Cadeaustress? Dit zijn de mooiste cd-boxen volgens onze muziekexperts

Queen, Brit girls, Isaac Hayes, Roni Size, Hüsker Dü, Wally Tax, David Bowie

Ruwe sessies, new pure analogue cuts, meerdelig, idiosyncratisch, luxe, in feestverpakking en vooral: schitterend. De Volkskrant kiest de mooiste cd-boxen.

Foto Studio V

Boks!

Wie nog eens wil horen hoe ongelooflijk goed Freddie Mercury kon zingen, luistert naar het feestje voor de 40ste verjaardag van News of the World.

Achteraf gezien kunnen we ons er misschien niets bij voorstellen, maar het was in 1977 best even spannend voor Queen. Freddie Mercury, Brian May, Roger Taylor en John Deacon zaten in de studio voor hun zesde plaat, na de gekunstelde albumprojecten A Night at the Opera en A Day at the Races. En buiten raasde de eerste punkorkaan over de wereld.

Queen leek te beseffen dat ze zich met nóg een gillende operarockplaat waarschijnlijk voorgoed buitenspel zouden zetten, in het ontluikende tijdperk van de rauwe en boze punkrock. En dus trokken de Britten voor News of the World een strategisch plan.

Dat plan laat zich het best beluisteren. Nummer drie van kant één: Sheer Heart Attack. Een ongecompliceerd trackje van drie minuten, waarin drummer Roger Taylor de gitaar bedient en een raggend schemaatje speelt. Inderdaad: een punkrockliedje, dat ooit bedoeld was voor de gelijkmakige plaat uit 1974.

News of the World staat niet helemaal vol met punkrockliedjes - daarmee zou Queen óók het eigen graf hebben gegraven. Maar Queen wilde duidelijk breken met de bandtraditie van wijdlopige symfonische (en soms ietwat pompeuze) rock. Het eenvoudiger houden. Niet meer 'overdreven grandioos', zoals ze het zelf omschreven in interviews, maar kort, stoer en gemeend. Overigens zonder die kenmerkende stijlvormen van de band te laten varen. Natuurlijk leverde News of the World ook liederlijke pianorockballades (Spread Your Wings) en gelaagde meerstemmigheid van het Queenkoor (We Are The Champions).

Foto Studio V

Juist die combinatie bleek de gouden greep. News of the World werd een van de geliefdste Queenplaten. Vanwege die betonnen klassiekers We Will Rock You en We Are The Champions. Maar ook omdat nummers als Get Down, Make Love en vooral Fight From the Inside zo fris van de lever klonken. Onaf, bijna.

Brian May zou later onthullen dat Queen het bij de opnamen van hun succesalbum na een paar takes inderdaad graag voor gezien hield. Niet meer eindeloos pielen - daardoor liepen de liedjes vaak te vol. We Are The Champions had makkelijk een typisch Queen-epos van tien minuten kunnen worden, met steeds wildere symfonische uiteenzettingen, maar nee. Het was goed zo, met dat klinkende piano-intro van Mercury en het jubelende en gortdroge solowerk van May. Twee minuten en negenenvijftig seconden duurt het nummer. Niets meer aan doen.

Uiteraard verdient de veertig jaar geleden verschenen Queen-plaat een luxe behandeling op niveau. Zeker nu de feestmaand begint en we worden overspoeld door nostalgie en Top2000-sentiment. De nalatenschap van Queen wordt goed uitgevent, laat dat maar aan de platenmaatschappij over. De zwartglimmende box zit vol met fan-snuisterijen: posters, bandfoto's uit 1977 op dik karton en een boekwerk met prachtige foto's. Maar belangrijker: wat staat er op de geluidsdragers?

Foto Studio V

Op vinyl ontdekken we de originele plaat in een 'new pure analogue cut', wat dat ook moge betekenen. Hij klinkt lekker scherp en hard afgemixt. Net als de cd met 'ruwe sessies', dus opnamen vanuit de studio met wat herschikte muzikale partijen. Op deze cd is ook het topstuk van de collectie te vinden: een door Freddie Mercury gezongen uitvoering van het liedje All Dead, All Dead.

Dat nummer kwam uit het songwritersboek van Brian May, en ging naar verluidt over de dood van zijn kat. Op de originele plaat zingt de gitarist ook zelf het ingetogen pianorockliedje. De versie van Mercury, die nooit eerder te horen is geweest, is adembenemend. Al was het maar omdat je in de vocale acrobatiek van de in 1991 overleden zanger nog maar eens hoort hoe ongelooflijk goed die man kon zingen. Aangrijpend.

DAF

Metalige synths, bonkende drums en duistere vocalen: ook na meer dan 35 jaar klinkt het Duitse duo Deutsch Amerikanische Freundschaft (DAF) nog uniek. Hun tweede tot en met vijfde album zijn nu in een handig boxje verzameld. Alles Is Gut (1981) is het beroemdst dankzij de danshit Der Musssolini. Vernieuwing zat er daarna niet meer in, maar de drie albums die volgden zijn welbeschouwd net zo goed. Als bonus is een album met remixen toegevoegd.

Deutsch Amerikanische Freundschaft: Das Ist DAF. 5 cd's, lp's. Grönland. euro 39,99 (cd).

Queen, News of the World 40th Anniversary Edition, 1 lp, 3 cd's, 1 dvd. Universal. euro 120,00. Foto Studio V

En dat is ook de dvd met de niet eerder vertoonde documentaire Queen - The American Dream. De film van een uur zit vol archiefbeelden van een ontspannen band in de studio en repetitieruimten. De camera volgt Queen bij de tournee door de Verenigde Staten, vlak na het verschijnen van News of the World.

Brian May legt uit waarom de band die twee nummers We Will Rock You en We Are The Champions had geschreven, en waarom ze dus klonken zoals ze klonken: Queen wilde dat het publiek onderdeel werd van de band, om live samen tot een rockhoogtepunt te kunnen komen. Als je ziet hoe die twee nieuwe nummers een elektrische schok door de Amerikaanse stadions jagen, krijg je heimwee naar dat rare maar zalige gouden rocktijdperk.

Robert van Gijssel


Miskende, vergeten en weer ontdekte juweeltjes

Welk album schiet u te binnen bij de naam Wally Tax? Geen enkel, waarschijnlijk. Onterecht.

Er is iets vreemds aan de hand met het oeuvre van de Amsterdamse beatband The Outsiders en dat van frontman Wally Tax als soloartiest: geen enkel album is ook maar bij benadering zo legendarisch als de maker ervan. Het aantal albumtracks dat tot de canon is gaan horen? Twee, hooguit. Misschien zelfs geeneen.

Gek, want The Outsiders zijn beslist een beatlegende. Lying All The Time. Touch. Als voorprogramma de Stones van het podium geblazen, volgens de mythe. Wally Tax? Langste haar van Nederland. Icoon van de Nederlandse babyboom. Maar die albums? Haal ze uit het mooie, compacte boxje Cloudburst (Tax' verzameld werk), leg ze op een rijtje, bekijk de hoesjes en de tracklistings en de conclusie is onvermijdelijk: het is een vergeten discografie, die amper verklaart waarom Tax (1948-2005) zo beroemd was.

De bekendste hits van The Outsiders waren losse singles. Ze ontbreken op dat vreemde debuutalbum: half concertregistratie, half studioplaat. Opvolger CQ (1968) flopte genadeloos en bespoedigde de breuk, in 1969.

Wally Tax & The Outsiders, Cloudburst - The Complete Album Collection. 12 cd's. Universal. euro 54,99. Foto Studio V

Wally solo? Tax Free (1971) deed het aardig, Wally Tax (1974) bevat de hit Miss Wonderful, maar zijn platen flopten vaker dan dat ze succes hadden. Tax overleed verbitterd en verslaafd. Hij had nog 15 euro. Voor een grafsteen was een benefietconcert nodig.

Dat het Outsiders-conceptalbum CQ (1968) een miskend juweel van de late sixtiesbeat is, roepen beatkenners al een paar jaar. Maar ook Tax' solo platen verdienen postume herwaardering; zelfs de rauwe, even imperfecte als waardige zwanenzang The Entertainer (2002).

