RecensieBuurtsupermens

Buurtsupermens is een prettig absurde kijk op de strijd tussen traditie en dagelijkse praktijk in Japan ★★★★★

Het prettig absurde Buurtsupermens geeft een bijtende omschrijving van het hedendaagse Japan, waar traditie en dagelijkse praktijk keihard botsen.

Beeld Claudie de Cleen

Wie ooit Japan heeft bezocht, moet er op een zeker moment zijn binnengegaan: een van de 55 duizend minisupermarkten, die door hun eenvormigheid en riante verlichting het straatbeeld domineren. En wie iets in zo’n 7/11 of Lawson-winkel heeft gekocht, bijvoorbeeld een driehoekig rijstpakketje of gefrituurde kip, moet ook de winkelmedewerkers zijn opgevallen, die zó staccato ‘dank u wel!’ en ‘tot ziens’ roepen dat je je soms afvraagt of er geen robot achter de kassa staat.

In precies die omgeving voelt Keiko, de hoofdpersoon van de prijswinnende roman Buurtsupermens van de Japanse schrijver Sayaka Murata, zich als een vis in het water. De 36-jarige Keiko heeft van kinds af aan moeite mee te draaien in de wereld, waarin iedereen haar gedrag afdoet als vreemd. Al snel begrijpt ze dat ze zich moet voegen naar de geldende conventies, al begrijpt ze die niet. Werken in de buurtsuper is ideaal, omdat het handelen van de medewerkers precies wordt voorgeschreven in minutieuze handleidingen. ‘Dankzij een perfecte handleiding was ik in staat een ‘winkelmedewerker’ te zijn, maar hoe ik los van de handleiding een normaal mens kon zijn, dat bleef me een volslagen raadsel.’

Keiko’s probleem is dat de ‘normale’ mensen haar maar niet met rust laten, ze blijven maar vragen opwerpen. Waarom zoekt ze geen vaste baan? Waarom heeft ze geen vriend? Zo kun je toch niet gelukkig zijn? Keiko’s vaste excuus dat ze ‘lichamelijke ongemakken’ heeft, een idee van haar zus om lastige vragen af te wimpelen, overtuigt niet meer.

De oplossing verschijnt in de vorm van een nieuwe collega, Shiraha, een botte en ongewassen luiaard die zich ook niet thuis voelt in de normale wereld, en op zoek is naar een partner om een einde te maken aan de bemoeienis van anderen. De twee sluiten een verstandshuwelijk; Keiko laat Shiraha bij haar intrekken zodat ze haar zus en vriendinnen kan vertellen dat ze een man heeft gevonden. De buitenwereld is, zoals verwacht, laaiend enthousiast. Keiko wordt weer in de armen van de samenleving gesloten. Ze concludeert: ‘Dus zo zit het. De handleiding is er allang. Hij heeft zich vastgezet in ieders hoofd en dus achten ze het onnodig alles nog een keer speciaal op te schrijven.’

Het prettig absurde boek – zo brengt Shiraha zijn dagen door in Keiko’s badkuip – zou alleen maar grappig zijn als het niet ook een bijtende beschrijving is van het hedendaagse Japan, waar de traditionele normen en de praktijk van alledag steeds meer uit elkaar lopen. Zo willen of kunnen steeds minder Japanners trouwen, deels omdat ze door flexwerken geen financiële zekerheid meer hebben. Ook hebben steeds minder Japanners behoefte aan een (seksuele) relatie. Volgens een schatting van het ministerie van Welzijn zal over vijftien jaar eenderde van de Japanse mannen van 50 jaar ongehuwd zijn, bij de vrouwen loopt dit op naar 20 procent. Het zorgt ervoor dat de bevolking van Japan in hoog tempo aan het krimpen is.

Beeld Claudie de Cleen

Japanse politici zijn naarstig op zoek naar middelen om de krimp te keren, bijvoorbeeld door kinderopvang gratis te maken. Het stichten van een gezin wordt vaker gezien als een kwestie van patriottisme: het gezin, de hoeksteen van de samenleving, wordt bedreigd door een groeiend leger van non-conformisten: sekslozen en eenpersoonshuishoudens.

Murata’s boek drijft in zekere zin de spot met wat normaal moet worden gevonden. Het decor, de minisupermarkt, is daarvoor perfect gekozen. De winkels stimuleren weliswaar conformiteit onder hun medewerkers, maar juist hun alomtegenwoordigheid, het rijke aanbod eenpersoonsmaaltijden en de vele nevenfuncties – ze fungeren ook als postkantoor, tijdschriftenkiosk en pinautomaat – dragen bij aan de levensstijl van stedelijke eenpersoonshuishoudens die het traditionele rolpatroon afwijzen.

Murata kan het weten, de schrijver werkte bijna twintig jaar in een buurtsuper in het centrum van Tokio. Het schrijven deed ze ernaast, vaak in de avonduren. Pas toen ze in 2016 voor Buurtsupermens de prestigieuze Akutagawa-prijs won, stopte ze om fulltime te gaan schrijven.

Veel van haar personages zijn ontstaan door klanten te observeren. ‘In mijn boeken beschrijf ik veel eenzame mensen’, zei Murata vorig jaar in een interview met de Financial Times. ‘Vroeger had eenzaam een negatieve connotatie, maar dat is nu anders. Er zijn meer mensen die het prettig vinden om alleen te zijn, alleen te eten en alleen naar de buurtsuper te gaan.’

Het is knap hoe Murata de ongemakkelijkheid van Keiko zo natuurlijk beschrijft, evenals haar afhankelijkheid van de buurtsuper. Het eerste hoofdstuk, over hoe Keiko wordt gestuurd door de winkelgeluiden, is even tragisch als prachtig.

Mensen die afwijken van de heersende norm staan voor de keus zich te conformeren, zoals Keiko probeert, of hun lot te omarmen met het risico op sociale uitsluiting, zo lijkt Murata ons in het verrassende einde te zeggen. Hoe meer mensen dat doen, hoe normaler het wordt.

Sayaka Murata: Buurtsupermens. Uit het Japans vertaald door Luk Van Haute. Nijgh & Van Ditmar, 144 pagina's, € 20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden