Brits exportverbod op 'een van beste portretten Rembrandt'

De Britse overheid heeft een tijdelijk exportverbod opgelegd aan een van de late meesterwerken van Rembrandt in Brits privébezit. Het werk zou van 'buitengewoon esthetisch en historisch belang' zijn voor het Verenigd Koninkrijk. Dat is opmerkelijk,want het schilderij had al in 2008 in het bezit van het Rijksmuseum kunnen komen - als dat destijds genoeg fondsen had kunnen verzamelen.

Catrina Hooghsaet van Rembrandt Beeld X
Catrina Hooghsaet van RembrandtBeeld X

Het exportverbod geldt voor het Portret van Catrina Hooghsaet, dochter van een Amsterdamse kompasmaker, dat rond 1657 door Rembrandt werd geschilderd. Het werk, dat eerder dit jaar was te zien op de overzichtstentoonstelling Late Rembrandt in het Rijksmuseum, zwierf ruim 250 jaar rond in Britse adelijke kringen voordat het in bezit kwam van de familie Douglas-Pennant. Cultuurminister Ed Vaizey zegt dat het exportverbod loopt tot februari 2016 en dat het, indien er zich een Britse koper met serieuze plannen aandient, kan worden verlengd tot oktober volgend jaar.

Het uitvoerverbod is opvallend omdat het werk al jaren boven de markt hangt. In 2008 moest het Rijksmuseum afhaken, ook al was het erin geslaagd voor 34 miljoen euro aan toezeggingen bijeen te sprokkelen, waarvan 15 miljoen van het Rijk. De familie Douglas-Pennant hield vast aan een vraagprijs tussen de 50 en 70 miljoen euro. Het Rijksmuseum bevond zich in 2008, onder leiding van directeur Ronald de Leeuw, midden in slepende verbouwingsperikelen en had bepaald niet de wind mee.

Er was in 2008 nog geen sprake van een exportverbod. Vermoedelijk is de reputatie van het portret sindsdien toegenomen door de ook in de Britse pers luid bejubelde kassakraker Late Rembrandt, die ook in de Londense National Gallery te zien was. Door Britse kunstkenners wordt 'hun' Catrina tegenwoordig gezien als een van de beste portretten die Rembrandt heeft gemaakt.

Catrina Hooghsaet door Rembrandt Beeld
Catrina Hooghsaet door RembrandtBeeld

47 miljoen euro

Zeven jaar na de mislukte aankoop door het Rijks is de situatie compleet veranderd. Wim Pijbes - de opvolger van De Leeuw - slaagde erin 80 miljoen euro van het Rijk te mobiliseren, voor de met Frankrijk gedeelde aankoop van twee schilderijen (voor totaal 160 miljoen euro) uit de collectie van de bankiersfamilie Rothschild: de portretten van Maarten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634. Die twee werken verschenen eerder dit jaar op de markt. De 80 miljoen euro per schilderij, steekt af bij de huidige vraagprijs van het portret van Catrina Hoogsaet: 47 miljoen euro.

In de Volkskrant plaatste kunsthistoricus en kunsthandelaar Jan Six in oktober vraagtekens bij het bedrag van 160 miljoen voor de twee Rembrandts. Dat zou volgens cultuurminister Bussemaker 'een of andere rijke oliesjeik' de pas moeten afsnijden. Volgens Six is de markt voor oude meesters en Rembrandts in het bijzonder van een compleet andere orde dan die voor impressionisten en moderne kunstwerken.

Op de lijst van werken met een Brits exportverbod staan behalve de Rembrandt ook een Cézanne en een Egyptische beeld uit 2400 voor Christus.

Belangstellenden bekijken het schilderij Portret van Catrina Hooghsaet in het Rijksmuseum tijdens de voorbezichting van de tentoonstelling Late Rembrandt van begin dit jaar. Beeld anp
Belangstellenden bekijken het schilderij Portret van Catrina Hooghsaet in het Rijksmuseum tijdens de voorbezichting van de tentoonstelling Late Rembrandt van begin dit jaar.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden