Caesar krijgt warm geluid mee van Steve Albini Caesar: Leaving Sparks. Excelsior.

Excelsior moet op dit moment zo ongeveer het succesvolste onafhankelijke maatschappijtje van Nederland zijn. Elke act van het label doet het op dit moment goed, niet alleen op plaat maar ook in het live-circuit....

In dit succes gaan de groepen Daryll-Ann en Caesar bijna gelijk op. De laatste heeft nu een nieuwe troef op tafel gelegd: het derde album, Leaving Sparks.

De opvolger van No Rest For The Alonely, dat het tot de hoogste plaats in de Moordlijst schopte en de naam van het Amsterdamse trio vestigde, werd opgenomen in Chicago met Steve Albini. In zijn Electrical Audio-studio werden het afgelopen jaar ook al albums van twee andere Nederlandse groepen (Cords en The Ex) gemaakt.

Muzikaal gezien mogen die bands ver uit elkaar liggen, Albini heeft ze op vergelijkbare wijze vastgelegd: droog en direct, en zo natuurlijk mogelijk. Hij heeft zich in de afgelopen jaren opgewerkt van onvervalst trash-producer (albums van The Pixies, PJ Harvey en Nirvana) tot iemand die geldt als een autoriteit in de traditionele opnametechniek.

Hij vindt de juiste microfoon voor elk instrument, en plaatst die vervolgens tot op de millimeter nauwkeurig in de akoestische ruimte.

Het klinkende resultaat is aangenaam warm en natuurlijk - wat een band als Caesar goed past. Het geeft de gitaarliedjes van Roald van Oosten (zang, gitaar), Marit de Loos (drums, zang) en Sem David Bakker (bas, zang) een mooi analoge sound. Die is sfeerbepalend op Leaving Sparks, dat vergeleken met de voorganger opvallend ingetogen klinkt. Van Oostens hoge, uit duizenden te herkennen stem is luid en duidelijk op de voorgrond geplaatst.

Ook dat is heel traditioneel, maar in een aantal songs gaat dat wel ten koste van de power. Zeker in stevig rockende songs als Joy Dim, die in een andere geluidsbalans waarschijnlijk energieker hadden geklonken. Ongeveer zoals Caesar op het podium kan denderen.

Air: The Virgin Suicides. Virgin.

De Franse golf leverde een reeks bijzondere nieuwe namen op, van Daft Punk en Cassius tot Mr Oizo en Air. Al die groepen moeten in de komende jaren bewijzen dat ze geen eendagsvliegen zijn. Zelfs Air, dat toch een meesterlijk debuut, Moon Safari, op zijn naam zette.

Maar het duo (Nicolas Godin en Jean-Benoit Dunckel) laat het maken van de 'moeilijke' tweede plaat even voor wat het is, en komt nu met de soundtrack voor een film, The Virgin Suicides van Sofia Coppola.

Moon Safari klonk ook al haast als een soundtrack, maar ditmaal liet Air zich inspireren door de beelden van de film, waardoor het materiaal nog wat abstracter is dan dat van het debuut. Het gekozen instrumentarium (keyboards, bas, drums en een enkele gitaar) sluit aan bij de periode waarin de film speelt: de jaren zeventig.

Het geeft de muziek een passende authentieke sfeer, terwijl Air opnieuw zijn talent bewijst voor het schrijven van zwoele, etherische thema's.

Ze zijn goed gelukt, de korte schetsen en instrumentale thema's die worden voorafgegaan door een 'echte' song - het door Gordon Tracks gezongen Playground Love.

Boots: Zal de hemel. PIAS.

Een gewaagde zet van VPRO-presentator Jaap Boots: een album uitbrengen met zelf geschreven en gezongen Nederlandstalige songs. Op papier lijkt het misschien een vrijblijvend hobby-project, maar Boots overtroeft met Zal de hemel wel meteen het gros van de Nederlandstalige producties.

De plaat klinkt als een klok. Boots heeft een prettige, heldere stem, en hij schrijft grappige, ontroerende en altijd mooi puntige teksten. Die vormen de rode draad op Zal de hemel, want ze zijn voorzien van een afwisselend muzikaal raamwerk, van country tot gitaarrock en alles daar tussen in.

Behalve eigen songs bevat de plaat ook enkele bewerkingen, waaronder het titelnummer, waarvoor de traditional Will The Circle Be Unbroken model stond. Een bijzondere plaat.

Dimitri & Marcello: Chemistry Y2K#1. ID & T.

Vier jaar na de eerste Chemistry-cd is er eindelijk een opvolger, Y2K#1, de eerste release van het nieuwe millennium. De twee belangrijkste dj's van de toonaangevende Amsterdamse club namen ieder een cd voor hun rekening.

Het is interessant te zien hoe ver hun stijlen uit elkaar liggen. Beiden laten de clubhouse en discohouse hier voor wat die is, en richten zich op een stevigere draaistijl.

Dat Marcello zijn set besluit met Underworlds heftige Kittens zegt veel over zijn intentieverklaring voor de nieuwe eeuw. Dimitri, vrijblijvender in zijn mix-techniek dan de superstrakke Marcello, draait wat luchtiger. Ook blijft hij, vergeleken met Marcello, trouwer aan zijn oude sound. Dat geldt vooral voor de vrolijke, melodierijke clubtracks van producers als Eric Nouhan.

Opvallend in zijn set zijn de drie tracks van de Amsterdamse producer Orlando Voorn, die zich in een voor hem nieuw muzikaal territorium begeeft: melodieuze clubtrance. Dat ze toch meteen herkenbaar zijn als Voorn-producties zegt veel over zijn sterke muzikale persoonlijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.