Bespreking Expositie mode op de bon

Bontkraag van muizenvacht: zo inventief was mode in de oorlog

Het Verzetsmuseum in Amsterdam toont dat ook in de oorlog het verlangen naar modieuze kleding bleef bestaan. Toen kleren op de bon gingen, namen creatieve thuisnaaisters hun toevlucht tot parachutestof  en meelzakken.

Alle meisjes op deze foto werken in een modeatelier in Amsterdam en dragen halflange krullen. De meesten hebben het voorste deel van hun haar opgestoken, zoals de mode in de jaren veertig voorschrijft. Beeld Joods Historisch Museum

Twee keer met je ogen knipperen en je hebt ze gemist: de doorzichtige kruisvormige oorbellen die in de vitrine liggen, in het hart van de tentoonstelling Mode op de bon in het Amsterdamse Verzetsmuseum. Niksige, fletse oorbellen zijn het op het eerste gezicht. Tot je leest dat ze gemaakt zijn van plexiglassplinters van het raam van een neergestort vliegtuig. Een stukje ellende dat is omgevormd tot religieuze opsmuk. Waarmee zowel de ernst als de schoonheid van de expositie wordt onderstreept. In Mode op de bon zie je allereerst hoezeer het gebrek aan kleding en stoffen drukte op het dagelijks leven van Nederlanders tijdens de bezetting. Maar je leert er ook hoe inventief mensen ervan werden, hoe belangrijk het geloof was en hoe ontembaar het verlangen zich op te doffen, mens te blijven.

Hoe indrukwekkend ook, vergeleken met de grote en zelfs internationale modetentoonstellingen die momenteel in Nederland te zien zijn is Mode op de bon van een heel ander kaliber. Kleiner en kneuteriger, maar: op een prettige manier. Het Verzetsmuseum – pal tegenover de hoofdingang van Artis – heeft van zichzelf al een wat ouderwetse opstelling. Logisch natuurlijk gezien het historische onderwerp. Hun nieuwe modetentoonstelling, die staat opgesteld in één zaaltje midden in het museum, is weliswaar modern en fris vormgegeven, maar ook heel eenvoudig en overzichtelijk. Een beetje schools. Niks mis mee, want er valt genoeg uit te leggen, ook en vooral aan jonge bezoekers voor wie de oorlog een ver-van-mijn-bedshow is. Dat uitleggen wordt deels gedaan in een videotour met Lisa Wade, bekend van de kindertelevisieseries Het Klokhuis en 13 in de oorlog. Voor de rest valt er veel te lezen aan wanden en in vitrines. 

Het Rijk der Vrouw, 18 april, 1942. Door het gebrek aan kousen worden lange broeken voor vrouwen min of meer geaccepteerd.

In het eerste deel van de expositie wordt helder gemaakt hoe het zat met die bonnen: in augustus 1940 ging textiel ‘op de bon’, wat betekende dat er per persoon per half jaar een textielkaart werd verstrekt met 100 punten. Om een idee te krijgen: een herenpyjama kostte 45 punten, een wollen jurk 66 en een kunstzijden jurk 36. Voor huisvrouwen was het dus puzzelen geblazen om het hele gezin er netjes bij te laten lopen. Na verloop van tijd, toen er zelfs met het benodigde aantal punten niets meer te koop was, werd het helemaal een huzarenstuk om er verzorgd uit te zien. 

Jasje van Hondenhaar van de destijds 7-jarige Annejet Talma.

Het is precies daar waar de materie tekortschoot dat de fantasie het overnam. In een aantal op het oog normale kledingstukken wordt duidelijk hoe vindingrijk thuisnaaisters werden van die schaarste. Er staan zoete witte jurkjes, gemaakt van meelzakken. Er zijn deftige mantelpakjes en kinderkostuums van verstelde herenpakken – patronen voor zo’n naaiklusje stonden in de Libelle en Het Rijk der Vrouw. Jute werd ondanks het hoge jeukgehalte gebruikt voor jurken, tafelkleden werden rokken. Het katoen dat gespannen zat in banken en fauteuils – wie goed kijkt ziet de roestplekjes van de spijkertjes en nietjes nog in de stof zitten – werd omgetoverd tot bloesjes. Er ligt een tasje van gevlochten patroonbanden van een Duits machinegeweer en een hoed gemaakt van ondertapijt. Wie verlegen zat om een sneeuwwitte bruidsjurk zag de stof daarvoor soms letterlijk uit de hemel neerdalen: parachutestof bleek prima te verwerken tot trouwjapon, en de witte koorden van diezelfde parachute konden met wat handigheid tot een bruidstasje worden geknoopt. 

Deze bruid trouwt in 1945 in een jurk van parachutestof. Later maakt zij van de trouwjurk een avondjurk zonder mouwen. Van dezelfde parachute is ook een kinderjurkje gemaakt. Beeld Collectie Rotterdam Museam

En zelfs bij de op het oog wat chiquere jurken en pakjes ontdek je bij nadere bestudering het vernuft: de bontkraag van de deftige jas is een lappendeken van mollen- en muizenvachtjes, de pluizige mouwen van een trui zijn gemaakt van wol gesponnen uit hondenhaar.  De oorlog veranderde de mode, ook de stukken die wel nog in de winkel gekocht werden. Jurken werden uit meerdere stukken stof gemaakt, omdat er simpelweg geen grote lappen meer voorhanden waren. Bij gebrek aan kousen werden lange broeken en korte sokjes met blote benen ook voor volwassen vrouwen geaccepteerd.

Feestrok van lappen. Beeld Collectie Verzetsmuseum

Ook bij de grote modehuizen veranderde er veel. De Joodse bedrijven Hirsch & Cie en Gerzon werden overgenomen door Duitse Verwalters, honderden Joodse medewerkers verloren hun baan en later hun leven. Bij C&A, dat samenwerkte met de Duitsers, gingen de zaken prima. Het bedrijf kreeg van Joden afgenomen panden in handen, maakte uniformen voor de Duitsers en zette krijgsgevangenen aan het werk, iets waar topman Maurice Brenninkmeijer in 2016 excuses voor heeft aangeboden.

Maar behalve deze verhalen over opportunisme en hebzucht vertelt Mode op de bon vooral over vindingrijkheid, rotsvaste hoop en het vasthouden aan je waardigheid. Hoe je individu blijft in plaats van slachtoffer te worden. Hoe je, kortom, in het diepste duister van de nood een deugd kunt maken. 

Jurk van jute. Collectie: Drents Museum, Assen, foto: JAV Studio's Beeld k2 - JAV Studio's

Mode op de bon, Verzetsmuseum Amsterdam. T/m 01/06/2020 .

Hip hergebruik

Mode maken van oude lappen en ongebruikelijke materialen: dat is, nu duurzaamheid een hippe deugd is geworden, actueler dan ooit. Vandaar dat Mode op de bon niet alleen maar historische mode laat zien. In een eregalerij met ontwerpen van onder meer Ronald van der Kemp, Viktor & Rolf, Lisa Konno en een aantal MBO-studenten wordt de noodzaak en de schoonheid van hergebruik overtuigend aangetoond.

Verder lezen

Duurzame mode is eindelijk verlost van het ooit zo suffe imago dat eraan kleefde. Eerder dit jaar vertelden modeontwerpers Ronald van der Kemp en Duran Lantink, beiden internationaal bekende pleitbezorgers van sustainable fashion, in de Volkskrant over hun werkwijze. Ook tijdens de modeweken in Milaan en Parijs waren klimaat en duurzaamheid hot topics. Gezaghebbende modejournaliste Dana Thomas schreef onlangs het boek Fashionopolis over milieubelastende misstanden in de modeindustrie én oplossingen voor de huidige problemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden