‘Boos? We zijn lang niet boos genoeg!’

Volgens Sebastian Faulks deinzen Engelse romanschrijvers ervoor terug grote maatschappelijke thema’s in hun werk aan te snijden. Zelf ventileert hij in Een week in december zijn visie op de financiële crisis: ‘Dit is een van boosheid trillend boek.’..

Zonder de journalistiek was Sebastian Faulks misschien wel blijven steken in het knusse huiskamerrealisme dat veel Engelse fictie in de jaren tachtig van de vorige eeuw kenmerkte. Dikwijls goed geschreven, maar risicoloze romans die dicht bij de ervaringen van de auteur bleven. Write what you know. Niet dat Faulks ooit droomde van een loopbaan bij een krant. Zijn ambities waren meer literair georiënteerd. Maar van ongepubliceerde manuscripten kun je niet eten en bij de krant kreeg je in elk geval een typemachine en later zelfs een computer.

‘Als journalist ontdekte ik hoe eenvoudig het is om zaken te ontdekken, feiten te achterhalen. Je hoeft alleen maar iemand op te bellen, een afspraak te maken, een archief in te duiken. En meestal zijn mensen graag bereid je te helpen. Dat maakte me ervan bewust dat ik, als romanschrijver, niet was aangewezen op wat ik kende: mijn boeken hoefden niet te gaan over iemand als ikzelf die in hedendaags Londen woonde. Het kon ambitieuzer.’

Hij zag de waarheid van dit adagium bevestigd toen hij, nog in de beginfase van zijn schrijverschap, een week lang een cursus creative writing gaf waarbij letterlijk alle deelnemers verwikkeld bleken in autobiografisch proza. ‘De meesten hadden seksuele problemen en poogden die van zich af te schrijven. Na drie dagen was ik het zó zat dat ik zei: ‘Vanavond gaat iedereen een kort verhaal schrijven dat in een ander land speelt, met een hoofdpersoon van het andere geslacht, die ervaringen heeft die je zelf niet hebt gehad. Desnoods laat je je inspireren door een krantenbericht.’

De verandering die dat teweeg bracht was verbazingwekkend. Een man die had ontdekt dat hij homo was en daar verward proza over had afgescheiden, kwam met een verhaal vanuit het perspectief van de echtgenote van een leraar die was neergeschoten door een van zijn leerlingen. Het was schitterend! Hij was er in geslaagd in de huid van die vrouw te kruipen.’

Niks write what you know dus. In 25 jaar tijd produceerde Faulks (56) een oeuvre dat wordt gekenmerkt door durf en een veelzijdigheid. Zo schreef hij onder meer een losse trilogie van in Frankrijk gesitueerde romans – The Girl at the Lion d’Or (1989), Birdsong (1993) en Charlotte Gray (1998) – die respectievelijk gedurende het interbellum, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog zijn gesitueerd. On Green Dolphin Street (2001) vertelt een liefdesgeschiedenis tegen de achtergrond van de Koude Oorlog, Human Traces (2005) speelt in de 19de eeuw en handelt over de beginperiode van de psychiatrie, opnieuw voor een belangrijk deel in Frankrijk gesitueerd, terwijl Engleby (2007) grofweg in het Thatcher-tijdperk speelt en een ongrijpbare, als verteller volstrekt onbetrouwbare einzelgänger als hoofdpersoon heeft.

Als om zijn veelzijdigheid nogmaals te onderstrepen, accepteerde Faulks een paar jaar geleden het aanbod van de Ian Fleming Estate om een nieuw James Bond-boek te schrijven. Dit leidde in 2008 tot de publicatie van Devil May Care. Faulks: ‘Hoewel de Fleming-familie een van de rijkste van Engeland is – ze hebben nog niet zo lang geleden hun bank verkocht aan Chase Manhattan – zijn ze nog altijd zeer ambitieus om de namen van Ian Fleming en James Bond levend te houden en er veel geld aan te verdienen. Bij de honderdste verjaardag van Fleming vroegen ze mij een boek in zijn stijl te schrijven, waarschijnlijk omdat ze vonden dat ik boeken in andere perioden en in andere landen kan laten spelen. Nadat ik de boeken van Fleming had herlezen – ze zijn nog steeds verrassend goed, vooral de vroege – accepteerde ik de opdracht. Het was leuk om dit bij wijze van eerbetoon aan Fleming te doen, maar het blijft wel bij één boek, ondanks verzoeken er nog een te schrijven.’

Met A Week in December, in het Nederlands vertaald als Een week in december, schreef Faulks voor het eerst een boek dat in het hedendaagse Engeland speelt, om precies te zijn gedurende de week van 16 tot en met 22 december 2007. ‘Hoewel ik altijd bewust niet over mijn eigen omgeving en eigen tijd heb geschreven, liep ik al een aantal jaren rond met het plan voor een grote, gecompliceerde Dickensiaanse roman die in Londen zou spelen en bevolkt was met een groot aantal personages, afkomstig uit allerlei sociale geledingen.’ Een beetje schamper: ‘Dat soort boeken wordt namelijk simpelweg niet geschreven in hedendaags Groot-Brittannië. Britse schrijvers schrikken terug voor realistische romans over grote thema’s.’

In de Verenigde Staten is dat volgens Faulks volstrekt anders. ‘De grote Amerikaanse schrijvers van de laatste vijftig jaar – Bellow, Roth, Updike en ook DeLillo – schrijven allen over het Amerika dat ze zien wanneer ze uit het raam kijken. Britse schrijvers vinden dat heel moeilijk. Het feit dat de hele shortlist voor de Man Booker Prize van afgelopen jaar uit historische romans bestond is symptomatisch. Als Saul Bellow nog zou leven en je zou horen dat zijn nieuwe roman gaat over een geschiedenisdocent aan de Universiteit van Chicago, zou je reactie zijn: dat gaat waarschijnlijk over een Joodse immigrant, mogelijk van Russische komaf, die de ontwikkelingen van de twintigste eeuw belichaamt, een citizen of eternity om Bellow zelf te citeren. Je zou je verheugen op een boek dat regionale beperktheid combineert met een ambitieuze visie op een veel bredere werkelijkheid.’

In zijn eigen land, zo meent Faulks, zouden de reacties volstrekt anders zijn. ‘Als een Engelse schrijver vertelt dat hij een roman schrijft over een geschiedenisleraar in Stoke of Birmingham barst iedereen in lachen uit. De Britse cultuur is doordrongen van zelfspot, bij ons is ambitieus al snel hetzelfde als pretentieus. Ik zou op een dag een roman willen schrijven als The Adventures of Augie March, The Human Stain of een van de Rabbit-boeken (van respectievelijk Bellow, Roth en Updike, red.): een boek dat niet drijft op ironie en zelfspot, maar de rijkdom en volheid van het leven in Groot-Brittannië anno nu omvat.’

Op een dag, zegt Faulks. Want hoewel Een week in december aanvankelijk wel degelijk bedoeld was als zo’n analytische roman die de werkelijkheid van hedendaags Groot-Brittannië in al zijn complexiteit recht doet, merkte hij al schrijvend dat het er toch niet van kwam. Het boek kreeg in de eerste plaats een satirische ondertoon. Een week in december schetst contemporain Londen aan de hand van een zestal hoofdpersonen en ongeveer vijftien bijfiguren.

Het meest tot de verbeelding sprekende personage is hedgefund-bankier John Veals, die een gecompliceerde deal voorbereidt die niet alleen een bank zal doen omvallen, maar waarschijnlijk ook de koers van het pond dramatisch zal doen kelderen en in delen van de Derde Wereld tot grote armoede zal leiden. Hoewel het boek zich negen maanden voor het begin van de financiële crisis afspeelt – gemarkeerd door de val van Lehman Bothers in september 2008 – geeft het in zijn portrettering van kille, amorele hebzucht een voorafschaduwing van die gebeurtenissen.

Faulks: ‘Toen ik aan de roman begon, draaide de financiële wereld nog als een tierelier. Ik onderbrak het boek om de James Bond-thriller te schrijven, en toen ik er vervolgens mee verder ging was de wereld totaal veranderd. Ik heb toen besloten de tekst korter te maken en vooral te richten op de financiële malversaties.’

Als gevolg daarvan kreeg Een week in december niet alleen een satirisch karakter, maar kwam er ook een grote woede aan ten grondslag te liggen. Faulks: ‘Het is een van boosheid trillend boek, waarin ik tot in detail wilde verbeelden hoezeer de inwoners van Groot-Brittannië en van de rest van de westerse wereld een loer is gedraaid door investeringsbanken en hedgefunds. De Britse regering heeft momenteel een schuld van 200 miljard pond en we weten allemaal waar dat geld heen is gegaan.’

Het gevolg van het immorele handelen van de banken is volgens Faulks dat de Britse economie gedurende de komende 25 jaar een laagconjunctuur zal doormaken. ‘Mijn kinderen zullen opgroeien in een wereld waarin sprake zal zijn van zeer lage groeicijfers, hoge belastingen en een slechte arbeidsmarkt omdat de bankiers al hun geld hebben gestolen. Er wordt wel gezegd dat het Britse volk kwaad is op de bankiers. Maar naar mijn mening zijn we nog lang niet kwaad genoeg.’

Bijna alle personages in Een week in december leven in een soort virtuele werkelijkheid. Naast John Veals, die goochelt met spookmiljarden, is er een machiniste van de Londense underground die haar vrije tijd vult met een computerspel, een islamitische fundamentalist die spiritueel in de zesde eeuw leeft, een verwaarloosde huisvrouw die troost zoekt in witte wijn, haar zoon die hetzelfde doet met skunk (marihuana), een schizofreen met een particuliere godsdienst, enzovoort.

Faulks: ‘Daarmee noem je de essentie van mijn boek. Als ik naar mijn kinderen kijk, dan zie ik hoe ze de hele wereld over reizen, maar ondertussen nauwelijks iets opnemen van de werkelijkheid die ze onderweg ontmoeten. In plaats van indrukken te absorberen, doen ze spelletjes op hun iPod, telefoneren, luisteren naar muziek enzovoort. Wij zijn de eerste generatie wier kinderen van meet af aan zijn gebombardeerd met elektronische stimuli. Anders dan wij vervelen ze zich nooit, waardoor ze nooit iets zelf hoeven uit te vinden. Deze generatie is ontzettend reactief.’

Het lijkt of Gabriël Northwood aan het woord is, de sympathieke, onzekere advocaat uit Een week in december. In een nogal cultuurpessimistische monoloog stelt hij dat we, als gevolg van het beroerde onderwijssysteem en de alles overspoelende technologie, op een keerpunt in de geschiedenis zijn beland.

Faulks knikt. ‘Ik denk dat de generatie van mijn kinderen de eerste zal zijn in ongeveer 150 jaar, die minder weet dan hun ouders. Ze hebben toegang tot meer informatie, maar ze weten minder. En ik kan er niet omheen dat ik dat betreurenswaardig vind.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden