Interview Bret Easton Ellis

Bret Easton Ellis vertelt Generatie Watje om te stoppen met huilen: ‘Mijn boek heeft millennials helemaal over de rooie doen gaan’

De tijd van de roman is voorbij, meent romanschrijver Bret Easton Ellis. In zijn essaybundel Wit veegt de Amerikaan de vloer aan met de slachtoffercultus van de millennials en de identiteitspolitiek. 

Bret Easton Ellis Beeld Daniel Cohen

‘Mijn vriend Jay McInerney zegt steeds: ik snap niet waarom een eersterangs schrijver als Bret Easton Ellis een tweederangs filmmaker zou willen zijn. Maar anders dan Jay ben ik opgegroeid in LA. Ik heb niet, zoals Scott Fitzgerald, een vals beeld van Hollywood. Ik ken die wereld. En ik wil er mijn plek in vinden.’

Hij had het al aangekondigd toen hij negen jaar geleden voor het laatst met de Volkskrant in gesprek was: de romanschrijver Bret Easton Ellis was dood. De auteur van het legendarische debuut Less Than Zero en het schokkende American Psycho was klaar met het genre fictie. Hij wilde de filmwereld in. Negen jaar later wil hij dat nog steeds.

‘Ooit was de roman de vorm waarin ik mij het liefst uitdrukte. Ik schreef fictie om meer greep te krijgen op de werkelijkheid en mijn angsten in bedwang te houden. Maar mijn laatste twee romans, Imperial Bedrooms en Lunar Park, waren worstelingen, boeken die ik er met de grootste moeite uitperste. Ik besefte dat ik langzaam maar zeker van de roman was afgedreven in de richting van de film. Mijn inkomen verwierf ik vooral door het schrijven van scripts, die in de praktijk nooit werden verfilmd. Mijn ambitie is overigens niet om scripts te schrijven, maar om zelf een film te regisseren. Ik werk aan een horrorfilm die in LA speelt, maar waarschijnlijk te duur wordt. De filmwereld is zeer competitief en kan frustrerend zijn. Het is als een casino: hoe lang houd je het vol? Waar ligt je pijngrens? Bij mij kennelijk vrij hoog.’

‘Tijd van de roman voorbij’

Een paar jaar geleden, in 2013, leek het bloed toch weer even te kruipen waar het niet gaan kon. Ellis kreeg een angstaanval in de file op Interstate 10 richting Hollywood – dat dan weer wel – waarin zich visioenen voor een roman openbaarden. Hij maakte anderhalf jaar lang driftig aantekeningen, deed wat onderzoek, schreef een aantal scènes.

‘En toen zakte de hele boel in elkaar. Weg! Weet je, ik heb de sterke overtuiging dat de tijd van de roman voorbij is, en dat helpt natuurlijk niet. Natuurlijk worden er nog steeds goede boeken en bestsellers geschreven, maar de positie van het boek in de samenleving is gemarginaliseerd. Het gebeurt zelden meer dat een roman het onderwerp is van een grote discussie. In mijn directe omgeving hebben mensen het over films, over series op Netflix en HBO, niet over boeken.’

Bret Easton Ellis

1964Geboren in Los Angeles, op 7 maart
1985Less Than Zero (Minder dan niks)
1987The Rules of Attraction (De wetten van de aantrekkingskracht)
1991American Psycho
1994The Informers (De informanten), verhalen
1998Glamorama
2005Lunar Park
2010Imperial Bedrooms (De figuranten)
2019White (Wit), essays

Wat hij wel schreef, mede op aandringen van zijn literaire agent, was de non-fictiebundel White, binnenkort in Nederlandse vertaling als Wit, waarin Ellis onder meer terugblikt op zijn jeugd, de controverses rond Less Than Zero en American Psycho en de ruzies die hij de afgelopen decennia met uiteenlopende personen en instanties heeft gehad. Ook maakt hij in Wit een aantal stevige statements over de millennials, de heersende slachtoffercultuur, de Black Lives Matter-beweging, #MeToo en de identiteitspolitiek.

‘De befaamde essaybundel The White Album van Joan Didion, uit 1979, is een van mijn favoriete boeken. Didion is van grote invloed geweest op mijn debuut Less Than Zero: haar schrijfstijl, de wijze waarop ze bepaalde lagen van de samenleving analyseert. Ik bewonder haar moed, haar eigenzinnigheid. Toen ik een titel zocht voor mijn eigen bundel wilde ik aan die eigenzinnigheid refereren. Mijn originele titel was White Privileged Male. Omdat mijn agent en uitgever niet erg enthousiast waren over dat ‘Privileged Male’, en het boek niet echt over rassenkwesties gaat, besloot ik uiteindelijk te kiezen voor White, met associaties als zen, neutraal, zuiver, puur, oprecht.’

Beeld Claudie de Cleen

Werkelijkheid vol willekeur

Tot de interessantste delen van White behoren de hoofdstukken waarin Ellis vertelt hoe zijn wereldbeeld zich ontwikkelde en hoe zijn debuutroman tot stand kwam. In Less Than Zero portretteerde hij een verveelde, nihilistische, amorele generatie jongeren die zich onledig houdt met zuipen, spuiten, snuffmovies bekijken en af en toe een gangbang.

‘Toen ik in de jaren zeventig opgroeide in Californië had je nog geen helikopterouders. De wereld draaide nog niet om kinderen, zoals nu. Ik zag mijn vader misschien tweemaal per week aan tafel, verder was hij druk met zijn makelaarsbestaan in LA. Mijn vrienden en ik leefden in een volkomen vrije wereld. In boeken en films als Carrie, The Shining, Night Shift en Salem’s Lot werden wij geconfronteerd met een werkelijkheid vol willekeur en wreedheid, dood en gevaar. Een gruwelijk boek lezen, een verpletterende film ondergaan, dat beschouwden wij als een stap op weg naar volwassenheid. Een pessimistische levenshouding was een teken dat je hip en cool was. Wij waren nog niet gegrepen door de slachtoffercultus, die momenteel zo overheersend aanwezig is.’

Met die slachtoffercultus heeft Ellis, zo blijkt ook uit Wit, weinig op. De millennials, die volgens hem bij uitstek het slachtofferschap koesteren, afficheert hij in dit boek als Generation Wuss, Generatie Watje. De beoogde reactie bleef niet uit.

Grinnikend: ‘Mijn boek heeft millennials helemaal over de rooie doen gaan. Withete, 3000 woorden lange recensies waarin de vloer met me wordt aangeveegd en die mijn punt nog eens overtuigend onderstrepen. Maar het zijn niet alleen de millennials die zich schuldig maken aan de slachtoffercultus. Op universiteiten zie je taferelen van volwassen mannen met man buns die zich terugtrekken in safe spaces met bordspelletjes, cupcakes en ballonnen, om zo te ontsnappen aan een conservatieve spreker die hun campus bezoekt. Dan denk ik: waar gáát dit over? Mijn grootvader vocht in Normandië toen hij 19 was! Wat gaat er met deze generatie gebeuren?

‘Ik zie dat ook bij mijn vriend Todd, die 22 jaar jonger is, en als linksdenkende geest heel erg in deze opvattingen mee gaat. Het moet te maken hebben met de sociale media, waarop iedereen elkaar voortdurend beoordeelt en iedereen uit is op likes.’

Identiteitspolitiek

Even allergisch als voor de slachtoffercultus betoont Ellis zich in Wit voor identiteitspolitiek, waarbij de sociale identiteit van een bepaalde groep centraal staat.

‘Niemand wordt alleen maar gedefinieerd door huidskleur, seksualiteit enzovoort. We zijn allemaal individuen. Ik heb een witte huid, zeker. Maar ik ben niet ‘wit’, ik ben Bret Easton Ellis, en ik laat mij niet wegzetten wegens mijn huidskleur, omdat die jouw gevoelens kwetst. Dat is absurd. Sterker: identiteitspolitiek speelt separatistische alt-right- en blanke-superioriteitsbewegingen in de kaart, omdat zij het idee bevestigt dat mensen in wezen tribaal zijn en dat onze verschillen onoverbrugbaar zijn. Identiteitspolitiek vergiftigt het denken.’

Trump en Patrick Bateman

Ellis is ervan overtuigd dat de identiteitspolitiek mede heeft bijgedragen tot de verkiezing van Donald Trump. ‘Wanneer je als Democratische presidentskandidaat uitsluitend hamert op de rechten van transgenders, maar de problemen van blanke boeren negeert, ben je erg selectief bezig.’

Met Donald Trump noemt Ellis de ‘vaderfiguur’ van Patrick Bateman, de moordlustige hoofdpersoon uit zijn controversieelste roman, American Psycho. De naam Trump valt maar liefst 40 keer in deze roman, die door fans inmiddels als visionair wordt beschouwd.

‘Toen ik het boek eind jaren tachtig, begin jaren negentig schreef, was Trump alomtegenwoordig. Alle vastgoedjongens hadden The Art of the Deal gelezen en wilden worden zoals hij. Zelf zag ik hem als een wat vulgaire, clowneske figuur die soms heel grappig kon zijn. Hij was een ideale persona om de ledigheid van het materialisme te belichamen. Ik snap dertig jaar later niet hoe links Amerika, inclusief mijn vriend, zich zo eindeloos over hem kan opwinden. Hoe kun je die sprekende das met dat baseballpetje op zijn malle kapsel serieus nemen? De clown-president is de vrucht van ons democratische systeem, accepteer dat. Stop met huilen en kies volgende keer een ander.’

Bret Easton Ellis: Wit. Vertaald uit het Engels door Robbert-Jan Henkes. Ambo Anthos; 288 pagina’s; € 20. Verschijnt op 29 mei.

Bret Easton Ellis: Wit
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.