Interview Serge-Henri Valcke

Brute communistische bouwsels in voormalige Sovjet staten: fotograaf Serge-Henri Valcke laat de schoonheid ervan zien

Behalve acteur is Serge-Henri Valcke ook fervent fotograaf van megalomane architectuur in communistische oorden. In een stad als Pyongyang voelt Valcke zich als een vis in het water. ‘Als ik rood zie, smelt ik al.’ Hoe is die liefde ontstaan en wat trekt hem zo in die brute bouwsels?

Een straatbeeld van een vrouw in nationale klederdracht in Pyong Yang. Beeld Serge-Henri Valcke

In Chisinau, hoofdstad van Moldavië, staan vijf 25 meter hoge geweren tegen elkaar, allen smaakvol rood. Dit monument in maatje XXL luistert naar de naam Memoriaal Eeuwigheid en werd opgetrokken toen het land nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie. Weinig mensen die deze rode geweren met meer passie hebben vastgelegd dan Serge-Henri Valcke, fervent fotograaf van brute bouwsels en beelden in voormalige Sovjet-republieken – en in andere stukken van de wereld waar Marx en Lenin in brons werden gegoten.

Monument ter ere van de slachtoffers van WO II, in Chisinau, Moldavië. Beeld Serge-Henri Valcke

Serge-Henri Valcke? Jazeker, die kent u nog als chef-kok Luciën van Damme uit In de Vlaamsche Pot, of anders wel als commissaris Corneel Buitendam uit Baantjer. Zo veel kijkers trokken die tv-series dat de kok en de commissaris op straat nog vaak worden aangesproken. Goed blijven hangen is ook een klassiek Giroblauw-spotje waarin John Cleese een bellende Valcke uit een ouderwetse telefooncel sleurt.

Serge-Henri Valcke: een begenadigd acteur, maar ook een begenadigd fotograaf. ‘De fotograaf was er eerder dan de acteur’, zegt Valcke, ‘en hij is niet minder belangrijk.’

Noem het een klassiek probleem van dubbeltalenten: steevast gaat een van de twee er met de meeste aandacht vandoor. Acteur én fotograaf: zo lezen we het ook op Valckes site, in zijn absolute lievelingskleur rood. Op die site (www.sergehenrivalcke.com) kun je een deel van de beelden bekijken die wij vanmiddag tot ons nemen in Valckes in eigen beheer uitgebrachte fotokrant Zissisnottaglossy – vrij naar het commentaar dat een Italiaan zou geven die dit blad geen glossy vindt.

Liefhebbers van betonnen gespierde soldaten van het Rode Leger komen in Zissisnottaglossy volop aan hun trekkenDe fotokrant laat ook zien hoeveel de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang liefhebbers van perfecte architectonische symmetrie te bieden heeft. Valcke voelde zich er als een vis in het water. In de Georgische hoofdstad Tbilisi liep hij vele uren om het voormalige ministerie van Snelwegen vast te leggen, een gebouw dat zich oneerbiedig laat omschrijven als een experimenteel werk uit de blokkendoos van een 6-jarige. In 1970 was dit het toppunt van futuristische architectuur. Internetters uit de 21ste eeuw die onbekend zijn met Sovjet-architectuur, denken vaak dit gebouw 100 procent gefotoshopt is.

Het voormalige gebouw van het Ministerie van Transport in Tblisi. Beeld Serge-Henri Valcke

Als de rode geweren van Chisinau langs komen, zeg ik tegen Valcke dat ik door die foto’s een beetje heimwee krijg naar de tijd dat ik als correspondent in Moldavië kwam. Echter: mij stoten die brute monumenten en gebouwen doorgaans af, omdat ze zo duidelijk zijn bedoeld om indruk te maken en de minuscule mensjes eromheen vrees in te boezemen. Wij zijn sterk als reuzen en jullie zijn zwak als dwergen, leek de boodschap die de communistische regimes ermee aan hun inwoners afleverden.

Daar hebben we een verschil tussen ons tweeën te pakken: ook Valcke is geen liefhebber van dictatuur, maar hij vindt dit allemaal móói. Dat kon ik uiteraard verwachten van een fotograaf die veel en vaak de groothoeklens hanteerde bij royaal geproportioneerde prestigebouwsels. De marxistisch-leninistische regimes van de 20ste eeuw, die deden het niet voor minder dan maatje XXL.

Wat maakt die 25 meter hoge geweren van Memoriaal Eeuwigheid in Chisinau mooi? ‘Als ik rood zie, smelt ik al’, zegt Valcke. ‘En dit is ook een ronduit magnifiek kunstwerk. Kijk hoe die geweren tegen elkaar zijn gezet. Als je het monument van bovenaf ziet, is het een rode ster.’

Praat je over de rode ster, dan praat je over een van Valckes lievelingsontwerpen. Meer nog dan de hamer en de sikkel geeft die ster acte de présence in zijn interieur. Thuis bij Serge-Henri Valcke ben je mijlenver verwijderd van dat olijke restaurant In de Vlaamsche Pot. Men beklimme drie trappen in Amsterdam Oud-West. Boven de deur van Valcke hangt een glinsterende Kim Il-sung, Eeuwig President van de Democratische Volksrepubliek Korea. Treed binnen en je treedt Lenin met de voeten, want zijn beeltenis siert hier het tapijt. De aartsvader van de Sovjet-Unie keert ook terug op schilderijen uit Valckes sociaal-realistische kunstverzameling. Naar een vrij stukje muur is het hier lang zoeken: Valcke bezit ook een fors aantal zeefdrukken van affiches uit de Sovjet-wereld, met name uit de vroeg-avant-gardistische periode, de jaren twintig van de vorige eeuw. Echte favorieten hangen in de slaapkamer. Zo kun je elke ochtend ontwaken te midden van prachtig rood uit de oude USSR.

Als je Serge-Henri Valcke compleet wil typeren, dan moet je zeggen: acteur, fotograaf, danser en verzamelaar. Die verzamelwoede begon al bij de peuter die met zijn ouders mee mocht naar de vlooienmarkt in Brussel en houdt tot op de dag van vandaag aan. Een sleutelgebeurtenis in Valckes leven was de Wereldtentoonstelling in Brussel van 1958, waarvan het Atomium een overblijfsel is. Niets maakte toen méér indruk op de 12-jarige Brusselse jongen dan het enorme Sovjet-paviljoen. Daar kreeg je het gevoel de toekomst van de mensheid te zien, met futuristische beelden en ontwerpen. Het was de tijd van de revolutie in de ruimtevaart. De eerste spoetnik lanceerden de Sovjets herfst 1957. Een verzameling miniatuurspoetniks in een kast in Valckes serre getuigt nog altijd van de opwinding die dat zestig jaar geleden losmaakte.

Serge-Henri Valcke. Beeld ANP Kippa

Noem het een paradox dat een zwak voor de materiële voortbrengselen van die autoritaire Sovjet-wereld bij Valcke altijd gepaard is gegaan met een anti-autoritaire levensinstelling. ‘Ik zal niet knielen voor een hoge troon’, is een lijfspreuk. Deze fotograaf was nooit een fellowtraveller. Liefde voor brute architectuur was bij hem geen liefde voor brute regimes. De eerste keer dat hij voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie met zijn camera door Moskou liep, stuitte hij op geüniformeerde kerels die ‘njet foto!’ riepen. Valcke had ook meteen medelijden met gewone Sovjet-mensen die in armoede leefden. ‘Het was zo triest, mensen die in lange rijen wachtten voor een partijtje lippenstift. Of mensen die hun katje kwamen verkopen voor een beetje extra geld.’

Nog altijd neemt Valcke op zijn reizen spullen mee waar gewone mensen ter plekke behoefte aan kunnen hebben, van kleren en koek tot ballonnen. Op Cuba maakte hij mensen blij met leesbrillen – wijlen Fidel Castro leek immers de overtuiging toegedaan dat zijn revolutie de Cubanen had bevrijd van verziendheid.

De mensen in de reëel bestaande communistische wereld, die leken in niets op de soldaten en de arbeiders met hun formidabele spierbundels en o zo strakke kaaklijnen op de monumenten. Het is ook dat volkomen groteske aspect dat hem aantrekt, zegt Valcke. ‘Ik moet er vaak om lachen: geen enkele Rus zag er in het echt zo uit. Die beelden vallen voor mij in dezelfde categorie als het werk van Leni Riefenstahl. Het is de verheerlijking van het menselijk lichaam, hetzelfde homo-erotische element ook.’

Het monumentale beeld ‘MOED’ in het fort der helden in Brest, Wit-Rusland. Beeld Serge-Henri Valcke

Belangrijk: noch betonnen soldaten met stoere kaaklijnen, noch bewapende geüniformeerde mannen van vlees en bloed boezemen Valcke doorgaans vrees in. De fotograaf die veertig jaar terug als eerste acteur in Franstalig Brussel naakt op het podium stond, heeft op zijn tochten zelden last van schroom. Op Cuba werd de jongen die hem rondleidde beschuldigd van prostitutie, door de politie opgepakt en op het bureau vastgezet in een kooi. Valcke stapte het bureau binnen en declameerde alsof hij voor een zaal stond: ‘Als je hém beschuldigt van prostitutie, dan beschuldig je mij ervan een sekstoerist te zijn!’ Het hielp: de kooi ging open, de gids kwam vrij.

Qua brute architectuur vond hij Cuba minder interessant. Ook de Volksrepubliek China kon hem maar matig bekoren. Het Plein van de Hemelse Vrede bleek ‘een kutpleintje’ vergeleken bij de enorme Sovjet-pleinen waarmee Valcke op eerdere reizen was verwend. Wie ooit voor pure Sovjet-architectuur is gevallen, ziet in China ook te veel oriëntaalse invloeden. Ook al te oosters voor Valcke: Armenië.

Massieve Sovjet-architectuur in de beste Stalin-traditie, en vaak nog de overtreffende trap daarvan, vond Valcke wel in een klein stalinistisch buurland van China dat vaak in het nieuws is: Noord-Korea. Op het werk dat hij daar maakte, is Valcke echt trots. Vrij rondreizen mocht hij in Noord-Korea net zomin als enige andere buitenlander, maar wat hij wilde fotografen was nou net het enige dat je van het regime mág fotograferen: de prestigebouwsels en de gigantische standbeelden.

De oogst zien we in Zissisnottaglossy. Let op het perfecte samenspel tussen een volmaakt symmetrisch betonnen piramide en groene boomtakken. Puur fotografengeluk was dat precies op het juiste moment een voetganger met een rode rok langs liep. Op een andere persoonlijke favoriet van Valcke zien we een lantaarnpaal die is uitgelopen als een plant, met op de achtergrond een stalinistische tempel in mosgroen, voorzien van een rode slogan die wij niet kunnen lezen, maar waarvan we veilig kunnen stellen dat die niet regimekritisch is.

Straatverlichting in Pyong Yang., Noord-Korea. Beeld Serge-Henri Valcke

‘Mensen denken dat Pyongyang een grijze stad is, maar het is juist een heel kleurrijke stad’, zegt Valcke. Halverwege de reis ontdekte hij dat de officieel louter Engelstalige gids Nederlands verstond en zodoende kennis had genomen van alle vertrouwelijke gesprekken in de groep. In dat Nederlandse reisgezelschap zat ook een geadopteerd Zuid-Koreaans meisje met haar Nederlandse vriend. Een ronduit inzichtelijk moment deed zich voor toen zij de vrouwelijke Noord-Koreaanse gids Zuid-Koreaanse muziek liet horen. Valcke zag de tranen in de ogen van die gids springen: zij hoorde waarschijnlijk voor het eerst in haar leven liedjes in haar eigen taal waarin iets anders werd bezongen dan de heldhaftigheid van Kim Il-sung, Eeuwige President en Stralende Ster van de Berg Paektu, de genialiteit van Kim Jong-il, Geliefde Leider en Zon van het Socialisme, of de onvolprezenheid van Kim Jong-un, Briljante Kameraad en Jonge Meester.

Bij een bezoek aan de grens tussen Noord- en Zuid-Korea, de zwaarst bewaakte ter wereld, voelde Valcke iets wat hij in zijn loopbaan vaker had gevoeld: dat hij werd gefilmd – de camera’s traceerde hij aan Zuid-Koreaanse zijde. ‘Dat houd je over aan een loopbaan als acteur. Als je er een camera op je staat, dan vóél je dat.’

De eerstvolgende reisbestemming staat nog niet honderd procent vast, maar de voormalige Sovjet-republieken in Centraal-Azië staan hoog op het verlanglijstje.

Een hotel in aanbouw in Pyong Yang, Noord-Korea.
Sovjet eerbetoon aan voetbal, Chisinau, Moldavië. Beeld Serge Henri Valcke
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.