Bush en Foer krijgen ervan langs

De schrijver Jonathan Raban was er niet bij, op 11 september 2001 in New York, want hij zat toen in Seattle....

Dan ging het er in Londen na de bomaanslagen van 7 juli 2005 beduidendanders aan toe, ervoer Raban. Geen gedeelde pijn, maar hooguit sceptischgemor omdat verkeersopstoppingen menigeen dwong zijn afspraak in de pub vandie middag af te zeggen. Het was vooral een zaak van de politie die narecriminelen te vinden, oordeelde men, en toen de politie twee weken latereen Braziliaan doodschoot die niets met de bommen te maken had, was deverontwaardiging groot.

Zo kan het dus ook, wil Jonathan Raban maar zeggen, in zijn kritischeessay over de regering-Bush waarmee The New York Review of Books opent. Deoorlogsretoriek, de invasies in Afghanistan en Irak, de behandeling vangevangen op Guantánamo Bay, de veiligheidsmaatregelen die het dagelijksleven diepgaand beïnvloeden (zelfs het lenen van een boek uit debibliotheek wordt geregistreerd) - het zijn stuk voor stuk geenonvermijdelijke consequenties van de aanslagen van 11 september, maarbeslissingen van een regering die ook anders had kunnen (en volgens Raban:moeten) optreden. De scepsis over de gevolgde strategie wint langzaam maarzeker terrein.

Sinds vijftien jaar woont de reislustige schrijver in Amerika, maar inde laatste vier is Amerika hem steeds vreemder geworden: de grammatica enhet vocabulaire van de regering-Bush (plus een groot deel van de pers)verschilt zo fundamenteel van die van Rabans intellectuele en geografischeomgeving, dat het debat tussen deze partijen 'has become like theEnglishman's idea of speaking a foreign language, which is to shout evermore loudly in his own.'

Minder geestig, om niet te zeggen snoeihard, is de bespreking van detweede roman van Jonathan Safran Foer, Extremely Loud and Incredibly Close,over de 9-jarige Oskar die zijn vader heeft verloren bij de aanslagen van11 september. In ons land is het boek een groot succes. Een hopelozetearjerker, oordeelt criticus Keith Gessen, en al zullen de Foer-fans reedsnu steigeren: wie de recensie leest, moet op zijn minst erkennen dat Gessenpolemisch vakwerk levert door aan te tonen dat Foer leunt op Grass,Calvino, Borges en zelfs heel sterk op W.G. Sebald en Kurt Vonnegut, in diezin dat hij de van hen geleende passages omvormt van tragisch inmelodramatisch.

Foers debuut was nog sceptisch en satirisch, aldus Gessen, maar daaris in de opvolger niets van over. Lenen en versuikeren, dat kan-ie!

Mooie stukken. Wát er ook verandert, de NYR blijft eigengereid engenadeloos.

Arjan Peters

The New York Review of Books, nr. 14, september 22, 6,75.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden