TV-recensie Haroon Ali

‘Brieven aan Andalusië’ gaat niet over Spanje, maar over migratie, geluk en teleurstelling

Stef Biemans wilde al een serie maken over Zuid-Spanje. ‘De eerste kolonisten van Latijns-Amerika kwamen uit deze regio’, zei hij onlangs in de VPRO Gids. Maar hij zou daarna weer terugkeren naar Nicaragua, waar hij al jaren woonde met zijn vrouw Audrey en hun twee kinderen. Vanuit die thuisbasis maakte Biemans series als Metropolis, Americanos en Over de rug van de Andes. Maar door een ongunstig lot kreeg Brieven aan Andalusië (iedere zondag  bij de VPRO op NPO 2) een totaal andere wending.

Biemans kan namelijk niet terug naar Nicaragua, waar dictator Daniel Ortega steeds harder optreedt ­tegen dissidenten. De kogels vlogen hun om de oren, dus moest het gezin halsoverkop het land verlaten. ­Nadat de IND Audreys komst naar Nederland bemoeilijkte, verhuisden Biemans en zijn gezin naar Utrera, een stadje van 50 duizend inwoners onder de rook van Sevilla. Andalusië ‘lijkt het meest op thuis’ en de mensen spreken hun taal. Maar voelt het ook als thuis?

Die vraag geeft Brieven aan Andalusië een zwaardere lading. Biemans verkent de lokale gewoonten door met inwoners te corresponderen, een vorm die hij eerder al gebruikte in zijn jeugdserie Brieven uit Nicaragua. Dat begint als een soort ‘bezigheids­therapie’, maar na hun ­gehaaste immigratie wil hij vooral weten of zijn vrouw, kinderen en na­reizende schoonouders uit de voormalige kolonie echt welkom zijn in Spanje.

Stef Biemans in ‘Brieven aan Andalusië' Beeld VPRO

Op slimme wijze koppelt Biemans hun integratie aan grotere maatschappelijke thema’s. In de eerste ­aflevering zien we dat zijn vrouw moeite heeft om te aarden, wat wordt gespiegeld aan de verhalen van Afrikaanse vluchtelingen. Daarna ontmoeten we zijn schoonouders, terwijl Biemans de hechte Spaanse ­familieverhoudingen onderzoekt. In aflevering drie, die zondag op tv was, geeft zijn zoontje een spreekbeurt over het geweld in Nicaragua. Dat koppelt ­Biemans weer aan de terreur van Franco.

Soms is Biemans iets te ambitieus. Hij verstuurt talloze brieven, maar deelt ze ook uit. Hij schrijft ze aan  individuen en aan groepen. Daardoor raakt Biemans weleens de draad kwijt, als hij zelfs dictator Ortega een brief wil sturen. Maar het is iedere keer indrukwekkend als een inwoner zijn of haar antwoord voorleest en recht in de camera kijkt. Met zijn vrolijke Latijns-Amerikaanse accent en ontwapenende glimlach spoort de presentator hen vervolgens aan om meer te vertellen dan ze van plan waren.

Met nog drie afleveringen te gaan, kunnen we wel stellen dat Brieven aan Andalusië zijn meest persoonlijke serie tot nu toe is. Biemans onderzocht al vele ­dilemma’s in de Spaanssprekende wereld, maar hij toont nu ook de frictie in zijn ontwortelde gezin. Hij incasseert de steken van zijn vrouw, die zegt dat Biemans haar gevoelens niet begrijpt. Hij troost zijn zoon, die na zijn spreekbeurt huilt van heimwee. Die momenten wringen en ontroeren. Deze serie gaat niet zozeer over Spanje, of Nicaragua, maar over migratie, geluk en teleurstelling. ‘Het gevoel wél ergens te willen zijn, maar er niet van te kunnen genieten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden