmatisch met niet-professionele acteurs werkte, voor de hoofdrol een Franse steractrice castte behoeft weinig uitleg - Camille Claudel 1915 vraagt om iemand die de film van begin tot eind kan dragen. Wat dat betreft doet Juliette Binoche het perfect; zonder veel woorden maakt ze de wanhoop voelbaar die door Camilles lijf giert. Zachtjes trillende kin, rode ogen - is er iemand die zo hartverscheurend echt en pijnlijk mooi kan huilen als zij? Vastgelegd in onontkoombare close-ups van haar gezicht bovendien, soms enkele minuten lang.

Radicale cinema is het, arthouse in zijn meest strenge vorm, ondanks de schijn van toegankelijkheid die de rol van Binoche wellicht met zich meebrengt. De momenten waarin Claudel vecht tegen gekte te midden van de maatschappelijke outcasts waarmee ze haar gevangenschap deelt, gespeeld door werkelijk verstandelijk gehandicapten, klinkt de echo van de controversiële Oostenrijkse semi-documentairefilmer Ulrich Seidl (de Paradies-trilogie).

Even intrigerend als ondoorgrondelijk is Dumonts geflirt met religie; de zelfverklaarde atheïst reserveerde een aantal scènes voor Claudels broer Paul (op wiens briefwisselingen met zijn zus hij de film deels baseerde), die op weg naar de gevangen Camille met een priester filosofeert over zijn relatie tot God. Die gesprekken doen in eerste instantie ouderwets aan, afkomstig uit een tijd waarin filmers als Andrej Tarkovski en Ingmar Bergman de kunstzinnige film domineerden; wanneer Camille briest dat de God van haar broer haar 'laat wegrotten in dit gesticht', komt de boodschap heus wel door.

Maar met zo'n opmerking - in de wetenschap dat hier slechts een paar dagen uit Claudels tientallen jaren durende gevangenschap worden getoond - leeft Camille Claudel 1915 ook na afloop wel voort, juist doordat Dumont zo weinig laat zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden