'Broeders' van Mohammed B. roept wrange associatie met Nescio op

Een verrassend element in de journalistieke productie rond de tiende sterfdag van Theo van Gogh is de reportage in boekvorm van journalisten Jutta Chorus en Ahmet Olgun over de groep rond Mohammed B.: de jongens die in B's huis samen onthoofdingsvideo's keken, discussieerden en luisterden naar een geheimzinnige 'sjeik'.

Het is op de een of andere manier goed dat twee journalisten zo intensief proberen de wereld van de moordenaar 'beter te begrijpen', het is goed dat zij nieuwsgierig genoeg waren om naar Marokko af te reizen, waar vier van die jongens hun leven slijten. Tamelijk moeizame levens. En het is goed dat zij optekenen dat een vijfde jongen nu op de Amsterdamse Dappermarkt staat, ploeterend om zowel zijn oude vader als zijn jonge zoontje te verzorgen. Ook goed is het dat Chorus en Olgun zelf zo ver mogelijk van elk moreel oordeel wegblijven.

Maar leren we inderdaad iets beter begrijpen? Ja, dat West-Europa en het Rif-gebergte stuivertje hebben gewisseld in de beeldvorming. 'Baarden en nikabs, zeiden de inwoners van de stad [Al Hoceima], zijn geïmporteerd uit West-Europa.' In Al Hoceima 'rookten de jongeren allemaal hasj en ze zaten met evenveel gemak aan de heroïne' zegt de in Amsterdam achtergebleven Redouan. Het kan verkeren.

Ze zouden de wereld veranderen

Maar uit wat de broeders zelf zeggen, worden we niet veel wijzer. Jihadstrijders zijn het niet geworden, berouw of ontzetting lijken ze evenmin te voelen. Het blijft bij uitspraken als 'Die moord helpt niet. Dan kun je iedereen wel vermoorden. Die moord heeft slecht uitgepakt voor alle moslims in Nederland' of 'Als Mohammed die moord niet had gepleegd, waren wij niet opgepakt.' Ook de families in Marokko geven hom noch kuit. In huize B. worden Chorus en Olgun hartelijk ontvangen. Maar wordt vóór het eten de moordende telg nog veroordeeld, na de maaltijd prijst een oom hem de hemel in.

De handvatten voor begrip die de broeders niet te bieden hebben, proberen Chorus en Olgun dan maar zelf aan te brengen in hun reportage. En daar wringt iets, in zinnen als: 'Ze maakten spannende plannen', 'Ze zouden de wereld veranderen' en 'Broeders waren ze geweest'. Dat klinkt precies als Nescio's Titaantjes ('Jongens waren we'), met Mohammed B. als Bavink, die 'mal geworden is'. Titaantjes, een terugblik op 'een wonderlijke tijd (...) die duurt zoolang er jongens van negentien, twintig jaar rondloopen' is een van de ontroerendste boeken uit de Nederlandse literatuur. Daarom is de associatie wrang en werkt voor het begrijpen juist averechts. Immers, in Titaantjes wordt alleen een schilderij kapot gesneden. In Broeders een keel.

Jutta Chorus en Ahmet Olgun bij de presentatie van hun boek in Den HaagBeeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden