Bruiloft met eigen logica

Igor Stravinsky’s Svadebka opende het Amsterdamse Grachtenfestival. Pianola in de Hermitage.

Het Amsterdamse Grachtenfestival 2009 is verstrengeld met Rusland. Russisch is menig concertprogramma, en Nederlands is menige Rus die erin optreedt. Nauwere banden zijn er zelden geweest, sinds Peter de Grote op de werf Oostenburg hier meetimmerde aan het VOC-schip Peter en Paul.

‘Nederlanders’ van Russische origine doen mee, zoals de KCO-solohoboïst Alexei Ogrintchouk en de pianiste Anne Veinberg die aan het Rotterdamse conservatorium studeert. Ze delen het platform (de boot, de tuin, het museum) met ex-Sovjetburgers als de cellist Dmitry Ferschtman en de violist Mark Lubotsky. En dan zijn de zangers van de Russisch-Orthodoxe kerk in Amsterdam nog niet eens genoemd, laat staan alle Nederlanders die pontons en dakterrassen vullen met Tsjaikovski en Rachmaninov.

Het Grachtenfestival 2009 (160 concerten, masterclasses, rondvaarten, wandelingen) had, kortom, op geen toepasselijker plaats kunnen beginnen dan op de binnenplaats van de Hermitage Amsterdam. Het voormalige verpleeghuis aan de Amstel, getransformeerd tot een dependance van de Petersburgse Hermitage, heeft een binnentuin die lang bedoeld is geweest voor verpozende bejaarden van protestantsen huize. Zaterdag was er een Russische bruiloft.

Geen echte bruiloft. Maar het publiek van de festivalopening zat wel aan houten schragen. Het kreeg bruidssuikers, wijn en bietensoep, ter omlijsting van de fraaiste dorpsbruiloft die ooit op muziek werd gezet: Svadebka van Igor Stravinsky, ook bekend onder de titel Les noces.

Zangers van Cappella Amsterdam, twee cimbalomspelers (cimbaloms zijn grote cithers die met stokjes worden bespeeld), een harmoniumspeler en de slagwerkster Peppie Wiersma leverden een prestatie die Stravinsky (1882-1971) ooit wenselijk, maar bij nader inzien onmogelijk achtte.

Ze voerden het ritmisch verraderlijke stuk uit ‘onder leiding van’ een mechanische piano, die zonder enig zichtbaar signaal tempi en cadans dicteerde, en er met eigen logica op los pingelde. Levende musici pingelden en hamerden er met opmerkelijk betrouwbare timing tegenin, waarbij Cappella Amsterdam zich dirigentloos opsplitste in krijsende soli en zuchtende collectieven.

Het was, na een eerste versie voor orkest, de tweede instrumentatie (uit 1917) van een stuk dat jaren op zoek is geweest naar zijn ideale timbre. Stravinsky maakte de versie maar voor de helft af. De componist Theo Verbey, die de tweede helft zonder hoorbare stijlbreuken reconstrueerde, heeft er een versie mee aangereikt die minder toverkracht heeft dan Stravinsky’s uiteindelijke versie voor zangers, vier piano’s en slagwerk, maar die briljant genoeg is om te worden gehoord.

Dat de première een knoepert van een valse start maakte door digitale misère in de pianola, waarna een windvlaag ook nog eens een decorstuk op de harmoniumspeler deed neerklappen, klopte met de beoogde dorpssferen. Meer nog dan Stravinsky’s Verhaal van de soldaat in een prettig-argeloze vertaling van Judith Herzberg; meer zelfs dan Louis Andriessens geraffineerde instrumentatie van ’s meesters Scherzo à la Russe voor gecombineerde Soldaat- en Svadebka-ensembles.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden