Drama

Boven is het stil

Elke handeling en elke blik telt in deze dialoogarme film, met de beste en laatste grote filmrol van Jeroen Willems

Ik heb vader naar boven gedaan, zo begon Gerbrand Bakker zijn internationaal bekroonde roman Boven is het stil (2006). Die ene ferme zin is voldoende voor een formidabele openingsscène in Nanouk Leopolds bewerking. Een zwierig gefilmde, woordenloze worsteling: het ene lijf torst het andere de trap op naar boven in de boerderij en springt daarbij weinig zachtzinnig om met de in dunne huid gestoken botten.

'Ik heb honger', zegt de hulpbehoevende vader (Henri Garcin), eenmaal weggestopt in zijn nieuwe kamertje. 'Ik heb ook wel eens honger', bitst boerenzoon Helmer, met de nors afgestelde arendsblik van Jeroen Willems, de acteur die eind vorig jaar op 50-jarige leeftijd onverwacht overleed. Het is zijn mooiste filmrol, als een man wiens leven nooit is begonnen, en die zijn wereld beperkt ziet tot de routines van een boerenbedrijfje met wat koeien en schapen. Met de verhuizing van vader naar zolder lijkt de bevrijding ingezet, maar al zijn de ketens die hem ooit beknelden opgelost en half vergaan, Helmer voelt ze nog.

Er gebeurt niet zo veel in Boven is het stil- er komt eens een buurvrouw op bezoek, er meldt zich een nieuwe knecht - maar elke handeling en blik telt. Leopold doet niet aan verklarende flashbacks. Ooit moet er van alles wel of niet zijn gebeurd tussen Helmer en de om de zoveel tijd langsrijdende melkrijder met verliefde blik (de Vlaming Wim Opbrouck). Maar wat precies? Ragfijn is het spel tussen Opbrouck en Willems, vol onbestemde affectie tussen de twee mannen. Dialoogjes van niks zijn het, twee hooguit drie zinnen. Tussen de regels lonkt ontsnapping.

In Boven is het stil beweegt de camera losjes in het niemandsgebied tussen Helmer en de mensen. Soms wordt het heel even overbrugd, vaker is er frustratie en onbegrip. Soms ook onverwachte humor, in de afwerende en droge wijze waarop Helmer beschouwt.

Ook zonder wetenschap van Willems overlijden is Boven is het stil een film over de nabijheid van de dood. In de ene scène mikt Helmer een doodgeboren lammetje uit zicht, in een andere trekt hij liggend in het stro onverwacht een lam bij zich. Een ruw ingezette liefkozing die ook de boer zelf lijkt te verrassen.

Ook voor Leopold markeert Boven is het stil een bevrijding: het is haar eerste niet volledig zelf geschreven film (ze schreef wel het scenario, waarvoor ze de roman stripte) en ze breekt met de vastgesnoerde beeldtaal die haar laatste films Wolfbergen (2007) en Brownian Movement (2010) iets aan lucht en leven ontnam. Een halve bevrijding is het slechts, gelukkig. Gebleven is Leopolds scherpe oog voor de mens die zichzelf in de weg zit. Boven is het stil is een zelfverzekerde en rigoureuze bewerking, die een volstrekt eigen plaats inneemt naast de roman van Gerbrand Bakker. Zoals het hoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden