BoekrecensiePaolo Cognetti - Zonder de top te bereiken

Bombastische observaties over een verloren koninkrijk ★★☆☆☆

Beeld Silvia Celiberti

Bestsellerauteur Paolo Cognetti trekt door Nepal, maar uit zijn reisboek leer je noch hem, noch de bergen van Dolpo beter kennen. 

Aan het einde van zijn veertigste levensjaar vertrekt de Italiaanse bestsellerauteur Paolo Cognetti (Milaan, 1978) met vrienden naar de Nepalese regio Dolpo, een afgelegen gebied in de Himalaya. In een maand zullen zij te voet, en met een 47-koppige karavaan (mensen én muildieren) in hun kielzog, over meer dan vijfduizend meter hoge passen langs de grens met Tibet trekken.

Dolpo belooft ‘klein Tibet op Nepalees grondgebied’ te zijn, onaangetast door de moderne tijd en een alternatief voor Tibet zelf, dat volgens de schrijver ‘onbereikbaar’ is geworden. Niet vanwege grenskwesties of visumproblemen, maar omdat ‘het oude rijk van monniken, kooplieden en nomadische herders’ eenvoudigweg niet meer bestaat. Eerst was er de bezetting van het Chinese leger in de jaren vijftig, de Culturele Revolutie in de jaren zestig en zeventig, en tot slot het nieuwe kapitalistische China dat de Tibetanen instantnoodles en nep-Coca Cola bracht.

Zonder de top te bereiken is Cognetti’s eerste non-fictiewerk en moet gezien worden als de hekkensluiter van het drieluik dat hij schreef over de bergen. Eerder verschenen de romans De acht bergen en De buitenjongen.

In Cognetti’s rugzak zit ditmaal de reisklassieker De Sneeuwluipaard  (1978) van de Amerikaan Peter Matthiessen (1927-2014), die nog steeds verkrijgbaar is in elke boekwinkel in de Nepalese hoofdstad Kathmandu. Met zijn reisgezelschap legt Cognetti een flink stuk af van de route die erin wordt beschreven, en hij herleest het boek onderweg, op zoek naar verwantschap en herkenning. Niet iedereen is fan van Matthiessens ‘hallucinante proza’: als Paolo zijn reisgenoot Nicola, met wie hij een tent deelt, er hardop uit voorleest, valt deze prompt in slaap. Bombastische inzichten en reisbeschrijvingen mogen dan niet aan zijn tentgenoot besteed zijn, Cognetti zelf is er dol op en vlecht ze met Zuid-Europese emotie door zijn reisverhaal heen. ‘Die puurheid strookte met de puurheid in mijzelf – dát was de gedachte waaraan ik vorm trachtte te geven: de wind, de beek, het licht en de rots waren van dezelfde materie als mijn bloed, mijn vezels en mijn organen, en brachten die net zo in trilling als de trom van de monnik mijn membranen had doen resoneren. Boem, boem, boem: hieruit besta ik, hieruit, hieruit. De bergen voerden me naar de essentie.’

Als de door hoogteziekte geteisterde Cognetti op 3.900 meter het dorp Saldang bereikt, beseft hij dat hij zich vlak bij de Chinese grens bevindt; op zo’n twintig kilometer ligt het Tibet dat niet meer bestaat. Als hij theedrinkt in het huis van de huisbazin op wier erf ze hun kamp opslaan, ziet hij tussen het vaatwerk, zakken rijst, pakjes instantnoodles, blikjes frisdrank en huwelijksfoto’s ook foto’s van de dalai lama staan, ‘alsof hij een oom was of een huisgenoot.’

Als hij zich omdraait, valt hem de muurgrote Chinese propagandaposter pas op: een computerimpressie van het Lhasa van de toekomst waarop de Tibetaanse hoofdstad ‘een soort Los Angeles in de bergen’ is geworden, met ‘wolkenkrabbers, snelwegen, parkeerterreinen en winkelcentra’.

Peter Matthiessen voorspelde in De sneeuwluipaard dat voedselschaarste de Tibetanen zou uitroeien, maar Cognetti verbetert hem: niet door de honger, maar door de rechtstreekse weg naar China ‘zullen de laatste sporen van een oude Tibetaanse cultuur verwaaien tussen het afval en de mobiele telefoons.’

In een volgend bergdorp, Dho, rijden jongens in leren jacks op motoren met over de speakers Indiase popmuziek. Een verbaasde Cognetti vraagt hoe die motoren hier in hemelsnaam aankomen. Gedemonteerd op de rug van muilezels, vanuit China. Waar rijden die jongens heen? ‘Nergens’, antwoordt de gids uit Oost-Nepal die Italiaans spreekt: ‘Aan het eind van het dorp houdt de weg op.’

Beeld De Bezige Bij

De schrijver is van slag: ook de Dolpo-regio is ten prooi gevallen aan de Chinezen.

Hier openbaart zich een gebrek van dit boek, een dieper inzicht in datgene wat voor Cognetti’s  ogen plaatsvindt: hij is de reiziger die hoopt op authenticiteit en traditie, en teleurgesteld is als die wereld niet meer blijkt te bestaan. Maar de actuele authenticiteit is juist het verlangen naar Red Bull, Bollywoodfilms, snelle motoren, Facebook en mobiele telefoons met 4G.

Bovendien: met deze reis naar een koninkrijk ‘dat niet meer bestaat, dat niemand van ons ooit nog zal kunnen zien’, viert Paolo Cognetti ook zijn eigen ‘afscheid van dat andere verloren koninkrijk, mijn jeugd’.

Maar wie hoopt de bestsellerauteur beter te leren kennen, wordt teleurgesteld. Dat hij van de bergen houdt, ofschoon hij last heeft van hoogteziekte, wisten we al. Er is geen sprake van een ware terugblik op zijn leven. Tussen neus en lippen door laat hij vallen dat hij in New York heeft gewoond en zittend op een pier in Brooklyn zeemansverhalen schreef, maar we komen niet te weten hoe hij terugkijkt op die beginjaren als schrijver. Ook rept hij niet over de invloed van zijn immense boeksucces, hoe hij tegenwoordig woont, leeft, met wie, en hoe hij zijn verworven literaire sterrendom combineert met een verstild bergleven tussen de alpen.

Aan het einde van zijn voetreis, afgedaald tot onder de drieduizend meter, laat hij eindelijk het warme douchewater weer over zijn lichaam lopen en geniet van ‘twee vingers dikke jakbiefstuk, gebakken bergaardappelen en een fles Australische rode wijn – gevolgd door een lange, eindelijk urenlange diepe slaap’.

De reiziger ten voeten uit: globalisering verpest onze reizen, behalve als we vinden dat we luxe verdiend hebben; dán zijn de geneugten van import van harte welkom.

Paolo Cognetti: Zonder de top te bereiken. Uit het Italiaans vertaald door Yond Boeke en Patty Krone. De Bezige Bij; 144 pagina’s; €18,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden