Bruce Springsteen

Peter Ames Carlin kreeg hulp uit onverwachte hoek toen hij bezig was met een biografie van Bruce Springsteen

Gijsbert Kamer

Anderhalf jaar werkte de Amerikaanse journalist Peter Ames Carlin al aan zijn biografie van zanger en gitarist Bruce Springsteen, toen hij een telefoontje kreeg van de man die hij tot dan toe nog niet had gesproken: Jon Landau, Springsteens manager.

Landau had een verrassend bericht: hij bood Carlin alle medewerking aan. Via zijn manager gaf Springsteen de biografie zijn zegen, wat zich uitbetaalde in de medewerking van veel intimi van 'The Boss', onder wie zijn zuster Ginny, die zich zelden of nooit liet interviewen.

Na Dave Marsh is Carlin de tweede biograaf die volop toegang kreeg tot Springsteen, zijn familie en zijn team van managers. Marsh publiceerde in 1987 Glory Days, dat vooral de jaren tachtig uitgebreid in kaart bracht, de periode waarin Springsteen dankzij het miljoenensucces van het album Born In The U.S.A. kon uitgroeien tot superster. Erg kritisch was Marsh daarbij niet, wat gezien zijn uit de jaren zeventig daterende vriendschap met Springsteen ook niet verwonderlijk is. Carlin citeert zelfs een e-mail waarin Marsh stelt dat hij nooit gepretendeerd heeft objectief over Springsteen te schrijven, want 'dat vind ik maar mal en je schiet er niets mee op'.

Carlin suggereert dat hij zijn onderwerp wat minder kritiekloos bewondert. En inderdaad, een van de oorzaken die zijn biografie zo plezierig en geloofwaardig maakt, is dat de auteur noch een humorloze dweper is, noch een scepticus die per se de mythe van Springsteen als de eeuwig sympathieke, immer hard werkende muzikant wil slopen.

Carlin lijkt alles gelezen, gehoord en gezien te hebben wat ter zake doet en vertelt vooral boeiend over Springsteens jeugd in Freehold, New Jersey en zijn eerste bands, The Castiles en Steel Mill. Springsteen was in 1969 zelfs niet ver van een optreden op het legendarische popfestival Woodstock. Daarna volgen zijn ontmoeting en samenwerking met manager Mike Appel, de innige vriendschap met gitarist Steven Van Zandt, het platencontract met Columbia, de doorbraak met Born To Run in 1975, de breuk met Appel en de ontmoeting met Landau (de man die als journalist de gevleugelde woorden 'Ik zag de toekomst van de rock 'n' roll' aan hem wijdde), de wereldwijde successen met The River (1980) en Born In The U.S.A., de wat moeizamere jaren negentig, en zijn wederopstanding na 9/11 met het album The Rising (2002).

Onvermijdelijk is veel daarvan al bekend, maar Carlin biedt ook nieuws. Zo dreigde Springsteen zijn drummer Max Weinberg tijdens de opnamen van The River te ontslaan als hij niet heel snel bijles nam. Ook is Springsteen in 2003 antidepressiva is gaan slikken. En dat de zanger toen hij in 1999 zijn E-Street Band weer bij elkaar riep (na jaren zonder hen gespeeld te hebben) zijn oude maten een wel zeer karig loontje wilde betalen, laat Carlin evenmin onvermeld.

Jammer is alleen dat je niet echt inzicht krijgt in wat Springsteen (63 inmiddels) nog altijd bezielt: avond aan avond marathonconcerten geven (zoals vanavond in Nijmegen) die met het jaar alleen maar langer lijken te duren. Carlin dringt misschien niet door tot de psyche van zijn onderwerp , maar een boeiend leven en werken brengt hij knap in kaart. De Nederlandse editie is niet alleen mooi vertaald, maar ook ontdaan van vele overbodige noten, terwijl in al te lange opsommingen het fileermes is gezet. Te betreuren valt er ook iets: een namenregister ontbreekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden