Brieven over het kwaad

Spinoza legt het nog eens helder uit: het kwaad bestaat niet

Hoe komt het kwaad in de wereld? Dat is een vraag waar vooral theologen en filosofen zich al eeuwen het hoofd over breken. Cruciaal daarbij is de rol van God. Als Hij almachtig is, had Hij het kwaad in de schepping niet hoeven toelaten, tenminste als Hij ook algoed is. Almacht en algoedheid gaan niet samen.

Dit hemeltergende probleem staat bekend als de theodicee. Onder deze titel schreef Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) een boek waarin hij het probleem probeerde op te lossen. Zijn bevinding was dat we 'in de beste van alle mogelijke werelden' leven. Dit dictum is op oneindig veel manieren verdraaid, geïroniseerd en geparodieerd.

Ook onze nationale trots Spinoza (1632-1677) heeft zich met de theodicee beziggehouden, in zijn hoofdwerk Ethica, maar ook elders. In zijn briefwisseling met Willem van Blijenbergh legt hij nog eens helder en bondig uit hoe het volgens hem precies zit, zodat ook een niet al te snuggere en steile christen als Van Blijenbergh het kan begrijpen - verspilde moeite, zoals blijkt.

Spinoza's oplossing is even elegant als simpel. Om te beginnen is God geen persoon. Hem bedoelingen toedichten, is absurd. Het is ook ongerijmd te spreken van een schepping; dat zou immers een schepper veronderstellen, met andere woorden een menselijk wezen, en dat is God niet. De wereld is automatisch en onvermijdelijk voortgekomen uit één volmaakte substantie, die door Spinoza 'deus sive natura' (god of natuur) wordt genoemd (het lijkt er sterk op dat Spinoza het woord 'god' liever had weggelaten - het zou een hele hoop misverstanden hebben voorkomen, maar zo ver durfde hij kennelijk niet te gaan). Uit de volmaakte substantie kunnen alleen maar volmaakte dingen voortvloeien: werkelijkheid en volmaaktheid zijn synoniemen. Spinoza stelt dus boudweg dat het kwaad in ontologische zin niet bestaat; het is de mens die door de dingen met elkaar te vergelijken onderscheid aanbrengt tussen goed en kwaad.

Spinoza's glasharde ontkenning van het kwaad komt nog steeds keihard aan, op ons evenzeer als destijds op zijn tijdgenoot Van Blijenbergh. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die laatste er geen begrip voor kon opbrengen.

De Brieven over het kwaad zijn zeer verzorgd uitgegeven, hertaald en becommentarieerd door Miriam van Reijen. Hoewel ze af en toe een beetje overijverig is, verdient ze alle hulde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden