Butterfly lijkt voor Sutherland bedacht

Madama Butterfly, van Puccini, door Opera Zuid. Stadsschouwburg Eindhoven, 23 april. Tournee t/m 19 mei...

OPERA

Madama Butterfly, te zien bij Opera Zuid, is een opera van de vergissing. Zonder misvatting of bedrog is natuurlijk geen enkel drama mogelijk, maar in Puccini's Butterfly is het misverstand alomtegenwoordig.

De vergissing van Cio-Cio-San, de juffrouw Vlinder uit Nagasaki die zich in de echt laat verbinden met een Amerikaanse marineman, is dat zij meent dat zij voortaan de zijne is. De vergissing van luitenant B.F. Pinkerton, US Navy, is dat hij niet inziet dat de geisha die hij voor 999 jaar heeft gehuurd, 'met een maand opzegtermijn', onder haar kimono ook een hart heeft.

Dezelfde vergissing maakt Goro, de koppelaar die meent dat Vlinder na het afreizen van Pinkerton aan een ander kan worden uitgehuwelijkt. Ook de heer Bonzo vergist zich. De oom die de geisha namens de hele familie verstoot, denk dat Cio-Cio-San haar 'voorouders' uit haar gedachten heeft gebannen.

De vergissing reikt verder. De componist die dit alles op muziek zette, meende dat we in zijn gongs, gestopte trompetten en zestoonsschalen iets 'Japans' zullen horen. De vergissing van zijn librettisten, was te menen dat we het gezicht in de plooi houden bij dialogen als: 'Wie mompelt daar zo?'/'Dat is Suzuki met haar avondgebed.'

In één ding vergiste Puccini zich niet. Zijn mogelijkheden de liefde van Cio-Cio-San in melodie om te zetten, heeft hij feilloos geëxploiteerd. Ook de werking van het Wachten heeft hij scherp aangevoeld. In geen opera is het wachten zo zielig als in Madama Butterfly. Het geloof van het slachtoffer in de hereniging met B.F. Pinkerton is onwrikbaar.

Opera Zuid boft met Rosalind Sutherland, de sopraan die werd aangetrokken voor de hoofdrol. De jonge Sutherland (geen familie van Dame Joan) heeft veel in huis voor Puccini's fraaiste jongevrouwenrol. Wat ze niet van nature in huis had, moet ze er op les hebben bijgekregen van de oude Renata Scotto, een sopraan die ooit tot de grootste Butterflyvertolksters hoorde. Het is nog maar een paar jaar geleden dat Sutherland zich manifesteerde in het vocalistenconcours van Cardiff. Als Cio-Cio-San trad ze intussen op in de Welsh National Opera en in San Francisco, en te begrijpen valt waarom. De welving en de lange adem van Puccini's melodiek vinden bij Sutherland misschien niet het fraaist mogelijke klankbord. Maar het kindachtige dat de Butterflyrol aankleeft - van een jeugd waar volwassenheid in doorschemert - lijkt voor zangeressen als Rosalind Sutherland te zijn bedacht.

Con voce infantile, is de stijl waarin Cio-Cio-San bij haar bruiloft haar familie uitnodigt te knielen voor Amerika. Sutherland heeft dat 'infantile' van zichzelf. Maar ze weet dat prille geluid in allerlei variaties bij te kleuren. Haar Un bel dì, Butterfly's aria van de vergeefse hoop, waarin Puccini het Butterflysentiment in gepureerde vorm heeft neergelegd, is een triomf. Niet omdat Sutherland er zo geweldig in uitpakt, maar omdat ze zich subtiel weet te beheersen. Het grote uitpakken wordt bewaard voor de kortere wanhoopsfrasen op het eind, tot de dolk haar hals moet openen.

Sutherland is de spil van een productie die vooral muzikaal goed in elkaar zit. Butterfly is niet alleen een opera van het Wachten, maar, zoals alle Puccini's, ook een opera van de interruptie. Ed Spanjaard haalt met het Brabants Orkest het onderste uit de kan, wanneer types als Bonzo of Goro onverhoeds de aandacht komen opeisen met liefdeloos gewauwel.

Waar een opkomst verwacht wordt maar juist niet wil plaatsvinden, (de terugkeer van Pinkerton), schetst Puccini het verstrijken van de tijd in een woordloos lied van het orkest en een onzichtbaar vrouwenkoor. Het is niet Puccini's sterkste muziek, en het Brabants Orkest laat er klanken bij los die niet van groot raffinement getuigen, maar er gaat suggestie vanuit. De kunst van het timen verstaat Spanjaard wel degelijk.

De stemmen rond Butterfly zijn met die van Sutherland in balans. Juri Alexeev (Pinkerton), John Fletcher (de consul Sharpless) en Kimberly Barber (de gedienstige Suzuki), dat zijn zangers die het niet zoeken in Puccinigegalm, maar in een eerlijke weergave van de noten, al zullen verstokte liefhebbers hun bijdragen misschien te neutraal vinden.

Tim Albery, een regisseur die zijn eerdere bijdragen aan de historie van de Nederlandse opera zo te zien uit zijn biografie heeft geschrapt (de Brit vertilde zich in Amsterdam onder andere aan Berlioz' Benvenuto Cellini), houdt het bij Madama Butterfly op een sobere, quasinaturalistische enscenering. Een jas hier en een sik daar lijken ontleend aan de naoorlogse Japanse cinema.

Geestig wordt het, waar Cio-Cio-San voor een Vrijheidsbeeldje bidt. Ontroerend, wanneer haar kindje na een doorwaakte nacht te slapen wordt gelegd, en als Ot (van Sien) bij moeder op de rug mag. Kleur en een diepere boodschap zitten alleen in gemimede openings- en slotbeelden, waarin enkele dames zich opmaken. De boodschap is, dat de westerse wereld ook een hoerenkast is of zoiets. Ontwerpster Ana Jebens heeft zich bij haar oriëntatie op Japan niettemin vergist in de waardigheid van de geisha. Ze hulde de kleine, niet zeer frêle primadonna in onluisterende hobbezakken.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden