Bron van het kwaad

Het Algemeen Dagblad beschuldigde oud-burgemeester Peper van fraude. Of liever: anonieme bronnen deden dat. Mag een krant zich daarachter verschuilen?...

PETER VAN DIJK staat bijna alleen. Collega's van andere Nederlandse kranten vinden op enkele uitzonderingen na dat de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad niet bijster sterk heeft geopereerd in wat de 'kwestie-Peper' is gaan heten. Ze storen zich niet aan de scoop waarin de oud-burgemeester van Rotterdam ongezouten wordt beticht van fraude en plat graaigedrag, maar struikelen vrijwel collectief over de wijze waarop Van Dijk nu lijkt weg te kruipen achter een koor van anonieme bronnen. Dat vinden ze 'zwak', 'magertjes', 'labbekakkerig' of zelfs 'gevaarlijk'.

De kwestie-Peper begint eind oktober met een voorpagina-brede onthulling in het Algemeen Dagblad. Op basis van informatie van ruim veertig, vooral anonieme bronnen schrijft de krant dat Bram Peper, sinds een jaar minister van Binnenlandse Zaken, als burgemeester heeft gerommeld met gemeenschapsgeld, zichzelf en zijn vrouw op kosten van de stad fêteerde, en cadeautjes achteroverdrukte. Peper eist prompt opheldering en dreigt met een rechtszaak. Waarna Van Dijk, bijgestaan door juristen, in een brief tracht uit te leggen dat Peper niet bij hem, maar bij de 'bronnen' moet zijn.

'Ontluisterend', vindt Peper, die de brief in de openbaarheid brengt. Daarmee wordt de affaire-Peper een beetje de affaire-AD - een spindoctor had het niet beter kunnen arrangeren. Mediajuristen noemen het verweer van hoofdredacteur Van Dijk 'laf', en hoofdredacteur Jan Schinkelshoek van de Haagsche Courant verbaast zich: 'Je blijft als krant verantwoordelijk voor de publicatie. Je hebt geen enkel alibi of excuus. Ik vind het ook niet bij Van Dijk passen, bewonder hem juist om de robuustheid van zijn opvattingen. Dat het alleen een juridisch verweer zou zijn, vind ik niet sterk. In een vlek moet je niet wrijven - daar wordt-ie alleen maar groter van.'

Een ronde langs ruim twintig regionale en landelijke kranten - heel veel meer zijn er niet - leert dat geen enkele hoofdredacteur sinds de AD-scoop heeft verzuimd na te denken over het gebruik van anonieme bronnen. In beginsel niet doen, luidt de gedragscode, die soms op schrift staat (bij BN/De Stem, zegt Ben Rogmans), soms een ongeschreven wet is, soms om aanvullend schriftelijk bewijs vraagt (bij het Limburgs Dagblad, zegt Peter Stiekeman), maar die vrijwel overal wordt gehanteerd. Waarna evenzogoed het grote worstelen begint, omdat het soms onvermijdelijk is de identiteit van een bron te beschermen. Een informant kan een topambtenaar zijn die een zwijgplicht heeft en zijn baan op het spel zet. Of hij kan ietwat louche zijn, en een pak slaag uit 'het milieu' riskeren. Soms is het belang van een publicatie groot genoeg om van de eigen code af te wijken: als het bijvoorbeeld om de integriteit van een minister gaat, of om een gebrek aan integriteit.

Niemand gruwt zo van anonieme bronnen als George Vogelaar. De hoofdredacteur van De Limburger ergert zich aan 'de gemakzucht die door de journalistiek woekert': 'Want je geeft iets belangrijks weg - de controleerbaarheid. Ik word gek van al die anonieme bronnen. Ik probeer het radicaal uit te roeien. Ook bij ons. Elk stuk dat gebaseerd is op anonieme bronnen, wordt aan mij voorgelegd. En ik moet weten wie het is. Anders komt het de krant niet in. Als een verslaggever mij niet vertrouwt, vertrouw ik hem ook niet.' Vogelaar zegt dat hij het Peper-verhaal niet zou hebben gepubliceerd. Wie veertig anonieme bronnen kan vinden, moet nog maar even doorzoeken om vijf stevige zegslieden te vinden die wel on the record willen, redeneert hij rechtlijniger dan de meeste andere hoofdredacteuren. Tot het tegendeel is bewezen, willen die wel geloven dat de Rotterdamse krant professioneel is, en 'een zaak heeft'. Al vinden sommigen dat de Peper-scoop met net iets te veel aplomb is opgeschreven. 'Ik zou het wat geserreerder hebben gebracht', zegt Leo Pronk van het Rotterdams Dagblad.

Het begrip voor Van Dijk verdwijnt zodra de brief van de krant aan Peper ter sprake komt, behalve bij René van Zanten van het Utrechts Nieuwsblad ('Ik kan me die reactie wel voorstellen; je bent verantwoordelijk voor de publicatie en de betrouwbaarheid van de bronnen, niet voor de beschuldigingen'), bij Lutsen Kooistra van het Friesch Dagblad ('Je weet nooit helemaal zeker of een bron de waarheid spreekt; dat weet je zelfs van je eigen vrouw niet'), en bij Folkert Jensma van NRC Handelsblad ('Het is een technisch, correct antwoord; ik zie dat niet als het je verschuilen achter bronnen').

Talrijker zijn de meewarige of ronduit afkeurende reacties. Dat de beschuldiging van fraude nooit door het AD is geuit of 'eigen gemaakt', maar slechts door 'bronnen', noemt Vogelaar een 'lulargument': 'Je bent geen doorgeefluik.' Ron Brown van het Noordhollands Dagblad: 'Als je zo reageert, doe je alsof je er niets mee te maken hebt.' En Gerard Driehuis van Twentsche Courant Tubantia ziet het al even simpel: 'Als je je bronnen aan het oog onttrekt, neem je de verantwoordelijkheid over. Je moet dan zelf aanspreekbaar zijn. Of dat juridische betekenis heeft, interesseert me minder dan de fatsoensnorm. Je moet het toch vooral jezelf kunnen uitleggen.'

En aan de lezer, zegt Andreas Oosthoek van de Provinciale Zeeuwsche Courant: 'Eigenlijk zegt het AD: we distantiëren ons ervan. Het lijkt me dat je dat als krant niet moet doen. De lezer moet weten wat de waarheid is.' Een krant moet pal achter zijn publicatie blijven staan, zegt Geert Jan Laan van het Nieuwsblad van het Noorden: 'Ik heb vroeger vaak met anonieme bronnen gewerkt. In de Lockheed-zaak, en bij het OGEM-dossier. Je moet je hoofdredacteur en de lezers er steeds van overtuigen dat het wel goed zit. Dat je met je bronnen dicht bij het vuur zit. Daarna kun je je er nooit achter verschuilen. Wat Van Dijk nu doet, zie ik als een faux pas van een in het nauw gedreven krant.'

'De redactie exploiteert geen billboard', reageert adjunct-hoofdredacteur Jaap de Berg van Trouw, de krant die woensdag in een commentaar kortweg vaststelde dat de ontwijkende brief van het AD misschien juridisch wel deugt, maar onderwijl getuigt van 'een magere journalistieke taakopvatting'. Een krant die anonieme bronnen opvoert, moet bereid zijn voor die bronnen een hand in het vuur te steken. Wie terugdeinst, bewijst de journalistiek geen dienst, en loopt, zegt Pieter Broertjes van de Volkskrant, het risico zijn betrouwbaarheid te verliezen. 'Dat is het ergste wat je kan overkomen. Je kunt niet zeggen dat je alleen de boodschapper bent geweest. Maar laten we even afwachten. Voordat we de boodschapper veroordelen, moeten we weten wat er uit het onderzoek in Rotterdam komt.'

Waar een uitzondering als NRC's Jensma wel wil meedenken met het juridische verweer van het Algemeen Dagblad, vrezen de meeste andere hoofdredacteuren dat de houding van het AD niet goed valt uit te leggen aan de lezer. De krant zegt in een hoofdredactioneel commentaar wel vierkant achter het Peper-verhaal te staan, maar neemt een week later behoedzaam afstand van wat de bronnen beweren. En wat moet een lezer met het verweer van Van Dijk dat niet alle feiten in de scoop door de krant 'als vaststaand' zijn gepresenteerd? Zijn er dan nog andersoortige feiten? Of staan de feiten bij het AD pas vast als dat er uitdrukkelijk bij wordt gezegd?

'Het verweer van het AD draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van de journalistiek', zegt Peter Bergwerff van het Nederlands Dagblad. 'Hun houding is slap', meent Tony van der Meulen van het Brabants Dagblad. 'Juridisch zal het allemaal wel erg knap in elkaar gezet zijn, maar het komt labbekakkerig over. Door het verhaal te publiceren, geef je er een legitimatie aan; de lezer rekent erop dat wat in de krant staat, ook klopt. Dan is het raar om te zeggen dat je er niet voor verantwoordelijk bent.'

De enige die hardop twijfelt over de gevolgen van 'de kwestie-AD' - behalve de niet voor commentaar bereikbare Peter van Dijk - is Pronk van het Rotterdams Dagblad. Hij vindt het wegduiken van zijn concurrent in Rotterdam 'wat gemakkelijk', maar 'tegelijk denk ik niet dat de lezer daar erg van wakker ligt. Het Rotterdamse publiek denkt: waar rook is, is vuur, en het AD heeft toch maar lekker de waarheid gezegd over die zakkenvullers. Dat is misschien wat cynisch, ja, maar het zijn sentimenten onder lezers waar sommige kranten heel groot mee geworden zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden