Brood op weg naar het einde

Consequent heeft Chabot gekozen voor opbeurende titels, die zonder twijfel de goedkeuring van het onderwerp zouden kunnen wegdragen. Dat de woordspeligheid ervan ook de nodige ironie bevat, is de lezer van de reeks van meet af aan duidelijk. Minutieus volgt Chabot in deze tetralogie immers de laatste tien levensjaren van Brood, die op een zeker moment de prijs moest betalen voor dertig jaar zuipen en speed spuiten. Het onderwerp was langzaam maar zeker in een lijdend voorwerp veranderd. De boektitels trachten de treurniswekkende waarheid achter een grijnslach te verstoppen. Anders zouden de delen zoiets als Broodje hoogst ongezond, Broodje halfdood, Brood uitgespeeld en Broodjes dodelijke sprong hebben geheten.

Op zijn 54ste kon het lichaam niet langer. In het voorjaar van 2001 kreeg Brood te horen dat hij nog enkele maanden te leven had, tenzij hij zijn onverantwoorde levenswijze resoluut zou wijzigen. Maar hoe dat klaar te spelen, alsnog een verantwoord bestaan gaan leiden terwijl zijn lichaam en geest loepzuiver waren afgesteld op snelheid en vruchtbare onrust? En daarbij, wat was het alternatief? Een oppassend huisvader worden in Amsterdam-Zuid, verpieterend op de bank, dat was nou niet een reëel lonkende optie. Een afgang voor zijn zorgvuldig opgebouwde imago. Door het excessieve gebruik van roesmiddelen had de verlegen Brood dertig jaar lang de selfmade non-conformistische kunstenaar kunnen zijn. Liever opbranden dan uitdoven was al die tijd zijn credo geweest.

Aldus geschiedde. In Broodje springlevend volgen we de onttakeling van griezelig nabij: net voordat de speed niet meer werkt, neemt Brood zijn muzikale testament op, de ijzersterke cd Ciao Monkey (2000). Op de binnenkant van het hoesje noteerde hij in de kinderlijk getekende letters die zijn karakteristieke handschrift vormden het volgende: 'Toen ik de nog ruw gemixte tapes hoorde bleek dat elk nummer tot in details de crisis omschrijft waar ik nu midden in zit. Welk een profetie. Onbewust wist ik mogelijk 10 jaar geleden al dat het tijd was voor een drastiese ingreep. Overigens ga ik de komende dertig jaar een brood neerzetten die de absolute tegenpool is van de vorige, mij welbewust dat ik de eerste jaren moet investeren om uw wantrouwen weg te werken. Vooralsnog voelde ik me nooit eerder zo trots en dichtbij mezelf als op ciao monkey die ik dan ook zonder blikken of blozen aanprijs. Dank voor uw aandacht. herman brood.'

Het laatste nummer is de intieme Nick Cave-cover When I get home, terecht samen met een gebroken gezongen My way postuum op single uitgebracht. Zijn levenswijze maakt het onontkoombaar de verlangde thuiskomst van When I get home elders te situeren dan in het ondermaanse.

En de plechtigheid van dat 'Dank voor uw aandacht' werkt, ondanks alles, ook op de lachspieren. 'Ik ben 1 mens in nood', dicteert een uitgeputte Brood aan zijn ijverig noterende boezemvriend Chabot, en dat wil je graag geloven; maar tegelijk valt er om het intrieste gezwalk van de geïmplodeerde rocker regelmatig te schaterlachen. Met zijn nieuwe maat, de papegaai Cor op de schouder ('een echte rock 'n rollpapegaai'), tolt Brood van kliniek naar caféterras, het ene moment huilend van ellende en het volgende alweer reddeloos verslingerd aan opium, wodka en methadon. Eén ding was zonneklaar: clean was-ie niks waard. De fatale sprong op 11 juli 2001 van het dak van het Hilton-hotel in Amsterdam, van waaraf hij zijn eigen huis kon zien, was geenszins een bevlieging. Herhaaldelijk had hij daarop gezinspeeld, en achteraf wordt het Chabot duidelijk dat Brood lang voor die elfde juli minstens twee keer op datzelfde dak heeft gestaan.

Hij was niet meer te redden. Chabot probeert zijn 'ouwe reus' van de doodlopende weg af te praten, maar zijn waarschuwingen komen niet aan. Vaker dan voorheen onderbreekt Chabot de - wederom prachtig opgetekende - monologen van zijn altijd grappig formulerende held met een observatie van de weersgesteldheid. Strakke blauwe lucht. Lekker zonnetje. Zacht briesje. Die feitelijkheden sorteren eenzelfde effect als zijn tegenwerpingen: ze komen uit een andere wereld, eentje waar de autonoom bergafwaarts glijdende Brood niet meer werkelijk deel van uitmaakte.

Dat laat zien met hoeveel beleid Chabot te werk placht te gaan, een vormaspect waaraan te zelden aandacht is besteed. Die papegaai is ook meer dan een koddig attribuut van de eeuwig aandacht zoekende Brood. Cor is in álles een papegaai: ook hij kan niet van alcoholische dranken afblijven en schijt gerust een restaurant onder, laat vast voedsel (frietjes) steeds vaker staan, bijt thuis de stoelzittingen kapot, en als hij wegens onhandelbaar gedrag huize Brood heeft moeten verlaten, is dat niet minder dan een aankondiging van de verdwijning van zijn broodheer. Als Chabot aan het eind van het boek bij het graf van Brood op begraafplaats Zorgvlied staat, strijkt een familie 'halsbandparkieten' neer in de boom rechts van Hermans grafveld. 'Doe de groeten aan Cor', prevelt Chabot dan devoot tot de parkieten.

Vlak voor zijn dood poseerde Brood nog voor de wassen replica die na zijn dood werd onthuld in het Madame Tussaud-panopticum in Amsterdam. De gesprekken die een uiterst broze Brood tijdens die sessies voerde met de Engelse beeldhouwster en het personeel zijn het tragikomische zwaartepunt van Broodje springlevend. Het heeft er veel van weg dat iedereen daarbij aanwezig, doordrongen was van de symboliek van de situatie: Brood ging ter plekke óver in een beeld - dat zijn eigen kleren en schoenen draagt -, en kon daarna zelf met een gerust hart vertrekken.

Een week voordat Brood een eind aan zijn leven zou maken, gaat hij met Chabot in hotel The Grand kijken naar het perfect gelijkende beeld. De beeldhouwster wil nog een laatste keer alle details checken. Brood zet zijn hoed af, en blijkt een kale kop te hebben. Ontzetting bij het personeel. Grapje - maar ook een duister omen: hij was zelf al niet meer de artiest die daar was vereeuwigd. Brood is was geworden. Waarbij de Brood-fan niet anders kan neuriën dan de befaamde songline: 'Checking out in your last hotel'. . .

Madame Tussaud heeft Brood tussen de schilders gezet, als zou hij meer op zijn plaats zijn bij Picasso en Dalí dan bij de zangers. Ook Bono Vox, zanger van de Ierse formatie U2 die een groot zwak had voor 'Hurman', bekent in een lang en bijzonder telefoongesprek met Chabot dat hij Brood hoger achtte als schilder dan als muzikant. De biograaf zelf onthoudt zich van een oordeel - onderdeel van zijn attitude in eerste instantie verslaggever te zijn, geen duider. Maar Brood zonder Wild Romance, zonder mijlpalen als de platen Shpritsz, Yada Yada of Ciao Monkey, zonder de bloeitijd die voorafging aan de periode die Chabot met engelengeduld heeft vastgelegd - daar mogen wij niet aan denken!

Ik durf het bijna niet te vragen, maar meneer Chabot: u kende Brood al vijftien jaar toen u aanving met de eerste paragrafen voor Broodje gezond. Heeft u nog puf over? Om het beeld compleet te krijgen, zou een deel over de gloriejaren, van toen Herman écht springlevend was, wenselijk zijn. Om niet te zeggen broodnodig.

Bart Chabot: Broodje springlevend.
Nijgh en Van Ditmar; 316 pagina's; euro 18,50.
ISBN 90 388 1413 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden