Boksersinstrument

Oog voor detail

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: werkhanden.

Foto RV

Nola Hatterman: Op het terras

1930, Olieverf op doek, 100 x 90 cm
Stedelijk Museum Amsterdam

Aan vermoedelijk het bekendste citaat in de sportgeschiedenis zit nog een staartje. Toen Muhammad Ali in 1974, voor zijn gevecht met George Foreman in Kinshasa, zijn toen al beroemde motto 'Float like a butterfly, sting like a bee' herhaalde, voegde hij er een tweede zin aan toe die rijmde, en die hem met al zijn sierlijke opschepperij een ware voorvader van de hiphop maakte. Het hele citaat: 'Float like a butterfly, sting like a bee, the hands can't hit what the eyes can't see.' Naast een van de mooiste metaforen voor de dansachtige vechtsport haalt Ali er hier ook zijn belangrijkste instrument bij: de handen. Of, nou ja, Foremans handen eigenlijk, want het zijn de handen van de tegenstander die missen wat de ogen niet kunnen vinden, vanwege dat zweven en steken van Ali.

Boksershanden zijn werkhanden. Het lichaam zweeft als een veertje over de vloer van de ring, even gewichtloos als een prima ballerina, de zwaartekracht wordt getrotseerd, de snelheid van de voeten en handen vormen een indrukwekkende dans. Maar het zijn die handen die het tegenovergestelde doen: de tegenstander ontregelen en raken tot de zwaartekracht hem naar de vloer trekt.

Nola Hatterman, een Nederlandse schilder die zich in haar latere leven in Suriname vestigde en daar vele kunstenaars opleidde, portretteerde in 1930 de handen van Jimmy van der Lak, een bokser die ook wel Lacky of Lucky genoemd werd. Lacky was een verschijning; een van de eerste Surinamers die hier carrière maakte, als tapdanser, acteur, en bokser. Als kelner in Scheveningen was hij zo geliefd dat zijn baas niet wilde dat hij een dag vrij nam, 'om bezoekers niet teleur te stellen'. Hij was in de Parijse revue begonnen, voor hij in Nederland kwam wonen. Hij leefde tot 1990, en zal Muhammad Ali vast bewonderd hebben. Lucky behoorde in Nederland tot de eerste zwarte boksers, samen met Battling Siki, die door Isaäc Israels geportretteerd en door Bep van Klaveren geprezen werd. Met Lacky liep het beter af dan met Siki, die hoopvol naar Amerika vertrok en daar door drugs en criminaliteit in 1925 aan een vroeg einde kwam.

De andere hand van Jimmy van der Lak in dit portret is gebald en schijnt symbool te staan voor zijn bokscarrière. Maar het is deze hand hier die het lijden van die sport verraadt. Lacky's vingers lijken aan elkaar gekleefd, het gewricht van zijn wijsvinger steekt knokkelig uit, terwijl de vingers zelf meer dan normaal naar buiten afwijken. Het lijken artritishanden, een typische boksers- (en kunstenaars-)aandoening. Het hele portret is aangrijpend in zijn koele helderheid, net als deze handen. Tot mijn verrassing las ik in het bijschrift dat het schilderij in opdracht van Amstel Bier is gemaakt als affichemateriaal, maar werd afgekeurd, mogelijk vanwege Lacky's huidskleur.

De kleuren van zijn hand zijn prachtig en eenvoudig: Hatterman schuift van diep bruin naar blauwgrijs en wit op de droge knokkels. Zo geïsoleerd deed het mij meteen denken aan het werk van Ina van Zijl, die de zwarte huid tot in de fijnste nuances viert met enorme ingezoomde details van voeten, vingers, gezichten en geslachtsdelen.

Hier zijn het de handen die zowel Lacky's kracht als lijden laten zien, het portret toont een ontspannen man, maar de spanning is opgeslagen in die knokkels en vingers. Een ode aan Ali's metafoor: zweef als een vlinder, steek als een bij.

Volg Wieteke van Zeil op Instagram: @artpophistory

Nola Hatterman: Op het terras Foto RV - Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Meer over