Cloudburst bevat acht studioplaten en vier schijven met alles dat daar niet opstaat: de Outsiders-hits, maar ook mooie demo's, bijvoorbeeld van It's Raining In My Heart (1975), het Tax-liedje dat de doorbraakhit van Lee Towers zou worden.

Je krijgt er de vinger niet helemaal achter, maar er bestaat zoiets als een typische Wally Tax-melodie: een melancholieke, wat meanderende melodielijn met net iets meer tekst dan eigenlijk in het metrum past. De hippieplaat Love In (1967), de prachtige albums uit de jaren zeventig, de comebackplaat Springtime In Amsterdam (1989); het is zuur, achteraf, dat ze destijds niet meer erkenning kregen.

Wally's kleine oeuvre, in een doosje, in een paar duizend extra platenkasten, zou een mooi postuum eer betoon zijn. Je hóórt hem haast reageren: 'Nou, daar heb ik nu geen ene reet meer aan.'

Menno Pot


Goedemorgen!

Ze werden van achter een kassa, balie of garderobe vandaan geplukt en zouden de pophemel in worden gelanceerd. De popvrouwen op Am I Dreaming? weten nu beter.

Er valt iets te zeggen voor de stelling dat het jaar 2017 het vijftig jarig jubileum van de Zelfstandige Popvrouw markeert. 1967 was in elk geval een sleuteljaar. De emancipatie voltrok zich het eerst in Amerika. Janis Joplin toonde dat je heus geen gesoigneerd dametje hoefde te zijn om beroemd te worden, Grace Slick (Jefferson Airplane) toonde zich méér dan een zangeres door de grootste hit voor haar band te schrijven (White Rabbit), songschrijver Joni Mitchell verscheen op eigen titel ten tonele en Aretha Franklin schudde het imago van gospelmeisje af: ze werd een soulvrouw die haar eigen koers bepaalde.

Vóór 1967 was het anders. De meeste popvrouwen waren zangeresjes en weinig meer dan dat, tienermeiden vaak nog, gerekruteerd door mannelijke scouts en gekoppeld aan mannelijke managers en songschrijvers. Al te veel zeggenschap over hun eigen muzikale koers of carrière hadden ze doorgaans niet.

Niet dat die 'oude wereld' geen leuke popmuziek opleverde, want dat deed hij wel, héérlijke pop zelfs: denk aan de meidengroepen van Phil Spector in de VS (The Crystals, The Ronettes) of beluister de schitterende bloemlezing Am I Dreaming? over de Britse meidenpop uit dezelfde jaren: drie cd's gewijd aan 'Brit Girl Sounds Of The Sounds'.

Dat Phil Spector als voorbeeld diende voor veel producers van Britse meisjespop, valt goed te horen. Neem A Little Love (1964) van Sue & Sunshine: je zou zweren dat het Spector zelf is die daar zijn orkestrale 'wall of sound' staat te metselen.

Am I Dreaming? 80 Brit Girl Sounds Of The 60s. 3 cd's. Cherry Red/Bertus. euro 19,99. Foto Studio V

Gelukkig dient de 'Englishness' zich al snel aan. De Britse meiden die door de popfabrieken uit de schoolbanken, van de straat of achter een receptiebalie vandaan werden geplukt (want zo ging het niet zelden), mochten net wat eigenwijzer klinken en gekleed gaan dan hun Amerikaanse collega's, de codes van 'swinging London' indachtig.

Beryl Marsden, Barry St. John en de meidengroep The Dollies getuigen ervan: pittige beatmuziek, aansluitend bij de Britse mod-cultuur. Niet voor niets doken veel zangeressen later op in de Northern Soul-clubs, waar obscure, zwarte Amerikaanse soul werd gedraaid. Witte zangeressen als Jan Panter, Maynell Wilson en Maureen Evans bleken er een prima Brits antwoord op, net als Kim Davis, een van de weinige zwarte 'Brit Girls' van toen.

Aan zelfstandige vrouwen was de popindustrie nog niet toe in de eerste helft van de jaren zestig, maar een andere vorm van emancipatie voltrok zich in deze periode wel: die van de provincie. Het is een opmerkelijke karakteristiek van de 'Brit Girls'-scene: de scouts van de muziekindustrie zochten, eigenlijk voor het eerst, ver buiten Londen naar lassies die 'het' hadden.

Foto Studio V

Maureen Evans kwam uit Cardiff, Beryl Marsden uit Liverpool, Barry St. John uit Glasgow en ga zo maar door. Ze kwamen uit Southend en Northampton, Hull en Belfast, zelfs uit de verste uithoeken van het Gemenebest: India (Sue & Sunshine) of Nieuw-Zeeland (Sandy Edmonds).

Wie de echte talenten waren, bleek snel: Helen Shapiro, Petula Clark, Marianne Faithfull, Dusty Springfield en Cilla White, die jassen ophing in de Cavern Club in Liverpool en door Beatles-manager Brian Epstein werd ontdekt toen ze wat zong met het huisbandje, The Beatles. Ze zou zich Cilla Black gaan noemen, in plaats van White.

Zij waren de uitzonderingen op de harde, ongeschreven regel van toen: zo'n tienermeisje laat je een paar leuke singles maken en daarna kan ze terug naar school of naar haar secretaressebaantje. Dat is de tragiek, maar ook de schoonheid van deze swingend optimistische popbloemlezing: al deze tienermeiden dachten dat het met hen anders zou lopen.

Menno Pot

Eagles

Het oog wil natuurlijk ook wat. De jubileumbox van de Eagles' Hotel California is vooral mooi. Op de schijfjes wordt het vijfde album zakelijk gevierd; een geremasterde originele plaat op cd, naast een blu-ray in surroundsound, en een live-cd. Het is daarna goed bladeren, door Hotel California. In een prachtig fotoboek, met afbeeldingen van het gebruikelijke fanspul: krantenadvertenties ('Welkom in Holland, The Eagles!'), recensies en veel archieffoto's. Grappig is een fotoserie van de Eagles op een honkbalveld, waar de band het opnam tegen het muziekblad Rolling Stone in 1978. De Eagles wonnen, staat er in het onderschrift fijntjes bij.

Eagles: Hotel California 40th Anniversary Edition. 2 cd's, 1 blu-ray, fotoboek. Asylum Records/Warner Music. euro 99,99.


David Bowie doet Bertolt Brecht

Producer Tony Visconti was altijd ontevreden over de mix van Lodger. Dat heeft hij rechtgezet.

Na Five Years (1969-1973) en Who Can I Be Now (1974-1976) ligt nu voor het derde achtereenvolgende jaar een superieur ogende cd-box (of nog fraaiere lp-box) van David Bowie in de winkels.

A New Career In A New Town (1977-1982) bevat de zogeheten Berlijnse trilogie: Low, Heroes en Lodger. Overigens werd het merendeel van Low in Frankrijk opgenomen en heel Lodger in Zwitserland. Ook toen was de eindverantwoordelijke producer Tony Visconti, die decennialang ontevreden bleef over de noodgedwongen te snel afgeronde mix van Lodger. Het enige werkelijk exclusieve in deze box is de nieuwe mix die Visconti nog onder goedkeuring van Bowie maakte.

Het is een opener mix, waarin Bowies zang meer naar voren komt. Maar een grote verandering levert het niet op. En voor wie gehecht is aan de originele mix: ook die is in de box opgenomen. Fijn ook dat Bowies vertolkingen van Bertolt Brechts Baal (1982) zijn opgenomen en, uit datzelfde jaar, de originele maxisingleversie van Cat People (Putting Out Fire). Die werden voorheen op compilaties meestal over het hoofd gezien.

Gijsbert Kamer

David Bowie, A New Career In A New Town (1977-1982). 11 cd's. RCA/Warner. euro 144,99. Foto Studio V

47 niet eerder verschenen nummers uit de oertijd van de punk

De bron van de opwindendste rock uit de jaren tachtig? Van Nirvana en de Pixies? Nou: Hüsker Dü.

Het belang van de uit Minneapolis afkomstige punkrockband Hüsker Dü is nauwelijks te overschatten. Zonder dit trio, dat tussen 1979 en 1987 bestond, geen Pixies en Nirvana zoals wij die nu nog koesteren. Toen in september van dit jaar zanger en drummer Grant Hart overleed, werd in de necrologieën terecht benadrukt hoe belangrijk platen als Zen Arcade (1984), New Day Rising (1985) en Warehouse Songs & Stories (1987) waren. Wat Hüsker Dü als geen ander kon, was de energie en razernij van de punk koppelen aan een geweldig gevoel voor melodie.

Het trio kende met Hart en gitarist Bob Mould twee geweldige songschrijvers. Liedjes als Pink Turns To Blue, Don't Want To Know If You Are Lonely en IApologize resoneren nog altijd in de hoofden van wie die er in de muzikaal grauwe jaren tachtig kennis van nam.

Hüsker Dü, Savage Young Dü, 3cd's/4 lp's. Numero/Konkurrent. euro 39,99. Foto Studio V

Voor die fans lijkt de nu verschenen, prachtig verzorgde box Savage Young Dü vooral gemaakt. De box, in stevig karton gestoken en voorzien van een schitterend fotoboekwerk, vertelt namelijk het verhaal van voordat Hüsker Dü naam zou maken met bovengenoemde platen en liedjes. De jaren van het trio tot en met 1983 zijn minutieus gedocumenteerd. Blijkens de 69liedjes (waarvan 47 niet eerder verschenen), waren dat jaren waarin het trio nog zoekende was naar de juiste vorm.

Hüsker Dü was toen vooral een razendsnelle punkrock-band die er in minder dan een half uur zeventien liedjes doorheen kon jassen (zoals op hun live-debuut Land Speed Record (1982). Het was Bob Mould die toen nog de meeste liedjes aanleverde, Hart zou zijn onmiskenbare melodische vernuft pas later ontdekken en inzetten.

Twee uur en drie kwartier furieuze punkrock: het is een lange zit, maar je hoort hoe het trio wel degelijk goed luisterde naar wat er om hen heen gebeurde. De invloeden van postpunkbands Joy Division en vooral PiL zijn duidelijk hoorbaar in liedjes als Statues en Nuclear Nightmare. En langzaam merk je ook dat de band meer wil dan snel en hard spelen. Daar komen ze op deze box nog maar mondjesmaat aan toe; hun beste werk moest nog komen.

Maar voor wie wil weten waar de opwindendste rock-'n-roll uit de jarentachtig zijn oorsprong vond, is deze box, en vooral het boekwerk met de schitterend in kaart gebrachte vroege bandjaren, niet te versmaden.

Gijsbert Kamer


Met boter en stroop

Alleskunner Isaac Hayes verrichtte baanbrekend voorwerk voor soulzangers die er later veel beroemder mee werden.

De oeuvres van soulgrootheden als James Brown, Otis Redding, Aretha Franklin, Al Green en Curtis Mayfield zijn al een of meerdere keren aan de zogeheten boxbehandeling blootgesteld. Maar vreemd genoeg was er nog geen meerdelige cd-set met het beste werk van soulzanger en producer Isaac Hayes. Vreemd, omdat juist Stax, het soullabel uit Memphis waarvoor Hayes tussen 1964 en 1976 zijn beste werk schreef, produceerde en opnam verantwoordelijk was voor de prachtigste box-compilaties.

Nu valt het ook niet mee een carrière-overzicht van Isaac Hayes (1942-2008) samen te stellen. Niet zozeer de omvang van zijn oeuvre maakt bloemlezen lastig, als wel de veelzijdigheid ervan. Samen met David Porter schreef hij in de jaren zestig klassiek geworden hits voor zangduo Sam & Dave (Soul Man, Hold On I'm A Comin'). Hij maakte onder eigen naam baanbrekende, zwaar georkestreerde platen als Hot Buttered Soul (1969) en Black Moses (1971). Daarnaast componeerde hij de met spetterend koperwerk en stroperige strijkers volgestopte soundtrack van de film Shaft (1971) waarvan het funky thema een wereldhit werd.

Het succes van Shaft betekende het begin van een heuse trend onder zwarte muzikanten. Het was een grote inspiratie voor Marvin Gaye (Trouble Man, 1972) en Curtis Mayfield (Superfly, 1972).

Maar de songschrijver, componist, producer en zanger Hayes wilde zelf toch ook vooral erkenning als live-performer. Die kant van hem is altijd wat onderbelicht gebleven, maar dat wordt door de samenstellers van de nu verschenen vier cd's tellende box The Spirit Of Memphis goedgemaakt.

Isaac Hayes: The Spirit Of Memphis 1962-1976. 4 cd's, Stax/Universal. euro 69,99. Foto Studio V

Zes live-opnamen van een concert uit 1972, waarvan vier nooit eerder verschenen, maken duidelijk dat Hayes een geweldig performer was, met een machtige, bronstige baritonstem.

Zoals Hayes zwoel kon declameren, op een manier die het midden hield tussen fluisteren, rappen en zingen, zo deed niemand dat in de jaren zeventig. Het mooist kwam die kwaliteit tot uiting in de lang uitgesponnen cover-versies van Walk On By en By The Time I Get To Phoenix. Nummers waar hij al snel een kwartier of meer voor uittrok. Zijn album Hot Buttered Soul uit 1969 was baanbrekend, alleen al vanwege het feit dat het album slechts vier, lang uitgerekte nummers bevatte. Maar ook omdat Hayes aan zijn collega's en concurrenten liet horen hoe het ook kon: een album geheel naar eigen inzicht vullen met conceptueel verbonden nummers.

Hayes maakte de weg vrij voor albums als What's Going On (Marvin Gaye, 1971) en Where I'm Coming From (Stevie Wonder, 1971). Zwarte artiesten gingen vanaf nu ook 'auteurs'-albums maken; geen platen meer met een paar singles en voor de rest opvullers.

Foto Studio V

Het aardige is dat Hayes (los van Theme From Shaft) zijn grootste successen onder eigen naam had met liedjes die hij niet zelf schreef, maar juist met die langgerekte coverversies van Walk On By, The Look Of Love en By The Time I Get To Phoenix. Die komen uiteraard voorbij op de nu verschenen box, die alle facetten van Hayes' kunstenaarschap goed in kaart brengt.

'Deze box is nogal idiosyncratisch', verontschuldigt producer Joe McEwan zich in het boekwerkje in de op ouderwets singletjes-formaat gemaakte box. Dat klopt. De selectie van hits voor derden die Hayes samen met David Porter componeerde, bevat nogal wat curiosa, zoals When Something Is Wrong With My Baby in de versie van Charlie Rich in plaats van de veel bekendere hit van Sam & Dave.

Maar de vier cd's vertellen elk een eigen, opzichzelfstaand verhaal: de hitmaker, de soulzanger, de eindbaas van de uitgerekte coverversie en de meester van de instrumentale jam. Eenmaal samengevoegd geven zij een behoorlijk compleet beeld van Isaac Hayes in zijn hoogtijdagen die samenvielen met de topjaren van het fameuze Stax-label waar Hayes zijn kansen kreeg en benutte.

Gijsbert Kamer

John Lee Hooker

Hoe belangrijk de Amerikaanse bluesman John Lee Hooker is geweest, is bijna niet te bevatten. Zijn golvende gitaarboogie werd bouwmateriaal voor de rock en zelfs de hardrock, van de Stones tot AC/DC. De pure kracht van Lee Hookers gitaarspel én zang zit verpakt in de topcollectie King of the Boogie. Vooral de antieke opnamen gaan door merg en been. Het nummer Black Man Blues, bijvoorbeeld, uit 1948: spijkerhard gespeeld en gezongen door die man met die gitaar voor die ene microfoon, maar tegelijk zo onwaarschijnlijk groovend en subtiel. Bijzonder is de cd getiteld Friends, vol liedjes die Lee Hooker opnam met de grootheden die hem aanbaden, van Eric Clapton tot uiteraard Carlos Santana. Een onmisbare box.

John Lee Hooker, King of the Boogie. 5 cd's. Craft/ Concord Music/ Universal. euro 59,99.


De toekomst kwam van alle kanten

Techno met wat hiphop, een vleugje jazz en dancehall: Roni Size begon een nieuw tijdperk.

Iedere Britse stad van betekenis heeft zo zijn eigen muziekmythen, van Liverpool (Merseybeat) tot Manchester (Madchester). Waarom een bepaalde stijl of stroming nu juist in een bepaalde stad tot bloei komt? Het blijft giswerk. Een kwestie van bevolkingssamenstelling?

In Bristol zelf begrijpen ze nog altijd niet goed hoe daar de clubcultuur en dus de elektronische dansmuziek kon exploderen in de jaren negentig. Vraag het aan iemand die deel uitmaakte van die glorieuze dansgemeenschap en de blik gaat op oneindig. De clubs klapten uit elkaar van de techno, house en grimmige hardcore. En toen zich daar op slinkse wijze iets van hiphop tussen voegde, ging er echt een vlammetje branden.

De Bristolse bands Massive Attack, Tricky en Portishead kwamen vanaf begin jaren negentig zo'n beetje gelijktijdig met mistige en melancholieke 'triphop': vertraagde samples van drumbreaks, gemengd met mijmerende raps en soundtrackklanken die leken overgewaaid uit een arthousebioscoop. Eerder luister- dan dansmuziek, maar de triphop domineerde desondanks het clubleven van Bristol. En snel daarna heel hip Europa.

En toen stapte Ryan Williams, alias Roni Size, zijn Basement Studio in, in een wat armoedige buitenwijk van de stad. Hij had een mengtafel en een sampler, en draaide vooral aan die ene knop: die van het tempo. Dat moest omhoog, want Size had mooie dingen gehoord in Londen, waar de laatste jaren iets als 'jungle' was ontstaan: harde en nerveus ratelende house, waar doodleuk Jamaicaanse dancehall doorheen werd gemixt. Zoiets wilde hij ook maken, maar dan in een Bristolse variant. En dus mét die lome en atmosferische versierselen uit de triphop.

Roni Size Reprazent, New Forms 20th Anniversary. 4cd's en boekwerk, Mercury Records/ Universal. euro 39,99. Foto Studio V

Mooi donkere contrabasloopjes bijvoorbeeld, uit de jazz. Wat zou zo'n trage, houtachtige baslijn lekker kunnen contrasteren bij die hakkelende breakbeats van snaredrums en hi-hats. En met de muziek uit de jeugd van Roni Size: reggae. De havenstad Bristol had van oudsher een grote Caribische gemeenschap; reggae was er al geliefd. Size nam die mee naar zijn studio en puzzelde daar in 1997, in een paar maanden en met vrienden als DJ Die, Krust en zangeres Onallee de plaat New Forms in elkaar, onder de bandnaam Reprazent.

New Forms klonk als toekomstmuziek. In de track Brown Paper Bag, bijvoorbeeld, zag je nieuwe muzikale horizonten, bij jachtige drumbreaks, echoënde raps van MC Dynamite, een jazzbas naast bliepende synthesizers. Grotestadsmuziek van een nieuw tijdperk. De plaat won in 1997 de prestigieuze Britse Mercury Prize.

De 'drum-'n-bass', want zo werd de nieuwe dancevariant genoemd, veroverde de wereld. Toch dook de stroming na de eeuwwisseling al snel weer onder in het undergroundcircuit van de dansfeesten in lege fabriekshallen. De dubstep kwam op en de harde straatrap van de Britse grime. De drum-'n-bass was in een paar jaar tijd toch wat gedateerd geworden zo snel kan het gaan in het clubleven.

Mede om die reden is de luxe uitgave van New Forms, ter gelegenheid van het 20-jarige bestaan, een aanrader. Om nog eens te horen hoe ingenieus en vernieuwend Reprazent destijds te werk was gegaan in die Bristolse studio, op twee cd's met de originele plaat in fris geremasterde vorm, en op twee cd's met vele extra's: nieuwe mixages van Roni Size zelf, en tijd- en genregenoten als Grooverider en Photek. Nostalgisch futurisme in een glimmende feestverpakking.

Robert van Gijssel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.