Bouwmateriaal krijgt trekjes frivole

Beton wordt op z’n best als een noodzakelijk kwaad gezien. Het eeuwenoude materiaal blijkt echter over onvermoede kwaliteiten te beschikken....

Door Wouter Keuning

‘Beton is de kleur van slecht weer’, zei de Schotse filosoof William Hamilton al in het begin van de negentiende eeuw. Het grauwe uiterlijk van het bouwmateriaal in combinatie met de logheid van de bouwwerken die er veelvuldig mee zijn gebouwd, heeft beton in de loop der eeuwen een belabberd imago opgeleverd. Daar komt bij dat de productie van cement, naast water, zand en grind – hoofdbestanddeel van beton – wereldwijd goed is voor 5 procent en in Nederland voor ongeveer 2 procent van de door mensen veroorzaakte totale CO2-uitstoot. Dat gegeven heeft het imago de laatste jaren verder verslechterd.

Maar beton anno 2009 is heel wat anders dan het beton dat Hamilton zijn opmerking ontlokte, of het beton dat Oost-Europa in de jaren van de Koude Oorlog zijn ‘kleur’ heeft gegeven. Het eeuwenoude bouwmateriaal – de Egyptenaren en de Babyloniërs gebruikten het al – is bezig met een opmerkelijke revival. De toepassingen van beton nemen steeds verder toe.

André Burger, directeur van Cement en Beton, de branchevereniging van de cement- en betonindustrie, ziet drie grote ontwikkelingen. ‘Werken met beton wordt veiliger en minder zwaar. Op het gebied van duurzaamheid wordt vooruitgang geboekt. En er is ook oog voor de verbetering van het uiterlijk.’

Beton en schoonheid zijn allang niet meer met elkaar in tegenspraak, zegt betonexpert en hoogleraar bouwconstructies aan de TU Delft Joost Walraven. ‘De laatste tijd zie je steeds meer dat het beton zelf ontworpen wordt. Beton met kleurtjes, beton met glasscherven erin, beton dat licht doorlaat, spiegelend beton, noem maar op. Er zijn steeds meer soorten mooi beton, en je ziet steeds vaker architecten die daar gebruik van maken.’ Beton wordt ook steeds sterker en biedt de vindingrijke architect daardoor veel meer mogelijkheden. ‘Je kunt met beton nu veel rankere vormen maken dan vroeger.’

De trend van ‘mooi beton’ is zó aanwezig, dat de industrie het beestje inmiddels al een naam heeft gegeven: schoon beton. Het slaat op alle betonsoorten die in tegenstelling tot funderingen en gebouwskeletten, die achter andere bouwmaterialen verdwijnen, in het zicht blijven. ‘Zowel onder architecten als bij een sophisticated publiek wordt beton ook steeds vaker als afwerkingsmateriaal gebruikt’, zegt André Burger. ‘Dat gaat van wastafels en vloeren, tot hele wanden en gevels.’

In het lab van de vakgroep Civiele Techniek van de Technische Universiteit in Delft is iets te zien van de ontwikkelingen die het oude materiaal de laatste jaren heeft doorgemaakt. Henk Jonkers, van huis uit microbioloog, werkt er aan zogenoemd ‘zelfherstellend beton’. Nuttig, want in beton vormen zich na verloop van tijd altijd kleine scheurtjes. In eerste instantie hebben die op de sterkte van het beton weliswaar geen invloed, maar uiteindelijk zijn ze de wegbereiders van water. Als dat tot de wapening doordringt, ontstaat betonrot.

Het mag een hoog sciencefictiongehalte hebben voor de leek, Jonkers weet na drie jaar onderzoek dat zelfherstellend beton geen sprookje is. De microbioloog voegde aan het beton sporen van bacteriën toe (afkomstig uit Russische sodameren). Dankzij het water dat door de scheurtjes loopt, komen de sporen ‘tot leven’ en vormen ze nieuwe bacteriën. Deze maken op hun beurt kalk aan, en dichten op die manier de scheurtjes.

Aangezien de sporen, samen met voedsel voor de bacteriën in een eigen omhulsel in het beton zitten, kunnen ze jarenlang in ‘slaaptoestand’ blijven. ‘Op die manier kan de levensduur van het beton wordt met zo’n vijftig jaar worden verlengd’, stelt Jonkers.

‘Je spaart op die manier niet alleen veel zwaar en duur herstelwerk uit, je hebt uiteindelijk ook minder beton nodig.’

Promovendus Marc Ottelé is verbonden aan dezelfde vakgroep als Jonkers. Hij houdt zich onder meer bezig met de ontwikkeling van biobeton: beton waar planten op kunnen groeien. In het lab liggen een paar kleine monsters: stukken tegel waar dunne bruine sprieten uit steken, en brokken beton met kleine groenige beplanting erop.

Hoewel er nog ‘best veel’ te onderzoeken is, ziet Ottelé zeker toekomst voor zijn product. ‘De planten werken als luchtfilter voor bijvoorbeeld fijnstof en verbeteren op die manier de luchtkwaliteit. Bovendien integreer je met dit beton de natuur in de constructie. Dat is vanuit esthetisch oogpunt natuurlijk heel mooi.’

André Burger is ronduit optimistisch. ‘Heel lang was dit bouwmateriaal vooral populair omdat het goedkoop is en superfunctioneel. Maar nu wordt het ook nog mooi en duurzaam. Een wereld zonder beton is niet denkbaar.’

Ook Walraven ziet beton nog lang meegaan. En het aantal toepassingen neemt volgens hem alleen maar toe. ‘Beton op maat’ is volgens hem de toekomst. ‘Je krijgt computerprogramma’s waarin je kunt invoeren: ik wil beton in die kleur, dat zo en zo sterk is, een beetje lichtdoorlatend en met een minimale CO2-voetafdruk.’

Esthetiek is niet de enige drijfveer, zegt hij. Een aantal van Walravens promovendi is bezig met de ontwikkeling van zogenoemd ‘hoogtesterktebeton’. ‘Dat is beton met staalvezels erin. Dat willen we in een dunne laag om piepschuim aanbrengen. Het is licht genoeg om te blijven drijven en sterk genoeg om een hele wijk op te bouwen als het nodig is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden