Bruggen maken de stad

In een drooggevallen rivier bij Valencia trekt de Spaanse architect Santiago Calatrava een monument op voor zichzelf: de Stad van de Kunsten en Wetenschappen....

EEN OOG van monsterlijke afmetingen staart het heelal in, speurend naar buitenaards leven. Wie wil weten wat er precies in het oog omgaat, kan er, hoe wonderlijk, in binnenstappen, al zal hij daarbij sterk het gevoel krijgen in het gezelschap van Gulliver te zijn beland.

Middenin de pupil van het oog wordt de bezoeker overvallen door iets wat hij buiten eigenlijk al had kunnen vermoeden: gigantische beelden gemaakt vanuit een supertelescoop of een ruimteschip dat hem in razende vaart langs planeten, sterren en meteorieten doet denderen. Het reuzenoog speurt werkelijk het heelal af.

Het oog ligt aan de rand van Valencia, in het hart van een enorm bouwterrein, waar een compleet nieuwe stad aan het verrijzen is: de Stad van de Kunsten en Wetenschappen. Het enige voltooide gebouw is L'Hemisfèric, het planetarium in de vorm van een oog.

Het is het nieuwste, spectaculaire werkstuk van de Spaanse architect Santiago Calatrava die hier, in deze satelliet van zijn geboorteplaats Valencia, een monument voor zichzelf aan het optrekken is. Aan beide zijden van het planetarium werken arbeiders aan twee andere werkstukken van Calatrava: het Paleis der Kunsten en het Wetenschapsmuseum.

Met het project in de drooggevallen bedding van de rivier de Turia is de faam van Santiago Calatrava eindelijk ook zijn eigen land binnengewaaid. In de halve wereld was hij al geaccepteerd als een groot architect met een spectaculaire stijl, een reputatie die hij opbouwde vanuit zijn hoofdkwartier in Zürich. Spanje zelf bleef lang de voorkeur geven aan buitenlandse grootheden als Norman Foster of aan de blokkendozenbouwer Moneo, die nu ongestraft het centrum van San Sebastian aan het verduisteren is.

Maar terwijl Calatrava pas halfweg is met zijn nieuwe stad in Valencia hebben de cultuurpausen een radicale ommezwaai gemaakt en de architect bekroond met de Premio Príncipe de Asturias, de belangrijkste cultuurprijs die Spanje kent. Een prijs die normaliter slechts is weggelegd voor oude mannen met afgesloten oeuvres, maar die de pas 47-jarige Calatrava krijgt op het hoogtepunt in zijn creatieve leven.

De Stad van de Kunsten en Wetenschappen is een project waarmee Valencia zich cultureel op de kaart wil zetten. De nieuwe stad strekt zich uit over een oppervlakte van 350 duizend vierkante meter, op minder dan een kilometer van de zee. De stadsuitbreiding van Valencia concentreert zich langs en in de Turia, in betere tijden een echte rivier, nu een bijna dichtgegroeide droge geul die geheel aan de cultuur zal worden uitgeleverd.

Vanaf een nieuwe brug van Calatrava, zijn specialisme, in het centrum kijk je uit op het zojuist geopende Muziek- en Congrescentrum van de hand van Foster. Volg je de bedding verder landinwaarts, dan beland je vanzelf in het megaproject dat het beeldmerk van Valencia moet worden, zoals het Guggenheimmuseum van Gehry dat van Bilbao is geworden.

Naast het reuzenoog verrijst het Paleis der Kunsten, een bouwwerk van vijftig meter hoog met drie concertzalen, dat dienst gaat doen als multicultureel centrum. Het Wetenschapsmuseum aan de andere kant is een zo mogelijk nog wilder gebouw, dat er uit gaat zien als een ruimteschip dat het op punt staat op te stijgen.

Een vierde ontwerp van Calatrava, een toren met een hoogte van 340 meter, is door de lokale autoriteiten op het laatste moment geschrapt wegeens 'gebrek aan functionaliteit': het mag van de politici allemaal wel leuk zijn, maar het moet ook enig nut hebben.

Voor Santiago Calatrava is het project een manier om 'de stad te maken': 'Aan het einde van deze eeuw hebben wij ons geconcentreerd op het maken van bijzondere gebouwen, de grote iconen. Maar onze taak in de komende eeuw is ons te concentreren op de periferie van de steden, en op het saneren van de oude steden.'

Calatrava is niet alleen architect, hij is ook ingenieur en beeldhouwer, en dat heeft hem tot een buitenbeentje in het vak gemaakt. 'De architecten vinden dat hij een ingenieur is', schreef zijn collega Luis Fernández-Galiano. 'Voor de ingenieurs is hij in de eerste plaats een beeldhouwer. En voor de beeldhouwers is hij gewoon een architect. Geen enkel gremium accepteert ruimhartig het veelzijdige talent van deze schepper, die bovendien beledigend vroegwijs is.'

Santiago Calatrava studeerde architectuur in Valencia. Na het voltooien van die studie in 1973 vertrok hij naar Zürich, waar hij bouwkunde studeerde en in 1981 zijn eerste studio opende. Zürich is nog altijd zijn hoofdkwartier, maar evenveel tijd spendeert hij in zijn studio in Parijs. Sinds enkele jaren heeft hij ook een filiaal in Valencia.

Het succes kwam snel. Met twee projecten uitgevoerd tussen 1983 en 1985 vestigde hij zijn naam: de gevel van een fabriek in Duitsland en de spectaculaire metalen luifel van het hoofdpostkantoor in Luzern. Vanaf dat moment begonnen de opdrachten binnen te stromen. In Zwitserland zette hij een kantoorgebouw neer in Suhr, een school in Wohlen, het treinstation Stadlehofen in Zürich. Hij bouwde de Olympische toren van Montjuich in Barcelona, en hij begon bruggen te bouwen, het specialisme waarmee hij voorgoed doorbrak. Er zijn bruggen van Calatrava in Sevilla en Bilbao, in Venetië en Londen, in Barcelona en Valencia, om de bekendste te noemen.

'Bruggen maken de stad', is het devies van Calatrava en met zijn skeletachtige constructies heeft hij het aanzien van tal van steden veranderd. Een van zijn laatste werken is de fragiele voetgangersbrug over de Nervion, pal achter het Guggenheim in Bilbao: 'We proberen elke plaats het beste te geven, zoals dat kleine vertoon van tederheid en evenwicht dat de loopbrug in Bilbao is', verklaarde Calatrava.

'Ik probeer een coherent werk te maken, waarbij ik me laat inspireren door meesters als Wright en Saarinen. Maar ik gebruik mijn eigen vocabulaire, werk met vormen die kwaliteit hebben en met materialen zo oud als beton en staal. Spanje heeft een grote traditie van scholen en bouwers. Ik leun minder op de technologie en gebruik de vormen en materialen met een zekere durf.'

Een van de kenmerken van het werk van Calatrava is de suggestie van beweging die het altijd opwekt. Zoals de Alamillo-brug over de Guadalquivir in Sevilla, waarop de ene voorover hangende zuil de hele brug lijkt open te trekken. Of de brug over de Turia in Valencia, die op zijn zij lijkt te kantelen. De suggestie van beweging spreekt ook uit de andere bouwwerken van Calatrava, zoals het treinstation op het vliegveld van Lyon, een reusachtige vogel met uitgeslagen vleugels. Of het al eerder genoemde Wetenschapsmuseum in Valencia.

Een aangepaste kathedraal in New York, een auditorium op Tenerife, een museum in Milwaukee, het Station Oost in Lissabon, een metrostation in Valencia: Calatrava is over de hele wereld actief. Behalve aan de Stad van Kunsten en Wetenschappen werkt zijn team op dit moment aan de bouw van een station in Luik, de nieuwe terminal van het vliegveld van Bilbao en een brug in Reading. Voorts heeft Calatrava projecten lopen in Dallas, Dublin en Sankt Gallen.

Van de 120 concoursen waarvoor hij zijn ideeën instuurde won Calatrava er meer dan veertig. Zijn grootste nederlaag leed hij in Duitsland, waar Norman Foster de verbouwing van de Rijksdag voor zijn neus wegkaapte. Maar dat was eigenlijk geen echte nederlaag, zei hij bij de toekenning van de Premio Príncipe de Asturias: 'Met de tijd heb ik geleerd heel tevreden te zijn over het concours van Berlijn, omdat de ideeën die ik heb gepresenteerd ook zijn uitgevoerd. Alleen de koepel en de positie van de vergaderzaal deden mijn project verschillen van die van de twee andere finalisten.'

Calatrava is een Einzelgänger in het architectuurwereldje, iemand die zelden zijn gezicht laat zien en officiële bijeenkomsten mijdt: 'Zoals overal bestaan ook in dit wereldje belangengroepen en het is onmogelijk ze te negeren. Ik heb een situatie van eenzaamheid verkozen, met alle voor- en nadelen.'

De architect heeft inmiddels ook een naam opgebouwd als beeldhouwer. De resultaten van zijn activiteiten in die discipline, die hij als 'mijn geheime werk' betitelt, zijn geëxposeerd in het MoMA in New York en op de Biennale van Venetië. Op dit moment bereidt Calatrava een grote tentoonstelling van zestig werken voor die te zien zal zijn in het Museum voor Moderne Kunst in Valencia.

'Ik begrijp het organische op dezelfde manier als Antonio Gaudí of Frank Lloyd Wright dat deden', zei hij in een interview. 'Als beeldhouwer definieer ik mijzelf als een purist, een beschouwer van de pure vorm. Als architect zie ik elk project als een levend werk met dezelfde relatie tussen de delen als je kunt ontdekken in rotskristallen, of in bomen. Ik ben architect, ingenieur en beeldhouwer, in drie gelijke delen. Elke dag besteed ik een deel van mijn tijd aan beeldhouwen. Het beeldhouwen is de basis van het formele onderzoek ten dienste van mijn architectuur.'

Populair is de architectuur van Santiago Calatrava zonder meer. Zijn werk wordt altijd met open armen ontvangen door de mensen die er tegenaan moeten kijken. Dat is niet zo vreemd, oordeelt collega Luis Fernández-Galiano: 'Halfweg tussen surrealisme en science-fiction bezit de figuratieve welsprekendheid van Calatrava een aantrekkingskracht die het kleine kringetje van de avant-gardekunst ver te buiten gaat en die zijn werk op een speelse en ongebruikelijke manier verleidelijk maakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden