Interview cabaretkostuums

Cabaretiers over hun podiumpak: ‘Iets aantrekken dat iedereen na afloop online kan bestellen zou ik nooit doen’

Youp van ’t Hek heeft zijn bretels, Theo Maassen zijn T-shirts speciaal voor op het podium. Daar is over nagedacht. Cabaretiers die dit seizoen met een voorstelling in première of reprise gaan vertellen over hun podiumpak.

Merijn Scholten (links) en Thomas Gast. Haar & makeup: meltem sahin @ angelique hoorn management / assistentie: timo steenvoorden, alex berger, eva halfers. Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign i.s.m. Jay Kay Studio en SHH, stoffen van Buro Bélen

Merijn Scholten (35) en Thomas Gast (35) leerden elkaar kennen bij Comedytrain, het stand-upcollectief dat is gehuisvest in comedyclub Toomler in Amsterdam. Als De Partizanen wonnen ze in 2013 de jury- en publieksprijs op het Leids Cabaret Festival. Vorig jaar waren ze de huiscomedians van De Wereld Draait Door. In januari gaat hun derde programma Het leven an sich in première.

T: ‘Vier jaar geleden waren we in paniek try-outs aan het spelen van ons eerste programma. We hadden veel te veel materiaal, waren naarstig op zoek naar richting. Toen we op een avond in Eindhoven speelden, sms’te Theo Maassen. Hij had gezien dat we in zijn stad gingen optreden en had zin om te komen kijken, met zijn regisseur. Ah néé, dachten wij, niet nu! Het voelde als een veel te zware delegatie op dat moment. Maar ze kwamen toch.’

M: ‘Na afloop vertrokken ze snel naar huis. Ik weet nog dat de regisseur van Theo iets ongemakkelijks zei als: ‘Nou, leuke voorstelling...’ Later belde Theo ons, hij wilde er nog een keer over praten.’

T: ‘Dus wij naar Eindhoven. We kennen elkaar van Comedytrain, maar hij is tegelijkertijd een jeugdheld natuurlijk. Wij dronken thee. Theo at een tompouce, toch?’

M: ‘Met een vorkje. En toen sprak hij de woorden: ‘Ik ben heel erg geschrokken.’

T: ‘Hij vond ons ambitieniveau te laag. Het was niet goed. En hij had ook veel kritiek op hoe we eruitzagen.’

M: ‘Mijn rode gymschoenen vond hij echt verschrikkelijk.’

T: ‘We droegen in die tijd meestal allebei een ander overhemd.’

M: ‘Theo vond het niet theatraal wat we uitstraalden.’

T: ‘Hij zei dat er wat hem betreft twee soorten duo’s bestaan. Je hebt Snip en Snap en Victor en Rolf. Ons zag hij als Victor en Rolf.’

M: ‘Snip en Snap zijn twee verschillende mannetjes, Victor en Rolf ogen identiek, dat idee. Zijn visie was: als jullie er hetzelfde uitzien, wordt het theatraler.’

T: ‘Jullie moeten een goed pak kopen, zei hij. Dan worden jullie twee dezelfde mannetjes op wie je van alles kunt projecteren.’

M: ‘Hij gaf ons vertrouwen. Zijn boodschap was vooral: ik vind jullie goed en ik verwacht meer van jullie. Dat zette ons op scherp.’

T: ‘Dus wij naar de WE en de Suit Supply. We wilden zwart, het Reservoir Dogs-achtige pak, liepen rond met plaatjes van Benjamin Herman en Jules Deelder. Maar wat zij dragen, konden we bij die winkels niet vinden.’

M: ‘We waren een beetje on a budget, maar eenmaal bij Oger ging dat budget snel omhoog. En toen werden we voor schoenen ook nog naar Zwartjes gestuurd.’

T: ‘Ons impresariaat moest het bedrag op de rekening van Oger storten, want wij hadden dat geld helemaal niet.’

M: ‘Onze pakken kostten tussen de 1.000 en 1.500 euro per stuk.’

T: ‘In het begon voelden we ons er heel kleinkunstacademie in, een beetje ongemakkelijk. Maar gaandeweg werd het omkleden juist heerlijk, een transformatie die ons in de juiste modus bracht voor een optreden. Ik kan me nu ook niet meer voorstellen dat we gewoon maar een willekeurige broek met een blauwe blouse uit de kast zouden trekken.’

M: ‘Wij waren allebei niet gewend om op deze manier over kleding na te denken. Het was een sluitpost. Maar wél met kleding bezig zijn, staat voor iets wat Theo bedoelde: neem wat je doet serieus, en straal uit dat je het serieus neemt.’

T: ‘Voor de volgende voorstelling overwegen we van het pak af te stappen. Een pak heeft ook iets formeels, het kan voelen als een harnas.’

M: ‘Dat eerste pak heb ik nog weleens gedragen.’

T: ‘Ik dacht ook: bruiloften en begrafenissen, wij zitten voor altijd gebakken. Maar het liep anders, want inmiddels ben ik mijn pak kwijt. We moesten in Amersfoort een seizoenspresentatie van het theater presenteren. Alles liep die dag anders dan gepland, en toen we de trein uit stapten in Amersfoort zei Merijn: ‘Dit is echt zo’n dag waarop je je pak in de trein laat liggen.’ Haha, zei ik toen nog, gelukkig niet. Op de terugweg stapte ik op station Duivendrecht over op de metro en... kutzooi, mijn pak.’

M: ‘Ik heb het gejinxt!’

T: ‘Een paar weken lang heb ik er alles aan gedaan om het terug te krijgen, maar bij de NS hebben ze mijn pak nooit gevonden. Raar toch? Wie jat er nou een pak uit de trein? Het zat ook niet meer in de originele Oger-zak, maar in een oude, kapotte opberghoes die ik van mijn broertje had geleend. Ik baal er nog steeds van.’

M: ‘Misschien krijg je ’m nu alsnog terug.’

‘Het leven an sich’. Première 19/1, De Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 3/6.

Alex Ploeg. Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign i.s.m. Jay Kay Studio en SHH, stoffen van Buro Bélen

Alex Ploeg (33) zit bij Comedytrain, werd vorig jaar in de Volkskrant uitgeroepen tot cabaretbelofte van 2018 en speelt zijn debuutvoorstelling Ultimatum.

‘Ik heb weleens optreden in een korte broek. Niemand vertelt je dit, maar dat moet je als comedian dus nooit doen. Het is moeilijk om autoriteit uit te stralen als je eruitziet alsof je net van de camping komt lopen. Zelfs collega’s van wie ik weet dat ze lak hebben aan alle regeltjes begonnen erover: ‘Jij liever dan ik, man.’ Te casual. En casual is al een ding voor veel stand-upcomedians; in een spijkerbroek en een T-shirt lijkt het al gauw alsof je zó het theater bent ingelopen.

‘Als ik optreed in een comedyclub denk ik nooit lang na over mijn kleding, al zal ik in Toomler niet snel rood dragen omdat de muur achter het podium rood is. En bij iemand die rood draagt, zie je volgens mij ook eerder zweetplekken.

‘Voor mijn eerste voorstelling wilde ik dicht bij mezelf blijven en toch iets anders dan anders kiezen, maar wát precies, dat vond ik moeilijk. Schijnbaar oppervlakkige keuzes zeggen van alles over hoe je gezien wilt worden.

‘Ik draag ogenschijnlijk gewoon een blauwe broek, gewoon een blauw shirt en gewoon gympen, maar daar gingen veel probeersels aan vooraf. Een overhemd zonder kraag bijvoorbeeld, maar dat vond ik niet bij mezelf passen. Buiten het theater zou ik zo’n overhemd nooit dragen. Een colbertje, ook héél ongemakkelijk. Zodra ik een colbertje aantrek, word ik zo’n Zuidas-gast, terwijl mijn voorstelling juist gaat over het gevoel mislukt te zijn en ik mijn hele leven al een strijd voer tegen het kakkerschap dat ik schijn uit te stralen.

‘Uiteindelijk heeft kleedster Nola van Timmeren mij geholpen. Zij heeft rode en witte strepen op mijn shirt en broek gemaakt, de kleuren van mijn gitaar die ook terugkomen op mijn brandschone witte Nikes. Die mag ik van mezelf alleen op het podium aan. Als de tour erop zit, heb ik dus nieuwe schoenen.

‘In Ultimatum heb ik het over volwassen worden en mijn vrij infantiele generatie. We blijven volgens mij langer in onze jeugdigheid hangen tegenwoordig, in ‘het leuk willen hebben’. Mijn opa liep op die leeftijd al in driedelig pak en concentreerde zich op werk en verantwoordelijkheden, wij lopen op gympen tot diep in de 40 en spelen nog computerspelletjes. Volgens mij klopt het plaatje wel: het is een mooiere en duurdere podiumversie geworden van wat ik normaal ook zou dragen. En normaal kleed ik me een beetje als een kleuter die een portemonnee heeft gevonden.’

‘Ultimatum’. Tournee t/m 25/5.

Remko Vrijdag en Martine Sandifort. Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign i.s.m. Jay Kay Studio en SHH, stoffen van Buro Bélen

Remko Vrijdag (46) vormde met Diederik Ebbinge en Rutger de Bekker cabaretgroep De Vliegende Panters. Martine Sandifort (48) was de helft van een duo met Alex Klaasen. Nu zijn ze Vrijdag & Sandifort en gaat komende week hun vierde voorstelling Voorlopig voor altijd in première.

Martine Sandifort: ‘Als de try-outs beginnen, is er nog geen kostuum en trekken we altijd maar wat uit onze eigen kast. Dan is het nog niks, wat we aan hebben, maar ook dan moet het eigenlijk al wel wat zijn.’

Remko Vrijdag: ‘We lopen vrij lang achter de feiten aan, maar mijn pak is inmiddels af.’

M: ‘Ik ben de moeilijke van ons tweeën.’

Kostuumontwerper Sanne Oostervink: ‘Bij een vrouw is het langer zoeken naar wat het mooiste staat en het best flatteert. Vrouwenlichamen zijn bewerkelijker. Ik kijk naar wat de kleding theatraal doet, maar ook naar hoe de persoon die het draagt zich erin voelt. Een te strak jurkje kan in Martines geval niet, want ze ligt op een gegeven moment op de grond met haar benen in de lucht.’

M: ‘Ik draag dus drie weken voor de première nog steeds mijn eigen auberginekleurige jurkje. Sinds een paar try-outs heb ik wel de hakken aan waar ik straks de voorstelling op begin. Ik merk dat ik er meteen anders op binnenkom dan op mijn lage laarsjes. Zonder hakken voel ik me klein naast Remko.’

S: ‘De voorstelling begint met Remko en Martine die midden in de nacht als koppel thuiskomen, na een optreden, in podiumkleding. Later trekken ze zijden peignoirs en huiselijke schoenen aan. Het decor is wit. Hun kleding is roze en lieflijk, een mooi contrast met hun relatieproblemen.’

R: ‘Het is wel héél veel roze, vond ik in het begin.’

S: ‘Paarsroze, want dat vond ik de chicste tint.’

M: ‘In onze vorige voorstelling droeg ik een blauw jurkje van King Louie. Dat stond mooi, maar wat we nu dragen is veel meer een theaterkostuum.’

R: ‘Meer iets uit de Wim Sonneveld-tijd.’

S: ‘We zijn nu een maand bezig met zoeken, doorpassen en kijken wat werkt in de try-outs. Ik heb thuis een paar enorme tassen staan met kleding die ik moet terugbrengen naar allerlei winkels. Een van de pakken die we hebben uitgeprobeerd zag er in huiskamerlicht supertof uit, maar zodra er een theaterlamp op ging was het één fletse bedoening.’

R: ‘Ik probeerde een roze overhemd van de WE, maar al voor ik opging zaten er gigantische zweetplekken in. Na afloop zag ik eruit als mijn leraar Nederlands vroeger. Zelfs okselpads hielpen niet. Die gebruik ik niet standaard, hoor.’

M: ‘Ik ben benieuwd hoe het voelt om straks in een soort pyjama typetjes te spelen.’

R: ‘Voor Martine telt hoe zij zich in de kleding voelt zwaarder dan voor mij. Zij zegt: als ik me er niet lekker in voel, dan wil ik het niet aan. Terwijl ik meer mijn oren laat hangen naar de kleedster en regisseur: hoe zie ik eruit in de ogen van anderen? Goed? Oké, prima. Een goed kostuum kan de voorstelling echt optillen. En het tilt ons ook op. Ik voel aan alles dat deze voorstelling er meer allure door krijgt. Oké, denk ik nu het totaalplaatje bijna af is, dit is serieuze shit.’

‘Voorlopig voor altijd’. 20 t/m 24/11, De Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 29/5.

Eva Crutzen. Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign i.s.m. Jay Kay Studio en SHH, stoffen van Buro Bélen

Eva Crutzen (31) werd in 2016 met Spiritus genomineerd voor de Neerlands Hoop, de cabaretprijs voor ‘de meest veelbelovende theatermaker met het grootste toekomstperspectief’. Ze was te zien in het satirische sketchprogramma Klikbeet en gaat vanaf januari de theaters in voor de reprise van Opslaan als, haar derde voorstelling over het thema herinnering.

‘Ik ben een perfectionist, alles moet tot in de puntjes kloppen en alles moet origineel zijn, dus ook de kleding die ik tijdens het spelen van de voorstelling draag. Iets aantrekken dat iedereen na afloop online kan bestellen zou ik nooit doen.

‘Het was voor het eerst dat ik iemand kon betalen om een kostuum te ontwerpen. Bij mijn eerste programma zat ik nog zelf roosjes op een T-shirt te naaien. Kostuumontwerper Suzanne Eldering kwam kijken naar een try-out en we hielden samen een Pinterest-pagina bij met plaatjes.

‘Een dag voor de première was mijn kleding pas klaar. En op de avond zelf heeft Suzanne de broek nog zitten innemen. Ik had in de aanloop naar de première zo veel stress dat ik maar blééf afvallen; de maten die zij had opgenomen klopten al lang niet meer.

‘Uiteindelijk kwamen we tot een zomer- en een winteroutfit. In de winter draag ik een lange roze broek van velours met een kanten naveltruitje, in de zomer een kort broekje. Ik wilde een combinatie van sportief en een beetje sexy. Ik zou een paar jaar geleden niet in een naveltruitje op het toneel hebben gedurfd, maar mijn materiaal is gewaagder geworden en als maker ben ik zelfverzekerder dan toen. Roze velours vonden Suzanne en ik stoer en aaibaar, de twee uitersten die de voorstelling in zich heeft.

‘Het was verder een vereiste dat ik er goed in zou kunnen bewegen, omdat Opslaan als nogal een fysiek programma is en ik op een gegeven moment ook op de grond lig te twerken. Het afgelopen theaterseizoen heb ik het steeds met één broek gedaan. Het idee was steeds dat er een tweede kwam, maar Suzanne was ontzettend druk, je kent het wel. Voor de reprise heb ik een volledig nieuw pak nodig. Ik ben op alle mogelijke manieren uit mijn broek gescheurd, maar als dat gebeurde was het meer voor de oplettende kijker. Het is nooit zo erg geweest dat ik in mijn blote reet het publiek in moest, maar voor de zekerheid gaan we nu voor een stof die wat elastischer is.’

‘Opslaan als’. Reprise vanaf 8/1. Tournee t/m 3/6.

Stefano Keizers. Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign i.s.m. Jay Kay Studio en SHH, stoffen van Buro Bélen

Gover Meit (31) werd onder de naam Stefano Keizers bekend bij het grote publiek met zijn markante uitdossingen in De Slimste Mens. Hij toert nu met zijn debuutvoorstelling Erg heel, die werd geprezen als absurdistisch anticabaret. Over de wording van zijn alter ego Stefano Keizers schreef hij het boek Twee luitenanten.

‘In een van de uitzendingen van De Slimste Mens droeg ik een witte jas gemaakt van een bedsprei. Die jas was een creatie van kunstenaar Tessel Brühl. Ik had hem ooit van haar gekregen omdat ik had gespeeld in een filmpje dat zij had gemaakt voor het Sandberg Instituut, de masteropleiding van de Gerrit Rietveld Academie. Ze kon me niet betalen en gaf me als dank die jas. Bij de De Slimste Mens kwam die goed van pas, want ik had geen budget en geen inspiratie, maar ik wilde er wel elke aflevering bijzonder uitzien. ‘Je moet Tessel vragen om de kleding voor je voorstelling te ontwerpen’, zei mijn regisseur Jelle Kuiper toen.

‘In het algemeen vind ik dat er weinig over vernieuwing wordt nagedacht in het cabaret. Ook op het vlak van kleding bestaat er een traditie van zo min mogelijk nadenken. Je vindt een stijl voor jezelf en die hou je zo lang mogelijk krampachtig vast. Ik vind het interessanter om een voorstelling te benaderen als een gesamtkunstwerk, te kijken hoe ik op elk onderdeel creatief kan zijn en daar ook andere kunstenaars bij kan betrekken.

‘Toen ik Tessel de opdracht gaf, had ik nog amper een idee wat ik op het podium zou gaan doen. Ik wist maar één ding zeker, en dat was dat het me vet leek om op te komen als Hannibal Lecter, in die scène in Silence of the Lambs dat-ie wordt overgeplaatst van de ene gevangenis naar de andere. Hij wordt dan vastgesnoerd in een soort stakarretje, met een bruin ijshockeymasker op. Ik vond het een mooi, intimiderend en antitheatraal beeld om zo onaanraakbaar mogelijk op het toneel te verschijnen.

‘Ik heb Tessel dus gevraagd een dwangbuis te maken, de Hannibal Lecter-look op haar manier. Voor onder de jas verzon ze een simpel strak pakje van blauw velours. Toen ik de eerste try-out speelde in het theater van Beverwijk en ik ingesnoerd in die dwangbuis op een brancard lag, zei Jelle binnen een minuut: dit oogt véél te druk. Aan de jas, een zwaar geval met heel lange mouwen, zaten allemaal haken, het rinkelde enorm. Mijn bruine muilkorf vond Jelle ook niks, want die straalde volgens hem iets punkachtigs en smerigs uit. Dus ik deed het kapje af en de jas uit, en toen was het perfect. De striptease heeft dus uiteindelijk niet tijdens de voorstelling plaatsgevonden, maar ervoor.

‘Tessel was weliswaar pissig dat ze die jas voor niks had gemaakt, maar ze was het er wel mee eens dat het blauwe pakje met laarzen de beste optie was. De toque voor mijn kruis is er naderhand nog bijgekomen, omdat het pakje alleen weer iets te kaal werd. Die heeft verder geen functie.

‘Het lijkt alsof ik een superheldenkostuum heb aangetrokken. En achteraf vertelt dat veel meer over de voorstelling dan die dwangbuis. Ik probeer een gevoel te relativeren dat veel cabaretiers hebben: dat zij mensen waarheid vertellen. Ik ben een antiheld in een superheldenpak.

‘Ik denk dat veel cabaretiers iets aantrekken dat zo comfortabel mogelijk is en waarin ze zich zo lekker mogelijk voelen. Dit pak is het tegenovergestelde daarvan. Het publiek heeft geen idee hoe moeilijk ik het de eerste paar keer vond om in dat strakke pakje te verschijnen. In die toque zat aanvankelijk een hard stuk, dat extreem pijnlijk was. Als ik in de voorstelling ga zitten, zie je de speklappen rondom mijn middel en de kromming in mijn rug. Het accentueert lichaamsdelen waar ik normaal niet echt mee te koop loop.

‘Ook dat past bij het verhaal van de voorstelling. Ik werp mezelf op dat podium en zeg daarmee eigenlijk: dames en heren, luister de komende 1,5 uur zwijgend naar deze godheid die boven jullie staat. Van de andere kant voel ik me ongemakkelijk bij het principe dat die mensen een kaartje kopen voor mijn show, in de hoop er iets uit te halen.

‘Inmiddels heb ik twee van dit soort pakjes. Ik heb een hoop principes in het theater en een van de principes is dat ik tijdens een tour de kleding niet was, zodat ik elke avond mijn angstzweet van de voorgaande keren ruik. Maar tijdens één show heeft iemand uit het publiek een tube ketchup over me heen gespoten, dus toen moest het wel. Een van de twee pakjes is toen voorzichtig uitgewassen op verzoek van de technicus, door zijn vrouw, omdat hij de geur in de auto niet meer te harden vond.’

‘Erg heel’. Tournee t/m 30/3.

Stefano Keizers. Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign i.s.m. Jay Kay Studio en SHH, stoffen van Buro Bélen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden