Brute illustraties uit een geïsoleerd hoofd vol spoken

Had Henry Darger (1892-1973) zichzelf als kunstenaar beschouwd, dan was het misschien anders gelopen. Dan was hij in de jaren twintig van de vorige eeuw door de surrealisten op handen gedragen....

Maar de persoon aan wie het uitstekende nieuwe particuliere museum la Maison Rouge in Parijs het eerste Europese overzicht wijdt, was een schizofrene conciërge uit Chicago die zich na een ellendige jeugd afsloot van de wereld. Pas na zijn dood in 1973 werden in zijn huurkamer de duizenden pagina’s manuscript en de aquarellen ontdekt waar de tentoonstelling Henry Drager: bruit et fureur (geluid en woede) nu om draait. Ze lagen opgestapeld tot op zijn bed.

Door de inzet van zijn ontdekker, huisbaas/kunstenaar Nathan Lerner en diens vrouw Kiyoko, is Darger de laatste jaren een artist’s artist geworden. De succesvolle keramist Grayson Perry noemt hem zijn favoriete kunstenaar en de nog bekendere Chapman Brothers beschouwen hem als geestverwant. Vijf jaar geleden werd zijn werk in het MoMa in New York getoond naast dat van de oude meester Goya en de Chapmans.

Maar – als Henry Darger een kunstenaar was geweest, had hij dan dit werk gemaakt? Die vraag stel je je in La Maison Rouge, waar de metersbrede aquarellen, aan twee kanten bewerkt en zorgvuldig gerestaureerd, tussen glasplaten geklemd in de ruimte hangen. Kijk je naar het werk van een genie, of van een gek?

Het is een uiterst indrukwekkend werk, dat staat voorop. Darger werkte eerst jaren aan een roman, voluit getiteld The Story of the Vivian Girls, in What Is Known as the Realms of the Unreal, of the Glandeco-Angelinian War Storm, Caused by the Child Slave Rebellion. Zijn beeldende werk is de illustratie van dit duizenden pagina’s tellende epos over Goed en Kwaad. Het Goed wordt verbeeld door de engelachtige Vivian Girls, acht prinsessen uit het land Abbienia, die onophoudelijk aangevallen worden door de uiterst kwaadaardige Glandelinians. Onstilbaar is hun honger naar kindslaven. De Vivian Girls ontsnappen steeds op miraculeuze wijze, maar de ‘girlscouts’ die met hen meestrijden (meestal hermafrodieten) komen vaak op gruwelijke wijze aan hun einde.

Henry Darger, die zijn moeder vroeg verloor en zijn schooljaren in een gekkenhuis doorbracht, tekende zijn figuren niet zelf. Alle afbeeldingen kopieerde hij met carbonpapier uit mode- en filmtijdschriften, en kranten. Soms liet hij bij de plaatselijke fotograaf afbeeldingen vergroten of verkleinen om ze passend te maken. De Vivian Girls zien er daardoor allemaal uit als klonen van Shirley Temple, en de kwade Glandelinians lijken op soldaten uit de Amerikaanse Burgeroorlog, waar Darger materiaal over verzamelde. Ook actuelere foto’s werden gebruikt: onder dikke gaswolken vluchten de meisjes uit een concentratiekamp, aangespoord door cowboys te paard.

In het gebruik van kleur en de opbouw van de scènes zie je Dargers talent. Tegelijk zijn de afbeeldingen zo pregnant juist door zijn gebrek aan tekentalent en de vervanging die hij daarvoor zoekt: ondeugende kinderen uit jarendertig-zeepreclames duiken op in gruweltaferelen, meisjes uit patroonbladen marcheren over het slagveld.

Nu vrijwel iedere schilder foto’s gebruikt, is Darger weer modern. Maar het is vooral de enorme discrepantie tussen de onschuld en de horror die kunstenaars als de Chapman Brothers, zelf al jaren bezig met de verbeelding van Het Kwaad, moet hebben aangesproken. Vooral de tekeningen van veldslagen bij Norma Catherine en Jennie Richee doen denken aan hun werk Hell. En inderdaad, aan de beroemde etsen Los desastres de la guerra van Goya.

Voor de totaal geïsoleerde Henri Darger was zijn werk echter geen kunst, maar een schimmenrijk waar hij verbleef. Een houvast voor een hoofd vol spoken. Het zal daarom nooit de status van ‘art brut’ ontgroeien. Iets waar in Nederland vooral op neergekeken wordt. Onterecht, zo bewijst deze tentoonstelling – en kunstenaars trekken zich daar gelukkig sowieso niet veel van aan.

Sacha Bronwasser

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden