Interview Brian May

Brian May, Queen-gitarist én astrofysicus, over zijn liefde voor de sterren

Hij moest zijn promotieonderzoek een jaar of dertig stilleggen om gitaar te spelen in Queen. Maar nu, op zijn 72ste, ziet astrofysicus Brian May al zijn wetenschappelijke interesses samenkomen. 

In het tuinhuisje van een Engelse villa nabij Windlesham, diep in de bossen van het graafschap Surrey, zit de astrofysicus Brian Harold May (72) aan een tafel, zijn laptop opengeklapt voor zich. Met twee handen houdt hij een stereoscoop, een 3D-kijker, voor zijn ogen. Op het puntje van zijn neus rust zijn leesbril. Op het laptopscherm staan stereofoto’s die de ruimtesonde New Horizons in 2015 van Pluto maakte, de verre dwergplaneet.

‘Kijk eens, zo prachtig.’ May overhandigt de stereoscoop aan zijn gast uit Nederland en schuift de laptop over het tafelblad. ‘Kijk eerst naar deze 2D-foto. En nu door de stereoscoop naar het 3D-beeld.’

De Volkskrant-journalist denkt terug aan zijn Viewmaster van rond 1980, aan de plaatjesschijven van wilde dieren en Zorro, kijkt en mompelt wow. De 3D-foto is niet alleen spectaculair veel mooier, maar laat vooral ook veel beter zien hoe het oppervlak van Pluto eruitziet, terwijl de foto’s die het stereobeeld vormen op zichzelf niet scherper of gedetailleerder zijn dan de 2D-foto.

‘Mooi hè?’, glundert May. Als directeur van The London Stereoscopic Company (die dus niet in Londen is gevestigd maar in de groene zoom ten westen van de stad, in het achterland van vliegveld Heathrow) was hij nauw betrokken bij het maken van deze 3D-foto’s, als ‘science team collaborator’ van de New Horizons-missie.

Buzz Aldrin op de maan, 1969. Brian May leverde de stereofoto’s voor Race naar de maan 3D. Beeld CREDITS VOLGEN

Dit zou allemaal tamelijk normaal zijn geweest (een wetenschapper die een journalist over zijn werk vertelt) als deze meneer May niet nog een ander baantje had gehad. Zijn gilet met elektrische gitaartjes is een subtiele hint, de platinaplaten aan de muur (Bohemian Rhapsody, We Will Rock You...) vertellen de rest. De hoge bos van zilveren engelenkrullen op zijn hoofd herken je uit duizenden.

Dr. Brian H. May mag op gezette tijden graag een mopje rockgitaar spelen in zijn bandje Queen, dat sinds de dood van frontman Freddie Mercury (1991) is blijven optreden met andere zangers. Aan studioalbums doen ze niet meer, aan tournees langs grote arena’s nog altijd wel.

In 1974 schoof May, met lof afgestudeerd in de wis- en natuurkunde aan Imperial College London, zijn onvoltooide proefschrift terzijde omdat zijn rockbandje enig succes begon te krijgen. Toen hij het 33 jaar later weer uit de lade haalde, met het doel het op zijn 60ste alsnog te voltooien, had hij een slordige 300 miljoen albums verkocht. Hij promoveerde alsnog als astrofysicus, in 2007, aan het Imperial College. Zijn promotieonderzoek ging over beweging en snelheid van interplanetaire stofwolken (‘zodiacal dust clouds’), die zijn gemaakt van hetzelfde spul waaruit ooit de aarde is geboetseerd. Door het te bestuderen kunnen we – indirect – meer leren over onze eigen kosmische geschiedenis.

Deze week is de Nederlandse vertaling van een prachtig nieuw boek verschenen, waarvan May een van de samenstellers is: Race naar de maan 3D, het verhaal van de wedloop tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, van de eerste Spoetnik/Vostok-missie van Joeri Gagarin (april 1961) tot aan de missie van het Amerikaanse Apollo-programma (december 1972). David J. Eicher schreef de tekst; Brian Mays stereoscopie-instituut leverde het beeldmateriaal, waaronder veel ‘stereofoto’s’. Een kunststof 3D-bril wordt meegeleverd: in de dikke kaft is er een bewaarplek voor uitgespaard.

May bladert door de meegebrachte Nederlandse vertaling. Hij strijkt er met zijn vingertoppen over, ruikt aan het papier. Hij is trots, het is haast ontroerend om te zien.

‘In de victoriaanse tijd was stereoscopie enorm populair’, vertelt hij, ‘zowel als vermaak in de huiskamer als in de wetenschap. Het was de standaard. Daarna raakte stereoscopie bijna een eeuw uit de mode. Een Viewmaster was kinderspeelgoed. De kwaliteit van die stereofoto’s was ook matig: in de victoriaanse glorietijd waren ze veel hoogwaardiger.’

Het is een gek idee, zegt May: als Neil Armstrong en zijn mannen een eeuw eerder naar de maan hadden gekund, in 1869, zouden ze zéker 3D-apparatuur hebben meegekregen. In 1969 niet.

‘Er was wel een cameraatje aan boord dat er geschikt voor was, maar het maken van stereobeeld had geen wetenschappelijke prioriteit. Een halve eeuw later geloven we weer wél in de wetenschappelijke meerwaarde van stereoscopie. Daar houden we ons hier mee bezig.’

3D-boeken over Queen maakt The London Stereoscopic Company trouwens ook. Queen-fans kopen ongeveer alles.

Brian May is een vriendelijke, rustige man, die goed kan uitleggen. Dat is een opluchting, want in de trein van Londen naar Surrey brak het angstzweet me even uit.

Het leek de krant aardig om de astrofysicus en ruimtevaartkenner over zijn nieuwe boek te laten interviewen door een popjournalist, die als kind wel boeken over de spaceshuttle voor zijn verjaardag vroeg, maar toch meer kaas gegeten heeft van Mays muziekcarrière.

Manmoedig downloadde ik Mays proefschrift uit 2007 (A Survey of Radial Velocities in the Zodiacal Dust Cloud) en ook zijn meest prestigieuze publicatie als astrofysicus: het artikel ‘MgI Emission in the Night Sky Spectrum’ (1972) in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

In een tweede belangrijke publicatie, in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, gaf hij een tussenstand van zijn promotieonderzoek: ‘An Investigation of the Motion of Zodiacal Dist Particles’. Het verscheen net voor het tweede studioalbum van Queen (Queen II), in februari 1974. Een half jaar later vielen Queen en sterrenstof niet meer te combineren.

Enfin, ik lezen, maar ik kom de eerste alinea niet eens door. Het is voor een leek volslagen onbegrijpelijke wetenschappelijke materie. Een aanval van het oplichterssyndroom is het gevolg: is dit niet pure blufpoker? Hoor ik dit wel te doen? Straks blijkt Brian May een strenge astrofysicus die van alles bekend veronderstelt en mij vilein ontmaskert en me laat sneuvelen in het gesprek.

Godzijdank, zo’n man is May dus niet. Sterker, aan het ‘impostor syndrome’ lijdt hij zelf ook. Hij begint er na een paar minuten praten spontaan over.

De Apollo Lunar 9 Module, in 1969. Brian May leverde de stereofoto’s voor Race naar de maan 3D.

‘Ik vond mezelf als wetenschapper een totale prutser. Steeds als ik een deel van mijn proefschrift inleverde bij mijn supervisor, kreeg ik het vol strepen en krabbeltjes terug. Ik vond dat ik als astrofysicus tekortschoot, al was ik cum laude afgestudeerd. Zelfs nu mijn proefschrift voltooid is en ik me doctor mag noemen, voel ik me nog geen echte wetenschapper. En het stomme is: als rockmuzikant heb ik hetzelfde. Altijd die sluimerende angst dat mensen erdoorheen zullen prikken: straks ontdekt iedereen dat het allemaal niets voorstelt.’

Even voor de goede orde: hoe zit dat precies met die interplanetaire stofwolken, die stereoscopie en die ruimtevaart? Dat zijn toch drie heel verschillende zaken? Hoe verhouden ze zich tot elkaar in het sterrenkundige universum van Brian May? Wat hebben ze met elkaar van doen?

May vertelt dat hij als jongetje al groot fan was van Patrick Moore, de autodidacte BBC-astronoom die generaties Britse kinderen het heelal liet zien. De jonge Brian had nóg een hobby: hij verzamelde stereoscopische foto’s uit de 19de eeuw, Viewmaster-plaatjes avant la lettre uit de glorietijd van het wereldrijk van koningin Victoria.

‘Op school blonk ik uit in wis- en natuurkunde. Ruimtevaart was een fascinerend, trendy onderwerp: ik was 13 toen Joeri Gagarin in 1961 de eerste man in de ruimte werd. Ongeveer elk jongetje wilde in die tijd astronaut worden. Die fascinatie was nauwelijks wetenschappelijk: de astronauten en kosmonauten waren eerder rocksterren. Ik ging wis- en natuurkunde studeren, met sterrenkunde als specialisatie, en kreeg na voltooiing van die studie een promotieplaats aangeboden op het Imperial College. Eerlijk gezegd greep ik die vooral met beide handen aan omdat ik per se in Londen wilde blijven, waar de rockscene zat. Ik kreeg een goede beurs, over mijn inkomen hoefde ik niet te piekeren. Mooi zo, dan kon al mijn aandacht naar Queen.’

Hier doet hij zichzelf tekort. Hij zette zich wel degelijk heel serieus aan zijn onderzoek, in 1971 een tijd vanuit de sterrenwacht Teide Observatory op het eiland Tenerife. Zijn proefschrift was voor een flink deel af toen het rockvirus hem in 1974 deed besluiten nu even volop voor zijn band te kiezen.

‘Ik heb altijd gedacht: ooit maak ik dat proefschrift af. In 2006 pikte ik de draad op toen we met Queen een sabbatical year hadden genomen. De astronomie was natuurlijk totaal veranderd: het was astrofysica geworden. Maar ik had geluk: het onderzoek naar mijn interplanetaire stofwolken had ruim dertig jaar vrijwel stilgelegen.’

Vanaf de tweede helft van de jaren zeventig was de aandacht voor de stofwolken verslapt, maar juist rond 2006 kregen wetenschappers belangstelling voor interplanetaire stofwolken buiten ons sterrenstelsel. Het gaf ook de belangstelling voor stofwolken binnen het sterrenstelsel een impuls: de gedragingen ervan zeiden natuurlijk ook iets over de beweging van stofwolken verder van huis.

‘Ik heb het hele jaar 2006 lezend doorgebracht om de schade in te halen. In dat jaar vertrok New Horizons vanaf Cape Canaveral, op weg naar Pluto. New Horizons had elf wetenschappelijke onderzoeksmissies aan boord, waaronder eentje naar interplanetair stof in de buurt van Pluto. Plotseling was mijn eenzame vakgebiedje weer relevant. Dat was niet mijn reden om de draad van mijn onderzoek weer op te pikken, maar leuker werd het er wel van.’

Nog mooier: New Horizons moest van Pluto en Ultima Thule stereoscopische foto’s gaan maken. Zo vormden zijn jongensfascinaties (stereoscopie, ruimtereizen) én zijn astrofysische onderzoeksgebied (interplanetair stof) plotseling een volmaakte drie-eenheid.

In Race naar de maan 3D (niet Mays eerste boek, wel het eerste dat in het Nederlands verschijnt) drijven geen stofwolken over. De menselijke vertelling voert de boventoon: de heldhaftigheid, het avontuur, de hoofdrolspelers. En ook het drama. In januari 1967 kwam de bemanning van Apollo 1 om het leven toen in hun capsule een brand uitbrak, die door de atmosfeer van zuivere zuurstof razendsnel om zich heen greep. De Russen hadden in 1961 een vergelijkbare tragedie meegemaakt, maar zelfs levensreddende informatie over de gevaren van zuivere zuurstof werd in die tijd niet gedeeld.

‘Dat is natuurlijk een van de fascinerende aspecten van de race naar de maan’, zegt May. ‘Het was een integraal onderdeel van de Koude Oorlog. De astronauten en kosmonauten zagen dat totaal niet zo: zij waren geneigd elkaar als broeders te beschouwen. Ik vond dat ontroerend en prachtig om te zien toen we in 2011 het eerste Starmus Festival op Tenerife organiseerden, waar we een aantal van die mannen samenbrachten.

‘Tussen Neil Armstrong, de eerste mens op de maan, en Aleksej Leonov, die in 1965 de eerste ruimtewandeling maakte, bestond een diep, instinctief gevoel van vriendschap. De oorlogssfeer waarin de ruimtewedloop was ingebed was bizar en soms ook tragisch, maar aan de andere kant: zonder die oorlogssfeer zou er nooit zo in die ruimteprogramma’s geïnvesteerd zijn en zou er ook in wetenschappelijk opzicht veel minder zijn bereikt.’

Eicher en May maken er in Race naar de maan 3D een spannende vertelling van, tegen het decor van een snel veranderende wereld: The Beatles, de jongerencultuur, de popmuziek, Vietnam, Woodstock.

‘Als kind las ik de strip Eagle, de avonturen van Dan Dare, piloot van het universum. Zo keek je als jongetje naar die mannen: het waren helden. Ze zagen er ook altijd geweldig uit. Die maanmissies spreken nog steeds tot de verbeelding, omdat de landingen puur pilotenwerk waren: mensenwerk. Niet zo lang geleden mislukten een paar onbemande missies naar de maan. Een maanlanding is namelijk hartstikke moeilijk, nog steeds, ook met de techniek van nu.’

Als astrofysicus en ruimtevaartexpert is hij nog maar pas begonnen, zegt May. ‘Het houdt me van de straat.’

In juli van dit jaar was hij als 3D-autoriteit betrokken bij de Japanse missie Hayabusa2, die na een reis van vier jaar eindigde met een geslaagde landing op de asteroïde 162173 Ryugu. May maakte stereoscopische beelden van de verzamelde data.

‘Je werkt bijna per definitie met verouderde techniek’, zegt hij. ‘Die sondes krijgen apparatuur en software mee die op het moment van lancering nieuw is, maar bij aankomst vaak alweer achterhaald. Dan moet je soms een vertaalslag maken. Improviseren.’

Nu werkt hij mee aan de Osiris-Rex-missie naar de asteroïde Bennu. Hij maakt weer stereoscopische foto’s, maar ook zijn geliefde ‘zodiacal clouds’ spelen mogelijk een bijrol.

‘Ruimtevaart, stereoscopie en interplanetaire stofwolken hebben op dit moment meer met elkaar te maken dan ik in de jaren zeventig ooit voor mogelijk had gehouden. Mijn drie aandachtsgebieden vormen samen een wetenschappelijke driehoek, zou je kunnen zeggen.’

De ‘oplichter’, de ‘impostor’, is op zijn 72ste relevant in drievoud. Als dat geen happy end is. En eigenlijk is het nog mooier: toen het grote avontuur van New Horizons zijn climax naderde, componeerde de vermaarde rockmuzikant Brian May er gepaste muziek bij – en werd de driehoek een vierkant.

Zo ging het er achter de schermen aan toe bij dit verhaal

Popjournalist Menno Pot hoefde gelukkig niet over Queen te praten met Queen-gitarist Brian May

Stel, een astrofysicus schrijft een boek. Wie stuur je daar op af voor een interview? Muziekjournalist Menno Pot lijkt misschien niet de meest logische keus. Behalve als die astrofysicus rocklegende en Queen-gitarist Brian May is natuurlijk.

Beeld New Scientist

David J. Eicher en Brian May: Race naar de maan 3D. New Scientist. 240 pagina’s. € 39,99.

Space Music 1: ’39

Brian May schreef vrij veel songs voor Queen. Het door hemzelf gezongen folklied ’39 (1975) is het enige dat tekstueel raakt aan ruimtevaart en wetenschap. Het gaat over een groep aardbewoners die een jaar de ruimte doorkruisen op zoek naar een nieuwe leefwereld. Bij terugkeer op aarde blijkt daar een eeuw te zijn verstreken. May beschouwt ’39 als een sciencefictionverhaal, maar het speelt wel met het fenomeen tijddilatatie uit de speciale relativiteitstheorie van Albert Einstein. Ook solo maakte hij sciencefictionmuziek: Star Fleet Project (1983). 

Space Music 2: Starmus Festival

Met de Armeense astrofysicus Garik Israelian organiseerde May in 2011 de eerste editie van het jaarlijks gehouden Starmus International Festival bij de sterrenwacht van Tenerife, waar May in 1971 zelf onderzoek deed voor zijn proefschrift. Het festival brengt ruimtevaart, astronomie, muziek en kunst samen en was ook een reünie van astronauten als Neil Armstrong en Buzz Aldrin en kosmonauten als Aleksej Leonov. Brian May hield lezingen en speelde een themaconcert met de groep Tangerine Dream. De eerste editie viel samen met de verschijning van het boek Starmus: 50 Years of Man in Space, door David J. Eicher en Brian May. 

Space Music 3: New Horizons

Brian May werd in 2015 gepresenteerd als wetenschappelijk medewerker aan de Nasa-missie New Horizons (lancering 2006) naar Pluto en de planetoïde Ultima Thule. May assisteerde vooral bij het (voor het eerst) stereoscopisch fotograferen van beide hemellichamen. Toen New Horizons in de vroege uren van 1 januari 2019 Ultima Thule bereikte, voerde May een nieuwe ‘Ultima Thule-mix’ van zijn muziekstuk New Horizons uit, die ook via Spotify verscheen. 

Brian Harold May

1947 19 juli geboren in Londen, Engeland

1968 Bachelor of Science, Imperial College, Londen

1970 oprichting Queen

1971 promotieonderzoek astrofysica, Imperial College, Londen

1974 doorbraak Queen met Killer Queen

1974 promotieonderzoek afgebroken

1977 grootste May-hit voor Queen: We Will Rock You

1985 optreden Live Aid

1991 Queen-frontman Freddie Mercury overlijdt

1992 solodebuut Back To The Light

1998 vernoeming planetoïde 52665 Brianmay

2004 Queen + Paul Rodgers

2007 promotieonderzoek afgerond

2007 aanstelling ‘Visiting Researcher’ Imperial College

2008 formele promotie (PhD) in de Royal Albert Hall, Londen

2011 Queen + Adam Lambert

Brian May heeft sinds 1986 een relatie met actrice Anita Dobson. Ze trouwden in 2000. Hij heeft drie kinderen uit zijn eerste huwelijk (met Christine Mullen): James (1978), Louisa (1981) en Emily Ruth (1987). May en Dobson wonen afwisselend in Londen en Windlesham. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden