Boze opera uit het Oosten

In Duitsland heeft Rammstein, na vijftien jaar provocaties, een eerste verbod voor minderjarigen gekregen. Het succes van de band is er niet minder om....

Het meisje komt met twee broodjes worst aanlopen. De ketchup en mosterd druipen eraf. De bebrilde twintiger die haar opwacht kan het niet laten, en zingt zacht de songtekst: ‘Bratwurst in dein Sauerkraut’. Het meisje lacht en hapt in haar broodje.

Even is het alsof je op een gemoedelijke Duitse kerstmarkt staat, en niet op een van de uitverkochte concerten van de meest besproken Duitse metalband van de afgelopen tien jaar. Het paartje staat tussen houten grillhutjes, waar pannenkoeken, donuts en worst worden verkocht. Om hen heen moeders met tienerkinderen, groepen keuvelende veertigers, andere jonge paartjes.

Is dit echt Rammstein, diep in het oosten van Duitsland? Goed, de seks-en-geweld-provocaties op het podium komen na zestien jaar ongevaarlijk en zelfs wat vermoeid over – het optreden is ook na een magere anderhalf uur voorbij – maar ook deze vrijdagavond in Dresden kan je er niet aan voorbij dat zich hier een wonderlijke combinatie afspeelt.

De band heeft in Duitsland voor het eerst zelfs een heus verbod voor minderjarigen op haar naam staan. Wat vijftien jaar lang niet gebeurde met de teksten over kannibalisme, incest, necrofilie en met video’s waarin gekoketteerd werd met Leni Riefensthal en militarisme, lukte wel met de goede oude seksprovocatie op het nieuwe album Liebe ist für alle da – het album waarop ook de olijke tekst ‘Bratwurst in dein Sauerkraut’ voorkomt.

Niemand zal ontkennen dat zo’n verbod prima van pas komt, als je na een afwezigheid van vier jaar weer met een nieuw album komt. Maar het kan niet de enige reden voor het succes zijn. Terwijl veel oudere shockrockers het na een tijd met halflege zalen moeten doen, kwam Rammstein eind 2009 in Duitsland bijna direct aan de top van de hitlijsten binnen.

In de Saksische hoofdstad Dresden, voormalig DDR-gebied, is een Rammstein-optreden nog een verhaal apart. De deelstaat kampt met een grote groep ontevredenen, en Dresden zal een dag later zelfs het tafereel worden van een heftige confrontatie tussen linkse en extreem-rechtse groeperingen. Rammsteins muziek en provocaties zijn daarbij niet los te zien van de tumultueuze Oost-Duitse geschiedenis voor en na de val van de Muur.

Maar wat gebeurt er? In Dresden spatten babypoppen uit elkaar op het podium, en zanger Till Lindemann bestijgt een metersgrote penis en spuit wit schuim in het publiek. En het publiek juicht ontspannen.

Misschien heeft het ook wel met het lichaam van voormalig wedstrijdzwemmer Lindemann (47) te maken. Dat lichaam is geolied, hij laat de spieren graag vervaarlijk rollen. In Dresden hakt hij eerst met een bijl door een wand, en komt dan het podium op in een soort slagerskostuum. Later is hij half naakt en draagt een legerbroek. Hij marcheert op een noest marsritme, en zijn zware stem met rollende r’s dondert: ‘Links zwo drei vier’.

Maar Lindemann heeft op het podium toch ook iets, zoals een Duitse criticus schreef, van een ‘geesteszieke dictator’. Zijn gebaren zijn opzettelijk grotesk, zijn manier van kijken naar het publiek is ironiserend en te merkwaardig om afschrikwekkend te zijn.

Hij belichaamt daarmee de typische Rammstein-aanpak: het is grof en relativerend tegelijk, en ze doen er alles aan om niet te duidelijk te maken waar het één begint en het ander ophoudt. De tekst van Links 2-3-4, zoals de bandleden in 2000 hebben uitgelegd, zou verwijzen naar de bekende Duitse politieke uitspraak dat het ‘hart links slaat’. Het is geschreven als reactie op de vele aantijgingen van nazistische sympathieën die ze kregen. Maar tegelijk is het wel in militaristisch marstempo gespeeld.

Volgens sommigen kan zulke dubbelzinnigheid alleen in Oost-Duitsland ontstaan zijn. De bandleden zelf vinden die verklaring eigenlijk ook wel prima. De wortels van de band liggen nu eenmaal in de DDR-dictatuur. Alle zes bandleden van Rammstein zijn er in de jaren zeventig opgegroeid en allen speelden in de jaren tachtig in de bloeiende undergroundscene in Oost-Duitsland.

In de rafelige oefenruimtes rondom de Prenzlauer Berg leerden ze elkaar begin jaren negentig kennen. Tanzmetall, zo wordt het genre genoemd dat in die periode ontstond. In het nieuwe, geopende Berlijn vermengde zich het geluid van DDR-punk met westerse metal, harde Oost-Duitse woede met de bloeiende technobeweging.

Meerdere bands spelen in het genre, maar Rammstein heeft er nog wat typische ingrediënten aan toegevoegd, waardoor ze – ondanks de duisterheid – prima geschikt bleken voor de mainstream. Het is opzwepend, maar met onverwachte rustmomenten. Het is soms ronduit bombastische kitsch, maar ook weer zo in elkaar gezet, dat het mee te zingen is als een popsong.

De DDR-achtergrond maakt het de band echter ook makkelijk afstand te nemen van de reacties op hun muziek. De band verklaart bijvoorbeeld hun typische dubbelzinnige teksten met hun ‘kritische’ achtergrond. In een dictatuur kon je niet zeggen wat je vond, is hun verklaring, dus moest je creatief worden met dubbele bodems in de teksten.

Zelfs in de recente internationale hit Pussy zou je de wortels nog moeten terugzien. Het Engelse refrein is plat (‘You have a pussy, I have a dick, so what’s the problem, let’s do it quick’). De Duitse coupletten verwijzen ondertussen naar een buitenlandreis, symbolen als Mercedes, Bratwurst en Sauerkraut komen voorbij.

Volgens sommigen gaat het hier dan ook om niets minder dan een kritiek op het Duitse sekstoerisme. En tegelijk mag er ook weer gelachen worden, dankzij zonder twijfel creatieve woordspelingen als in de strofe ‘Blitzkrieg mit dem Fleischgewehr’.

De dubbelzinnigheid maakte het in het begin moeilijk om de vinger op Rammstein te leggen. Het maakte het echter ook aantrekkelijk, niet alleen voor boze jongeren van rechts, maar gek genoeg ook voor de ‘high art’. Het is niet voor niets dat de internationale doorbraak kwam omdat regisseur David Lynch Rammstein gebruikte in zijn duistere film Lost Highway.

Een paar jaar geleden vond er in de Oost-Berlijnse Volksbühne een performance plaats van kunstenaar Jonathan Meese, één van de bejubelde figuren uit de hedendaagse Duitse hoge cultuur. Meese provoceert graag, ook deze avond. Hij brengt de Hitler-groet en lacht er vilein bij. Ondertussen draait hij muziek van Wagner, én van Rammstein. Niemand schrikt, de critici schrijven keurig dat Meese ‘Duitse symbolen kritisch gebruikt’.

Till Lindemann, zoon van een schrijver en een journaliste – en zelf dichter –, zou zich in de witte ruimte van een kunstmuseum vast ook prima voelen. De band zegt zelf immers ook symbolen uit de Duitse geschiedenis in hun songs te verwerken. Niet alleen de beladen aspecten van de dictaturen, maar ook elementen uit de Hochkultur. Het is daarom zelfs niet verbazend dat delen van de tekst voor de nieuwe song Haifisch direct aan het bekende Mackie Messer van Bertold Brecht en Kurt Weill refereren.

Om de onwaarschijnlijke verbintenis dan maar gelijk door te trekken: theaterschrijver Brecht, die aan het eind van zijn leven in de DDR leefde, wilde kunst naar het volk brengen. Eén ding is zeker: een optreden van Rammstein kan inmiddels ook een vorm van muziektheater genoemd worden: een soort boze volksopera uit het Oosten, zij het dan geheel naar hedendaagse popcultuur omgevormd.

In de Messe-hal in Dresden is te zien hoe dat in zijn werk gaat. Bij het nummer Ich will, dat refereert aan de donkere kant van de groepsdynamiek, brult Lindemann de tekst ‘Wir wollen dass ihr uns vertraut/ Wir wollen dass ihr uns alles glaubt’. Kritisch bedoeld? De handen gaan de lucht in de zaal, en tienduizenden zingen gehoorzaam de reactie: ‘Wir hören dich’.

Volgens sommige critici kan de ontspannen populariteit in Duitsland niet los worden gezien van de ontwikkeling die het Duitse publiek zelf heeft doorgemaakt. Lachen met Rammstein betekent immers ook lachen om de provocaties naar het eigen Duitse verleden, en dat is pas sinds enige jaren mogelijk.

Dat heeft vast ook iets onaangenaams, als je het zelf liever anders ziet. ‘Het klinkt misschien stom’, zei toetsenist ‘Flake’ Lorenz in een interview. ‘Maar wij houden mensen een spiegel voor. Niemand wil meer boos zijn, dus doen wij dat.’ Dus moeten ze opnieuw op zoek naar pijnpunten. Het zal vast geen toeval zijn dat de cd uitkwam op het moment dat in november 2009 de Muur in Duitsland ongekend groots herdacht werd, en Lorenz in interviews liet weten dat hij geen ostalgie voelt, maar ‘wel een hekel aan het Westen’ heeft. Het is een opmerking die hem vooral in het Oosten van Duitsland vast veel instemming zal hebben bezorgd.

Het is een paradoxale houding, die de bekende popredacteur Tobias Rapp van Der Spiegel ertoe bracht, de band als een typisch product tussen Oost- en West-Duitsland te plaatsen. Ontevreden over het kapitalisme, verveeld met de vrijheid alles te kunnen roepen, en er tegelijk wel een succesvol businessconcept van weten te maken: ‘Seks en geweld door een dadaïstische bankschroef gehaald’.

In Dresden is men er dankbaar om. Op vrijdagavond ontvangt men Rammstein alsof het hun eigen donderende Marco Borsato is. Het is nog even slikken, als je na afloop een groep kortgeknipte jongemannen in de nachtelijke sneeuw bier ziet drinken, terwijl uit hun autostereo pompend de nieuwste hit ‘Ik doe je pijn’ schalt. Maar dan kijk je nog eens beter, en hun vriendinnetjes zitten gewoon keurig binnen op de bank te wachten, en ze zingen zachtjes mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.