Brieven van Frans Kellendonk

Voorpublicatie

De jonggestorven Frans Kellendonk, misschien wel de belangrijkste auteur van zijn generatie, bleef altijd iets van een mysterie. Nu zijn zijn brieven voor het eerst te lezen.

Beeld Chris van Houts

Inzage krijgen in het privéleven van Frans Kellendonk, de schrijver die een kwart eeuw geleden stierf op 39-jarige leeftijd aan de gevolgen van aids, moet degenen die hem hebben meegemaakt vooraf gevoelens van ongemakkelijkheid bezorgen. Al woonde hij in het centrum van Amsterdam en kon je hem regelmatig over straat zien lopen, een benaderbare indruk maakte de schuchtere auteur van romans (met als hoogtepunt Mystiek lichaam, 1986 ), novellen en essays, tevens vertaler van Henry James en Emily Brontë, bepaald niet.

Maar elke schroom verdampt bij het lezen van de ruim driehonderd brieven uit de jaren 1968-1990, die de komende week door de bezorgers Oek de Jong en Jaap Goedegebuure gepubliceerd worden als De brieven, samen bijna vijfhonderd pagina's (uitgeverij Querido).

Frans Kellendonk, de belezen zoon van een Nijmeegse aannemer, die op zijn 27ste promoveerde en binnen tien jaar na zijn debuut Bouwval (1978) als een van de belangrijkste Nederlandse schrijvers van zijn generatie gold, blijkt behalve teruggetrokken ook warm en verbazend promiscue geweest te zijn. In de keuze die de Volkskrant als voorpublicatie mag afdrukken, zien we de spontaniteit en brille die hij aan de buitenwereld zelden toonde, maar die hij zich durfde toe te staan zolang er niemand meekeek en hij zich schriftelijk tot echte vrienden, naaste familie en goede bekenden kon richten.

Aan Jan Duyx, 24 augustus 1971

In de zomer van 1971 had Kellendonk Jan Duyx leren kennen. Beiden woonden in een studentenflat op het complex Galgenveld. Jan Duyx was afkomstig uit het Limburgse Wijlre en studeerde medicijnen.

Lieve Jan,

Hierbij ingesloten vind je de sleutel van mijn kamer. Als je nou mijn kamer openmaakt dan zul je een aantal peren vinden, bijzonder geschikt voor consumptie (hetgeen ze over een week b.v. niet meer zouden zijn).

Je wordt vriendelijk verzocht die op te eten.

Dan is nu het moment aangebroken om jou wederom te verlossen van Mij en al mijn Pretenties.

Veel liefs.

Frans

Aan A.F.Th. van der Heijden, 13 mei 1979

A.F.Th. van der Heijden begon te publiceren onder de naam Patrizio Canaponi. Op 7 mei 1979 liet hij Kellendonk vanuit Perugia weten dat zijn eigenlijke roepnaam 'Adri' luidde.

Bethaniënstraat 6
1012 ca Amsterdam 13 mei 1979

Beste Adri,

Mijn hartelijke dank voor het verslag van je vorderingen en voor de onthulling van je dagelijkse naam (Aan de telefoon verstond ik ooit 'Arie', maar dat leek me net iets te mal.) Zelf heb ik ooit overwogen om de naam van mijn toenmalige vriend en minnaar, Jan Duyx, tot pseudoniem te nemen. Als blijk van eeuwige trouw en ook omdat ik 't zo'n mooie naam vond, kort en toch heel herkenbaar. Maar hij wilde er niet aan. De complicaties zouden natuurlijk niet te overzien zijn geweest, wat mij overigens wel een grappige bijkomstigheid leek. Ook het compromis 'Frans Duyx', dat ons tot broertjes of neefjes zou maken, kon geen genade vinden. Alleen daarom heb ik mijn eigen naam aangehouden. Het is geen bijzonder welluidende naam, maar hij is herkenbaar en voldoet bovendien aan de Reviaanse vier-lettergrepen regel (Franskel Lendonk). Je hoeft je, wat mij betreft, niet voor je pseudoniem te verontschuldigen, vooral niet nu er ook persoonlijke redenen mee gemoeid blijken. Het enige nadeel, bij een massa voordelen, lijkt me een situatie als deze, waarin je je genoodzaakt voelt je echte naam bekend te maken. Zo'n openbaring krijgt dan iets ongewild plechtigs en intiems en moet wel tot een anticlimax leiden. Het is dan alsof je dagenlang gekleed hebt rondgelopen in een nudistenkamp, eindelijk besluit om ook je kleren uit te trekken, vervolgens hetzelfde verborgen blijkt te hebben gehouden als wat alle anderen steeds hebben getoond en dan toch, op de een of andere manier, naakter bent.

Terughoudendheid jouwerzijds over werk in uitvoering zou ik betreuren, maar ik kan me goed voorstellen dat je van ons gezeur af wilt zijn en dat in een onbewaakt moment gedane beloften wat zwaarder gaan drukken dan je prettig vindt. Denk overigens niet dat we ons teleurgesteld zouden voelen wanneer je zo'n belofte niet helemaal naar de letter nakomt; dat zou zeer onterecht zijn, want je bent verreweg de meest produktieve Revisor-medewerker. 'De draaideur' is weer een fascinerend verhaal. Ik heb maar één aanmerking, een algemene die voor al je werk geldt, behalve voor 'Lieve nr. 3170' en het romanfragment dat je ons ooit hebt laten lezen: ik ben niet zo gelukkig met je neiging om de thematiek van je verhalen liever aan te duiden, middels 'puns',verwijzingen en symbolen, dan te dramatiseren. Ik heb zelf een principieel andere 'vertelopvatting' - ik sta, om me tot de angelsaksische literatuur te beperken, aan de kant van Henry James, terwijl jij je bevindt in het kamp van de latere James Joyce en Thomas Pynchon. Wat me niet belet om erg nieuwsgierig te zijn naar je novelle 'Triangel'.

Bedankt, ook nog, voor het kiekje dat je me alweer een hele tijd geleden hebt toegestuurd. Tot ziens.

Vriendelijke groet,

Frans Kellendonk

Het verhaal 'Lieve nr. 3170' verscheen in De Revisor, 1979, nr. 1. Het verhaal 'De draaideur', dat naderhand zou worden uitgewerkt tot een roman, verscheen in De Revisor, 1979, nr. 6. De novelle Triangel (later uitgewerkt in de roman De gevarendriehoek) werd niet in De Revisor gepubliceerd.

Beeld Philip Mechanicus / HH / MAI

Aan Wim Bergmans, 13 september 1981

Kellendonk stuurde deze ansichtkaart vanuit New York.

Ik heb zojuist de zondagseditie van de ny Times doorgewerkt, 3 kilo krant, waarin je verdomd goed moet zoeken, tussen de advertenties, naar de artikelen. Dat typeert de vs nogal. Er is hier erg veel, vooral veel oninteressante flauwekul. Ik heb nog nooit zoveel Rembrandts en Vermeers gezien als hier, maar de mooiste hangen toch in het Rijksmuseum en het Mauritshuis. In Boston zijn niettemin een paar straten en gebouwen die uniek zijn.

Alle goeds,

Frans

Aan Jan de Vries, 8 oktober 1981

2521 Pillsbury Ave. S. # 201

Minneapolis Mn 55404 u.s.a.

Lieve Jan,

Dank voor je brieven van 6 & 26 sept. jl. Thijs is geweest en weer vertrokken en die logeerpartij is precies geworden wat ik ervan had gevreesd, een en al ellende. Achteraf valt moeilijk uit te maken in hoeverre hier sprake is van een self-fulfilling prophecy, maar ik heb althans oprecht geprobeerd om helemaal opnieuw met hem te beginnen - en op elk van die pogingen volgde steevast een gruwelijke rotstreek zijnerzijds, ik zal je de details besparen. De hele situatie was natuurlijk idioot. Hij had have en goed verkocht om zijn halsstarrige minnaar te kunnen volgen naar het andere eind van de wereld, de hoogste vorm van heldendom toch in de B-films die hij zo prachtig vindt. Zoiets dient bekroond te worden met eeuwig geluk. Tijdens mijn eerste twee weken in dit land had ik me hem met geweld uit mijn hoofd gezet, maar ik kom thuis, op een zondagavond, en daar ligt hij op mijn divan naast een brandende kaars. Een offer. Ik wilde niets liever dan opnieuw beginnen! Al mijn vaste voornemens verdwenen op datzelfde moment in de vuilnisbak. Maar als iemand zich met huid en haar aan je heeft overgeleverd treden er geniepigheidjes in werking, waarvan die B-films nooit iets laten zien. De zwakke heeft een moreel overwicht op zijn weldoener. Per definitie een klootzak, en is praktisch sterker. Zit ook, onbewust misschien, boordevol wraakgevoelens die hem ertoe nopen zijn kracht te gebruiken. Hij heeft me zoveel mogelijk duiten uit de zak geklopt, dat is het eind van het liedje, en toen ik hem de deur gewezen had was er van zijn liefde niets meer over. Hoer! Hoer! Hoer! O, dit is allemaal zo onnodig geweest, zo voorspelbaar. Ik heb er verschrikkelijk verdriet van.

Hij wil nu het klooster in, maar niet heus. God is de volgende goedzak die zich laat bedonderen, die ervoor zorgen moet dat Thijs zichzelf nog wat langer kan blijven bedonderen. Thijs is panisch. Altijd vrolijk en gezellig en doodsbang.

Jan, ik hoop dat het je goed mag blijven gaan. De volgende keer krijg je een brief met prettige berichten, want die zijn er ook. Doe iedereen svp de groeten.

Alle liefs van

Frans

Aan Ed Spanjaard, 22 juni 1984

Ed Spanjaard was gedurende een aantal zomers directieassistent in Bayreuth bij de voorbereiding van de uitvoering van Der Ring des Nibelungen en enkele andere opera's van Wagner. Kellendonk werkte aan een roman die aanvankelijk Gijselhart en uiteindelijk Mystiek lichaam zou gaan heten. Hij poseerde in Utrecht voor de schilder Kees Knopper (1944-2000). Uit de reeks Kellendonkportretten van Knopper werden er negen verworven door het Letterkundig Museum.

Bethaniënstr. 6
1012 ca Amsterdam 22 vi '84

Goeiemorgen maestro!

Meinen aufrichtigsten Dank voor je brief van de 17de dezer en zeer speciaal voor de boedelbeschrijving van je jongenskamer. Slaap je wel goed in die wezensvreemde seraglio? Ben je niet bang dat Heinz onverhoeds binnenkomt en dan meent dat je net zo iemand bent als hij?

Misschien herinner je je van school ook die razende weerzin wanneer het gesprek op wijven kwam, en het besef dat jij, godlof, anders was. Ze weten in elk geval wie er de baas is, daar in Bayreuth, dat maakt het leven altijd een stuk gemakkelijker.

Ik heb inderdaad goed gewerkt in het Rijk van Nijmegen, zoals je uit de verte reeds vermoedde. Tussen een hoop gedraai en een wirwar van uitvluchten, een stapel papier die meer dan een kilo weegt intussen, heb ik nu mijn eigenlijke verhaal ontdekt. Het is doodsimpel: een vader en een dochter houden van elkaar tot wurgens toe en zij bevrijdt zich uit die houdgreep door zwanger te worden van een willekeurige vreemde. Ik heb steeds geweten dat dit mijn verhaal is en een jaar lang heb ik me daartegen verzet, om redenen van 'aanzien des persoons' voornamelijk, maar alles wat ik schrijf is op zijn eigenaardige haatdragende manier toch een liefdesverklaring en daarom hoeft niemand zich erdoor gekwetst - en ik me er niet door bezwaard - te voelen. En als je kans ziet iets waarachtigs te schrijven ben je daartoe verplicht, vind ik. De slaapwandelaarster tippelt nu langs de afgrond met een snelheid van drie blz. per dag en is niet meer te stuiten.

Vorige week heb ik Sukowa bewonderd in Pierrot Lunaire, een heel fijnzinnige waanzin. Aan de Histoire du Soldat heb je niets gemist: een onsamenhangende voorstelling, schmierende Kraaijkamp - ik hoorde een paar mensen met heimwee spreken over de voorstelling van De Appel.

Afgelopen zondag was ik in Utrecht om te poseren voor een schilder die het in zijn hoofd gehaald heeft om een serie van zestien portretten te maken. Ik poseer overigens liever een hele middag voor een schilder dan tien minuten voor een fotograaf. Zo'n kiekapparaat trekt zich niets van je aan. Deze schilder werkt in verschillende stijlen en de meeste portretten die hij af had bevielen mij maar matig omdat ze erg aan andere artiesten deden denken, een meterhoge pentekening à la Hockney bijvoorbeeld. Maar één acrylschilderij was heel goed: spannend door zware schaduwpartijen en er zit een omhoogstrevende dramatiek in die ik zelf nogal kenmerkend vond voor de persoon van de geportretteerde. Echt een heiligenprent, nu ik er eens goed over nadenk, alleen de nimbus was wijselijk weggelaten. De kunstenaar heeft zelf ook veel geposeerd, zij het dan uitsluitend met zijn onderlijf: hij is jarenlang verschenen in de reclames voor Homme onderbroeken.

Mijn moeder zegt altijd: iedereen heeft ergens wel iets moois.

Ed, als je een moment hebt om te denken aan het gemier van na de Götterdämmerung, laat dan svp nog eens iets van je horen. Wees intussen verzekerd van mijn innige belangstelling en heilswil,

je

Frans

Beeld Philip Mechanicus
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.