Interview Brendan Perry van Dead Can Dance

Brendan Perry van Dead Can Dance: ‘Onze muziek is een herinnering aan een tijd van vóór de religies, toen de mens het stukken beter voor elkaar had’

Het cultduo Dead Can Dance, dat wereldwijd een devote aanhang heeft, is terug met een nieuwe plaat. En niet zomaar een: oDionysus wordt de Griekse godheid aangeroepen om de mensheid weer in het reine te brengen met de natuur. Want dat is hoognodig, vindt zanger en producer Brendan Perry. 

Brendan Perry. Beeld Stéphanie Fuessenich

Hij is niet echt een stadsmens. Niet iemand die geniet van het gejakker in de winkelstraten of het eeuwig doordenderende verkeer der wereldsteden. Dus als we afspreken in Parijs – omdat dat nu eenmaal het beste uitkomt – schudden we Brendan Perry (59) de hand in een antieke lounge annex bibliotheek aan een stille straat, waar de lederen meubels kraken en de geruststellende geur van stoffige boeken op de luchtwegen slaat.

En Brendan Perry, de mannelijke helft van het Australische cultduo Dead Can Dance, wordt helemaal blij als hij vertelt over zijn nieuwe woonplaats ergens in het noordwesten van Frankrijk, bij de Romeinse stad Saint-Malo. ‘Ik ben omringd door natuur. Mijn studio kijkt uit op een grote tuin vol fruitbomen, rozenstruiken en zelfs een wijngaard. En achter die tuin ligt een uitgestrekt bos.’ Als Perry soms opkijkt van zijn studiowerk, blikt hij het Franse wildleven recht in de ogen. ‘Het stikt van de vogels. En af en toe komt er een hert in de tuin kijken. Dat zijn vrij nieuwsgierige beesten.’

De natuur heeft Dead Can Dance altijd geïnspireerd. Het duo begon in de jaren tachtig als somber rockende gothic-band, maar verlegde de aandacht al snel naar folk en wereldmuziek, en naar muziek zoals die in de Middeleeuwen moet hebben geklonken, of zelfs ver daarvoor. Brendan Perry en zijn toenmalige partner Lisa Gerrard, de vrouw die ieders nekharen overeind zingt met een stem uit een schimmenrijk, maakten platen als sonische nachtmerries, waarin Afrikaanse ritmes en middeleeuwse zangpartijen ten strijde trokken met Arabische strijkers en Chinese snaarinstrumenten.

Ze hebben tot op heden een wereldwijde cult-aanhang achter zich aanlopen: fans die in de muziek van Dead Can Dance een spirituele kracht voelen en een diep verlangen naar vroegere tijden, waarin de mens nog verbonden was met het aardse en de natuur. Daarmee is Perry op de nieuwe Dead Can Dance-plaat Dionysus opnieuw het gesprek aangegaan.

Maar het was niet alleen de vreugde van het landleven die Perry weer aan het componeren kreeg, bijna zes jaar na het voorlaatste album Anastasis. Perry kreeg ook een boek in handen gedrukt dat hem de ogen opende. ‘Ik las De geboorte van de tragedie uit de geest van de muziek, het eerste boek van de filosoof Friedrich Nietzsche. En dat was een openbaring. Dat boek gaat over de Griekse oudheid en de kunst, en de strijd tussen het apollinische en het dionysische en dus de artistieke goden Apollo en Dionysus. Het Apollinische staat volgens Nietzsche voor orde en strategie, voor organisatie en intellect. Het Dionysische staat voor extase, de sublimatie van de menselijke driften. Voor uitbarstingen van vreugde en chaotische energie. Als die twee krachten, die nu eenmaal huizen in ieder mens, samengaan en werken als een synthese, dan komt daar volgens Nietzsche de hoogste kunst uit.’

Toen Perry dit alles las, viel het boek nog net niet uit zijn handen, maar het scheelde weinig. ‘Ik realiseerde me ineens dat de muziek van Dead Can Dance ook altijd heeft geprobeerd die twee artistieke menselijke oerkrachten te bundelen. Het serene en het beheerste, de extase en de euforie gaan in onze muziek ook samen.’ Iedereen die Dead Can Dance kent, zal die analyse van Perry kunnen beamen: uit de strakke, soms duistere ritmes barsten vaak lyrische en jubelende zangpartijen, als ontsnappingen uit een gevangenis van geluid. ‘Hij kon het natuurlijk niet weten, maar eigenlijk beschrijft dat boek van Nietzsche onze muzikale stijl. Onze muziek gaat over de relatie van de mens met het verleden, met de natuur. Over onze plaats in de kosmos, over leven en dood. Nietzsche schrijft daarover, en hij is somber. Hij schrijft vanuit een gevoel van verlies en denkt dat de moderne mens het contact met de natuur en de kosmos is kwijtgeraakt.’

Dat had Nietzsche dus vlot in de gaten. ‘Inderdaad, want het is er sinds Nietzsche natuurlijk niet beter op geworden. De meeste mensen op de planeet wonen nu in stedelijke gebieden. Er is geen verbinding meer met de natuur of de seizoenen. Dat is niet gezond: we leven in stress, zijn opgejaagd en angstig. En in overbevolkte gebieden verspreiden ziektes zich ook nog sneller, noem maar op.’ Misschien moesten we maar eens terugkeren naar de oudheid, dacht Perry in zijn van vogels vergeven tuin. En die goeie ouwe god Dionysus vragen nog eens af te dalen uit het godenrijk, om de mensheid voor de laatste keer een lesje te leren.

Op de plaat Dionysus wordt de mythische godheid onthaald door feestelijk zingende vrouwenstemmen, antieke Griekse snaarinstrumenten en Anatolische trommels. In een overweldigend mooi muziekstuk als Liberator of Minds kun je horen hoe de komst van Dionysus de mens bevrijdt en verbindt met de natuur. In het tweede deel van de plaat verandert de sfeer langzaam. In The Mountain wordt Dionysus in optocht een berg opgedragen, bij een dreigende elektronische dreun en angstaanjagende Keltische en Perzische blaasinstrumenten. De bedwelmde stemmen van Lisa Gerrard en Brendan Perry nemen de godheid op de schouders en tillen hem naar zijn troon. 

Perry: ‘De Dionysische feesten in het oude Griekenland vielen samen met de agrarische cycli en dus de seizoenen. Bij de komst van Dionysus in de lente begonnen de gewassen te groeien, keerde het groen terug op de velden en de bergen. Maar in de wintermaanden, als de vegetatie zich langzaam terugtrok in de aarde, kreeg Dionysus een andere rol. Hij nam de geesten van de overledenen mee op zijn terugtocht naar het godenrijk en werd een soort gids voor de dode zielen. Het lot van de mens werd gekoppeld aan de natuur en de gewassen die tot leven kwamen en weer verschrompelden.’

In het verpletterend mooie en minimalistische slotlied Psychopump horen we Dionysus bij wijze van afscheid voor een laatste keer in direct contact treden met de mens. Bij eindeloos treurige maar bloedmooie muziek klinkt een bevende stem van Lisa Gerrard, in een fantasietaal die alleen Dionysus zal begrijpen. ‘Sappo’, zingt Gerrard angstig. De stem van Perry troost haar: ‘Shushai.’ 

Perry legt uit: ‘De natuur trekt zich terug en de mens wordt bang: wat nu? Dionysus stelt de mens gerust: wees geduldig, de gewassen keren weer terug. Deze dialoog gaat natuurlijk over leven en dood. Wees niet bang, het is goed, laat het gaan. Daarom eindigt het nummer ook abrupt, als een afscheid van het leven. De vogels stoppen met zingen, de trom slaat niet meer.’

Praten met vogels

Het stikt van de dieren, op de plaat Dionysus van Dead Can Dance. Brendan Perry nam natuurgeluiden op van vogels, geiten en zelfs bijen, en mengde die met zijn muziek over oogstfeesten en heidense cultuur. Perry: ‘Ik communiceer tegenwoordig zelf ook met vogels, in mijn tuin. Ik heb een app met vogelgeluiden op mijn iPad, en als ik die afspeel, krijg ik uit mijn tuin vaak antwoord. Technologie en natuur kunnen ook best goed samengaan.’

En dan vertelt Perry dat achter deze plaat, en achter eigenlijke al het werk van Dead Can Dance, nog een verborgen betekenis steekt. ‘De grote religies als het christendom en de islam hebben het noodlot van de mens bezegeld’, zegt Perry. ‘In de heidense cultuur trok de mens op met de natuur, we waren één met onze omgeving. De natuur kon troost brengen, het leven draaglijk maken. Maar de religies moesten de heidense rituelen zo nodig uitroeien en vervangen.’

En de mensheid kreeg er helaas maar weinig voor in de plaats. Perry: ‘Nou ja, een vage belofte van een eeuwig leven in een of ander paradijs, ergens ver weg van de aarde – zonder daar overigens een enkel bewijs voor aan te voeren. Het paradijs om ons heen bestond dus eigenlijk niet, en daar begon de vervreemding. De grote religies zijn een ontkenning van de aarde. Ze propageren een nihilistische moraal, die zich feitelijk afkeert van het leven. En die ellende is dus ook nog als een soort spirituele kolonisator over de wereld gegaan. Een ramp van onvoorstelbare omvang. De harmonie is voor altijd verstoord.’

De plaat Dionysus mag van Perry best als een statement worden beschouwd. ‘Niet als een prekerig betoog, daar hebben we er genoeg van in de wereld. Maar als een herinnering aan een tijd van vóór de religies, toen de mens het stukken beter voor elkaar had dan nu. Ik heb niet de illusie dat het ooit nog goed komt met de aarde, maar bij deze muziek kunnen we in ieder geval samen even ontsnappen uit onze destructieve wereld. En wie weet keert het groen ooit toch nog terug op onze berghellingen.’

De plaat Dionysus van Dead Can Dance is verschenen bij Pias. Brendan Perry speelt op 21/3 solo in zaal Hertz TivoliVredenburg in Utrecht. De concerten van Dead Can Dance in de Grote Zaal van TivoliVredenburg op 13 en 14/5 zijn uitverkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.