Brieven uit Veere

Het Nirwana, en nog goedkoop ook

'Noord Beveland nix gedaan als je spleen hebt.' Niet verrassend dat deze zin is geschreven door de Nescio, pseudoniem van Frits Gröhnloh (1882-1961), die als de literaire koning der ontnuchtering geldt. Wel opmerkelijk mag het heten, dat dit zinnetje afkomstig is uit een brief die Gröhnloh schreef aan zijn vrouw Agathe Tiket, in 1908. Zij was zwanger van hun tweede kind en bleef in Amsterdam, en hij, toen 26 jaar en kantoorbediende bij de Holland Bombay Trading Company, had besloten zijn neerslachtigheid te lijf te gaan met twee weken Zeeland.



Twee brieven stuurde hij in die periode naar huis. Kort geleden kwamen ze voor de dag bij de erven van de schrijver, reden waarom ze pas nu voor het eerst worden gepubliceerd. Het was al wel bekend dat Gröhnloh in de zomer van 1908 in Veere, Middelburg en Arnemuiden was geweest, en dat het Zeeuwse decor een rol van betekenis vervult in zijn eerste verhaal De uitvreter (publicatie in 1911) was ook zonneklaar - maar na al die jaren onthullen deze brieven de gemoedsgesteldheid van de jonge vader en kantoorbediende, terwijl ze tevens bewijzen dat hij al schrijver was voordat hij zich als zodanig manifesteerde.



Zo bescheiden als de documenten zijn, in het geval van deze miniaturist is het zaak blij te zijn met elke snipper, en dan zijn twee voltooide brieven van enkele pagina's elk weer een feest. Het mooie is dat er zelfs een ontwikkeling in te bespeuren valt: ietwat nukkig komt hij in Zeeland aan (eerste brief:


'De domme menschen hielden hun domme smoelen, den heelen dag heb ik niet met smaak gegeten (...) Berouw v/d centen die zoo'n reis kost.'), maar dan leert hij de gemoedelijke ritmiek van de vissershaven Veere waarderen, en vanaf de kerktoren kan hij uren aaneen om zich heen zitten tureluren.

'Als je dat volk hier hoort praten dan merk je wat taal is. Ze zeggen niet veel en 't is altijd 't zelfde maar 't is altijd 't zelfde zooals 't Veersche gat en de plaat en 't tij en de zee altijd 't zelfde zijn, dat wil zeggen heelemaal niet altijd 't zelfde als je 't maar weet.'

De opgetogen Gröhnloh staat zich een filosofische bespiegeling toe, als hij zijn vrouw zegt dat dit het Nirwana moet zijn, waar die 'stokoude Indiërs' het over hebben: 'De eene golf rolt over de andere en daarna zie je ze nooit weer om, zoo leef ik hier, de uren beteekenen hoogstens eten, overigens is 't water hoog of 't is laag en als 't een tijdje donker is ga je naar bed.'

En goedkoop is het hier ook, schrijft hij daar dan achter aan, zoals bezorgster Lieneke Frerichs in haar verantwoording niet nalaat ook te citeren. Die combinatie is namelijk wat Nescio zijn geheel eigen toon geeft, en waardoor hij - net als Multatuli - niet na te volgen, in te korten of te hertalen is zonder de oorspronkelijke tekst onherstelbaar te beschadigen.

In deze zin zijn de twee nieuwe Nescio-brieven belangrijke aanwinsten: ze bewijzen nog eens dat hij onnavolgbaar was in ontnuchteringen, maar daarbij beklemtonen ze dat hij anderzijds gegrepen was door bijna kosmische natuurervaringen. Het is alsof de onttovering ('en goedkoop is het hier ook') hem zelf voor opstijgen en wegzweven dient te behoeden. De eeuwigheidservaring moest op de een of andere manier toch weer aan plaats en tijd worden gebonden, tot een momént van tijdloosheid gecomprimeerd, om beheersbaar te blijven.

Vele jaren later, in 1951, is Nescio weer in Veere geweest, en beklom met zijn schoonzoon de toren van de Grote Kerk. In zijn Natuurdagboek noteerde hij op 18 juli: 'Op de balk gezeten met opgetrokken knieën en tegen de balk als in 1908 zoo te zeggen haast bij God (tusschen half 5 en kwart voor 5). Veere vol touringcargedoe.' Zou hij om zijn eigen formulering hebben gegrinnikt, of ging zoiets bij deze geest geheel vanzelf - het zou, hoe dan ook, de titel kunnen zijn van Nescio's natuurobservaties: 'Haast bij God; tussen half vijf en kwart voor vijf.'

/>Natuurlijk meteen hierna nog even De uitvreter herlezen, over de schilder Bavink die uit Veere die eigenaardige Japi meenam. Uren zat die vent daar aan de waterkant te staren. Hij dichtte niet, schilderde ook niet, was geen natuurvriend en geen anarchist. 'Ik ben Goddank heelemaal niks (...) eigenlijk doe ik nog veel te veel. Ik ben bezig te versterven. Het beste is, dat ik maar stil zit, bewegen en denken is goed voor domme menschen.'
Dikwijls hebben neerlandici gespeculeerd over de identiteit van de uitvreter. Dat hoeft nu ook niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden