Boermans offert 'mooistinkende vleesklomp'

BEELDENDE KUNST..

Cataract: Richard Billingham, Günther Brus, Rineke Dijkstra, Ronald Ophuis en anderen, t/m 13 september in Stadsgalerij Heerlen, Catalogus 9,50 gulden.

Het zou uiteraard een smakeloze flauwiteit zijn geweest, maar toch, ter relativering van de bloedserieuze tentoonstelling had het geen kwaad gekund: dat Christus, zijn uit ivoor gesneden corpus genageld aan een kruis van ebbenhout en schildpadhoorn, rond één van zijn polsen een horloge had gedragen, een fragiel exemplaar desnoods, een uurwerkje dat voor de gelegenheid secuur was afgestemd op heel die precieuze verschijning van dat zeventiende-eeuwse devotiestuk.

Want zo, opgetuigd met alledaagse attributen, herinnert de theaterregisseur Theu Boermans zich de held uit zijn jeugd, de hoofdpersoon uit het passiespel, 'één van de mooiste toneelstukken die er zijn'. Boermans was er elke vier jaar getuige van, als de passie 'door honderen enthousiaste amateurs' in het openluchttheater werd nagebootst. En steeds weer sloeg 'het hoogtepunt' hem met stomheid: dat God , om de wereld te verlossen van het kwaad, zijn eigen zoon liet offeren!

Boermans, kind onder de katholieken, kon er niet omheen: 'Jezus Christus de zoon van God bestond voor mij echt, ook al had hij zijn horloge nog om. En toen hij aan het kruis werd vastgespijkerd, voelde ik mij korte tijd verlost van de mij omringende werkelijkheid - een overbuurman die mij verbood op straat te voetballen; een tante die mijn slechte rapportcijfers controleerde. Eigenlijk was ik het zelf die aan dat kruis overeind werd gezet. Ik was het zelf die de ogen ten hemel sloeg en verzuchtte: ''Heer, vergeef 't hen, want zij weten niet wat zij doen.'''

Dat met het ene offer het andere niet gespaard kon worden, het kwaad allerminst uit de wereld was verbannen en Jezus op toneel dan wel geloofwaardig kon zijn, maar 'als gipsen beeld' een weinig heilzaam object van aanbidding bleek te zijn, dat ontdekte Boermans later.

Na de dood van zijn buurman, die van het dak viel, en zijn tante, die ziek werd, ontwikkelde zich zijn zicht op 'het eindeloze bloedbad dat leven heet': het onderwerp van de thematentoonstelling rond 'het offer', die hij heeft samengesteld voor de Stadsgalerij in Heerlen.

De expositie Cataract ('grauwe staar, oogziekte veroorzaakt door vertroebeling van de ooglens') is een zelfportret, maar in zekere zin ook een dubbelportret: een bezoedeling van de Zielespiegel die de schrijver Harry Mulisch eerder liet zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Het liefst had Boermans, evenals Mulisch, uit de hele kunstgeschiedenis zijn keuze gemaakt; noodgedwongen - 'grote ondernemingen ter redding van de mensheid zijn altijd gedoemd te mislukken' - beperkt hij zich tot de twintigste eeuw, zij het ook dat die wordt ingeluid door dat vroegere kruisbeeld.

Boermans herinterpreteert Mulisch. Twee schilderijen van Zielespiegel hangen op Cataract, naast fragmenten uit toneelstukken: onheilsprofetiën van Werner Schwab, die moeten beklemtonen dat het destructieve portret van Arnulf Rainer en het bloeddoorlopen landschap van Anselm Kiefer niet zozeer afrekenen met de historische trauma's die Mulisch erin ziet (denkend aan de Tweede Wereldoorlog), maar allereerst het werk zijn van 'teleurgestelde Christenen', die weet hebben van het kwaad op dit moment en in zichzelf.

'Vandaag is er behoefte aan een offer, vandaag is het een madengevaarlijke tijd, d'r moet een vlees het bloed in, een mooistinkende vleesklomp, die op jou kan lijken, die jouw reusachtige eigenpijnen onder de aarde naar binnen kan sterven, een vet brokje vlees, dat je slechte eigenschappen aan het kruis nagelt.' Boermans laat niet na het Mulisch en ons in te peperen, aldus bij monde van Schwab, alsook via de gewelddadige doeken van Kiefer, Rainer en daarnaast bijvoorbeeld die van Hermann Nitsch.

Het werk van Nitsch, één van de Wiener Aktionisten die de schaduwzijde van het bestaan opzochten door zichzelf binnenstebuiten te keren en vervolgens te verven met hun eigen lichaamsvochten, domineert de expositie.

Zijn metersgrote Schüttbild (1982) beslaat een hele wand in het midden van de toonzaal, en doet derhalve dienst als decor voor de rest. Over het tweeluik, rood op wit, zijn liters verf gestort, uitgesmeerd en uitgelopen, letterlijk: met voetsporen van de kunstenaar zelf, de 'teleurgestelde Christen' die op deze manier zichzelf tot de eer der altaren verheft.

En indirect natuurlijk ook Boermans een beetje. De tentoonstellingsmaker en de kunstenaar bewijzen elkaar een dienst. In een filmsculptuur van Marijke van Warmerdam (Biljart, 1997) figureert Boermans zelf met lijf en leden. Hij staat roerloos aan de rand van een biljarttafel, keu in de hand, terwijl een witte bal, schijnbaar uit zichzelf bewogen, herhaaldelijk voorbij komt rollen. Op het ritme van de filmprojectie verstrijkt de tijd, ratelend, zelfs reutelend, zoals ook de titel van de expositie klinkt: Cataract, cataract, cataract.

Het leven knarst. Er valt, in olieverf vermengd met zand, een roetzwarte schaduw van Armando overheen (Vijandig Geboomte, 1977). En wanneer het er gladjes uitziet, kun je er donder op zeggen dat er toch van geen onschuld sprake is.

Als Boermans het er niet dik bovenop legt, doen de Chapman Brothers dat wel. In hun beeld van paspopplastic steken twee blote jongetjes hun tong uit, en die tongen, dat zijn piemels. Dus is hun spelletje dubbel zo blasfemisch, ofwel dubbel zo banaal: in het aanschijn van die arme Christus aan zijn kruis van schildpadhoorn en ebbenhout.

Wilma Sütö

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden