Brahms: Eerste en Vierde symfonie

Alsof hij iets ruizigs uit de lucht plukt wat toevallig net voorbij zweeft

Guido van Oorschot

Een verstandige dirigent respecteert de klankcultuur die hij aantreft bij een orkest. Een slimme dirigent doet er bovendien z'n voordeel mee. Maar alleen een topdirigent verbindt er de uiterste consequentie aan: van Mariss Jansons mag zijn orkest in München de symfonieën van Brahms anders spelen dan zijn orkest in Amsterdam.

Bij het Concertgebouworkest pakte Brahms' Derde in 2008 nog uit als een spel van klankvlakken met kubistische trekjes. In München, bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, kneedt Jansons een aanzienlijk molliger Eerste en Vierde.

Het magiërschap blijft hetzelfde. Neem alleen al de uitgekookte manier waarop de chef zijn Beierse orkest de Vierde symfonie binnenvoert. Alsof hij iets ruizigs uit de lucht plukt wat toevallig net voorbij zweeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden