Brullen is met grandeur beschreven

De hoofdpersoon in Kessels roman kampt met een lawaaineurose. Ze onderzoekt de pijn nauwgezet en komt met een weerwoord.

In stilte heeft Marie Kessels (1954) zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een autoriteit op het gebied van lawaaikunde. De afronding van haar grondige onderzoek heet Brullen, een roman over een fotografe met een lawaaineurose, die nauwgezet nagaat waaruit die pijn bestaat en hoe ze zich daartegen teweer kan stellen: oordopjes dragen (in haar gehorige flat), tijdelijk verhuizen (naar het huis van een vriend die op reis is), toegeven aan een niet te onderdrukken scheldlust, of juist gefascineerd raken door lawaai waar je je maar beter aan kunt overgeven (zoals het collectieve gejoel in een voetbalstadion, of het vanaf de grond luisteren naar het opstijgen van een vliegtuig).

Recht op stilte

Misschien dat het gehoor van fotografe Dana fijner is afgesteld dan dat van een gemiddeld mens, maar zelfs dan zijn haar bevindingen van belang voor iedereen die met geluidsoverlast te maken heeft gehad (borende buren, hangjongeren voor de deur, het verdriet van dunne wandjes in hotels of huis), en dat ís iedereen.

Waarom ergeren we ons? Omdat we geen van allen ongevoelig zijn voor 'de waan van een opeisbaar recht op stilte', zoals Kessels het formuleert met haar stijl die een vorm van ontleden is, hardop denken, en bij alles ook nog poëzie in proza: 'Alsof we er (diep in ons hart) vast op rekenen dat een rechtvaardige God der Wrake ons op een dag voor alle doorstane ellende tot het nietigste pijnkrasje aan toe schadeloos zal stellen.'

Geloei

Het nietigste, zo heet een verzameling beschouwingen uit 2002 van Kessels, waarin ze ook al kort 'het pijnlichaam' in woorden onderzocht. De vertelster toen was niemand anders dan de auteur. Dit keer heet de vertelster Dana, en het zou kunnen dat Kessels van haar een fotografe maakt om nog meer inzichtelijk te maken dat iemand die op beelden is ingesteld, geluid en lawaai uitsluitend als ruis of hinder opvat.

Dana komt in een plaats wonen waar vermoedelijk Eindhoven mee is bedoeld, in het huis van de bevriende fotograaf die in het buitenland verblijft, ze doet haar wassen oordopjes uit en luistert met verbazing en zelfs vertedering naar het geloei dat uit het (PSV-)stadion komt.

Erg goed zijn haar opmerkingen over een verdwaalde hooligan buiten de arena: 'Volkomen alleen staat hij daar, loopt hij daar in de drukke winkelstraat, neemt hij daar zijn passen met uitgestoken ellebogen, al bijna zwak en weerloos als een van de kudde afgedwaald schaap, maar nog niet helemaal beroofd van de gloeiende en stampende groepsenergie die hem heeft voortgestuwd alsof hij de massieve lijven van zijn maten nog altijd naast zich voelt trappelen.'

Zulk soort zinnen werkt therapeutisch: ze maken iets moois van iets ruws, een onaanzienlijk verschijnsel krijgt aandacht, waardoor er een bijzonder licht op valt.

Burengerucht

Dat lukt natuurlijk minder makkelijk bij het burengerucht dat Dana is ontvlucht, en waar ze enkele krasse staaltjes van geeft, ook weer zo subtiel verwoord dat je het geschreeuw en gehamer van de flatbewoners vlak naast en onder haar zelf ook meent te horen. Goed voorstelbaar dat ze ertoe over ging haar stofzuiger permanent te laten loeien (net als Vestdijk als hij ging schrijven).

Waarom trouwens hoor je in een flat alles van een ander? Dana weet het, als ervaringsdeskundige: je bent volkomen anoniem in zo'n flat, en omdat er geen band met de anderen is, ben je alert op alle geluiden van die anderen.

Grandeur

Door deze geestige beschrijfkunst slaagt Kessels erin iets tegenover het ons altoos omringende lawaai te stellen. Dat weerwoord mondt uit in een 'openluchtconcert', een geluidscollage, dat ze met een wiskundige ex uitvoert nabij vliegveld Eindhoven. Ze doet er iets mee, en dat is een catharsis.

Mocht PSV dit jaar landskampioen worden, dan zal niemand van de supporters op het idee komen tijdens de huldiging ook Marie Kessels even op de schouders te nemen. Dat zou de welhaast onzichtbare auteur zelf ook niet op prijs stellen. Maar niemand anders dan zij heeft de Eindhovense hooligans met stilistische grandeur beschreven. Ik zie onze lawaaideskundige straks wel tussen de brullers staan, als het in mei zo ver is; eerder belangstellend dan gekweld, en zo stil dat niemand op haar let. Een auteur om niet over het hoofd te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden