recensie bunny

Bondagevoorstelling Bunny maakt stortvloed aan vragen los over vertrouwen, overgave en grenzen ★★★★☆

De performers creëren een opvallende intimiteit tussen henzelf en het publiek, en dat twee uur lang.

Daniel Kok in Bunny. Beeld Chris Frape

Een voorstelling met bondage? Klinkt spannend, en dat is het Australische Bunny ook. Maar vooral vanwege het subtiele spel met machtsverhoudingen, rolpatronen en clichés. Niet, zoals je misschien zou verwachten, vanwege de erotiek. Die speelt nauwelijks een rol. De performers creëren boven alles een opvallende intimiteit tussen henzelf en het publiek. En dat twee uur lang.

Zo’n beetje heel Bunny bestaat uit het traag en precies leggen en weer lospeuteren van knopen. Knopen uit kinbaku, ook wel shibari, een vorm van Japanse bondage waaraan een hoog artistiek gehalte wordt toegekend, omdat het vastbinden volgens esthetische regels verloopt. Zo moeten de knopen en de posen van de ledematen symmetrische patronen vormen.

Het publiek zit dicht om de lichtblauwe vloer, die tegelijk iets huiselijks en surrealistisch heeft, omdat spullen als een (snorrende) stofzuiger en een fruitschaal ook zijn ‘ingeknoopt’. Met fluorescerende touwen over zijn blote borst, lange macramédreadlocks en een roze kimono is Luke George een soort Hello Kitty-rigger (knopenmeester). Zijn ‘bunny’ is Daniel Kok, oud-paaldanskampioen van Singapore. Over diens huid lopen agressiever ogende zwarte touwen, maar met zijn zachte bewegingen is hij zo aaibaar als zijn kale kop.

Al na de eerste tien minuten hebben George en Kok zichzelf buiten spel gezet: Kok zweeft ingepakt als een rollade boven de vloer, George ligt ‘geamputeerd’ op de grond, zijn kuiten aan zijn bovenbenen gebonden in een knoop die futomomo (vet been) heet. En nu? ‘He needs a spin’, laat George weten. Deze opdracht is duidelijk aan ons, het publiek, gericht. Vanaf dit moment wordt Bunny een collectieve verantwoordelijkheid en worden we langzaam steeds actiever en vergaander het spel in getrokken.

Eerst geeft iemand Kok de gevraagde slinger, dan wordt George bevrijd en vervolgens laten toeschouwers zichzelf vastbinden. In alsmaar complexere posen, zorgzaam toegefluisterd en gecheckt door de meester. De sfeer is vertrouwelijk, onschuldig. Je merkt nauwelijks dat het ongemak wel degelijk binnendringt. Met de theaterbezoeker die net iets te enthousiast een zweepje op Koks billen laat landen. Of met Kok zelf, die wel erg dicht tegen een ingesnoerde vrouw aanschurkt. En toch is daar opeens volkomen logisch het nummer Voodoo Child, met de scheurende gitaren van Jimi Hendrix.

Waar het allemaal op slaat? De publieksbetrokkenheid is best bizar, maar Bunny maakt een stortvloed aan interessante vragen los. Over vertrouwen, overgave en grenzen. Maar ook over verlangens en verwachtingen, individuele keuzevrijheid en groepsdwang, en over het wezen van theater, natuurlijk. Ook in al deze thema’s is de voorstelling een ingenieus vlechtwerk, met als rode draad de schoonheid en kracht van aandacht: zowel het geven als het krijgen ervan.

Bunny 

Theater

★★★★☆

Van en door Luke George en Daniel Kok. 

22 en 23/5, Het Huis, Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden