Bridget Jones, Mad about the boy

Bridget Jones zanikt maar door, pagina na pagina

Gouden sprookjesregel nummer 1: na 'en ze leefden nog lang en gelukkig' is het afgelopen. Dat Doornroosje door de prins lomp wordt ingeruild voor een jonge schildknaap, Assepoester aan de drank gaat en Sneeuwwitje eindigt als een morsig kattenvrouwtje: het zal allemaal best, maar we hoeven het niet te weten.

Halverwege de jaren negentig introduceerde de Britse journaliste Helen Fielding een nieuw soort vrouwelijke heldin: Bridget Jones. Bridget was halverwege de dertig en man- en kinderloos. Ze leidde een chaotisch leven dat overliep van de goede voornemens, waarvan nooit iets terecht kwam. Fielding liet Bridget haar leven beschrijven in dagboekvorm, in eerste instantie voor de Engelse krant The Independent; later werden de stukken gebundeld tot Bridget Jones's Diary (1996) en The Edge of Reason (1999). Chicklit was het, maar goede chicklit: intelligent geschreven, zeer humoristisch, speels het bijna twee eeuwen oudere Pride & Prejudice van Jane Austen parodiërend.

Na The Edge of Reason was het klaar; Bridget en haar geliefde, de rijke mensenrechtenadvocaat Mark Darcy, hadden elkaar gekregen. De twee boeken werden verfilmd (met Renée Zellweger, Colin Firth en Hugh Grant in de hoofdrollen) en iedereen leefde nog lang en gelukkig.

Dus niet. Na veertien jaar afwezigheid verscheen afgelopen week Bridget Jones opeens weer ten tonele, in een derde deel onder de titel Mad about the Boy; de Nederlandse vertaling ligt vandaag in de winkel. Het boek is zelfs voor toegewijde fans een klap in het gezicht.

Niet eens zozeer omdat Mark Darcy dood is - hij blijkt vijf jaar geleden om het leven te zijn gekomen toen de pantserwagen waarin hij zat in Zuid-Soedan op een landmijn reed, en heeft Bridget achtergelaten met een goed inkomen, een mooi huis en twee schattige kindertjes.

Dat Bridget 51 jaar oud is, rimpels heeft en uitzakt, dat haar voormalige lover Daniel Cleaver in het nieuwe boek is gereduceerd tot sneue babysit en dat in het leven van Bridget een geheel nieuwe beste vriendin is opgedoken die Talitha heet en zestig wordt: het is jammer, maar het mag. Zo gaat het leven. Natuurlijk waren we liever meteen van het schokkende nieuws op de hoogte gebracht; als Fielding de gouden sprookjesregel nummer 1 wat eerder aan haar laars had gelapt, had de lezer in elk geval een beetje met de ouder wordende Jones kunnen meegroeien.

Maar goed: ook een plotsklaps 51 geworden Bridget die zichzelf volstopt met geraspte kaas en blikjes Red Bull en 80 kilo weegt, totdat ze van haar vriendinnen op mannenjacht wordt gestuurd, is overkomelijk. Het puberale gedoe met een twintig jaar jongere 'toyboy', het geknoei met een filmscript over Hedda Gabler die ze consequent Hedda Gabbler noemt: het zou allemaal geen probleem zijn, zolang het maar goed was opgeschreven.

Dat is het niet. Bij het lezen bekruipt je eerst vertwijfeling (ach, ze moet er even inkomen), daarna achterdocht (heeft Fielding dit zélf geschreven of zijn er een paar neppers met haar geesteskind op de loop gegaan?) en tot slot diepe droefenis. Fielding kiest opnieuw voor de vertrouwde dagboekvorm, maar raakt hopeloos de weg kwijt als ze binnen die vorm probeert uit te leggen wat er de afgelopen jaren allemaal is gebeurd.

Hinderlijker is dat Fielding zich niet meer precies lijkt te herinneren hoe sommige dingen ook alweer zaten. In deel 1 was de lezer nog getuige van de eerste echte ontmoeting tussen Mark Darcy en Bridget Jones, die elkaar als peuter weliswaar hadden gezien maar daar geen levendige herinnering aan hadden, nu heet het: 'O, Mark. Mark. Ik kende hem zo goed; ik kende hem al sinds ik naakt over het grasveld van zijn ouders rende.'

Het ergst is het oeverloze gebabbel over niks: Bridgets geleuter op Twitter, Bridgets paniek om het uitblijven van sms'sjes van vriendjes, Bridgets getob met de school van de kinderen. Het zanikt en zeurt maar door, pagina na pagina, op een kleinemeisjestoon

die bij een 35-jarige Bridget best lollig was, maar die bij een 51-jarige vooral seniel aandoet.

Héél af en toe kom je een passage tegen die vaag herinnert aan de tintelende humor van de eerste twee Bridget Jones-boeken. Maar vooral blijf je na lezing met twee treurige conclusies achter: jammer dat Fielding in 1999 met Bridget Jones is gestopt; en veel jammerder dat ze er in 2013 opnieuw mee is begonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden