BOEKENPLANK ALS PODIUM

Warenhuis voor cultuur, educatie en recreatie, plek van het ‘Starbucks-gevoel’ of stijlvol instituut dat alle modegrillen overleeft: de bibliotheek beraadt zich op haar toekomst....

‘Iedereen moet hier een leuke middag kunnen doorbrengen’, zegt directeur Hans van Velzen over het nieuwe gebouw van de openbare bibliotheek in Amsterdam, de OBA. Hij wijst naar de jeugdafdeling beneden. In het theater kun je er luisteren naar bijvoorbeeld Peter en de Wolf. Wie een tijdschrift zoekt, kan een etage hoger kiezen uit 2.500 titels, te lezen op een van de lounge-eilanden die overal in de bibliotheek te vinden zijn, of in het leescafé La Place. Internetten kan op een van de 600 pc’s die op iedere etage rond het open middengedeelte staan. Wie daarna honger krijgt, gaat naar het panoramarestaurant van La Place op de bovenste verdieping, dat een magnifiek uitzicht biedt op de oude Amsterdamse binnenstad. Met een beetje geluk is er plek op het Jo Coenen-terras. Naast het restaurant ligt het Theater van ’t woord, waar als eersten Martin Bril en Bart Chabot zullen optreden. Beneden wacht de expositiehal – waar over een tijdje de Bestverzorgde Boeken liggen, een tentoonstelling die tot nu toe in het Stedelijk Museum werd gehouden. En de mediatheek, met zijn tachtig hip vormgegeven stoeltjes waarin naar muziek geluisterd kan worden.

En dan wil Van Velzen ook graag nog even wijzen op de honderdduizenden boeken op bij elkaar acht kilometer boekenplank. Je zou ze bijna vergeten.

Zaterdag, op 07-07-07, is de verhuizing van de OBA officieel een feit. Van het volledig uitgewoonde, oorspronkelijk als kantoor bedoelde gebouw aan de Prinsengracht naar het Oosterdokseiland, vlak bij het Centraal Station. Van 12 duizend vierkante meter naar 28 duizend. Rond het nieuwe gebouw wordt nog volop gebouwd. Om de paar seconden trilt de bibliotheek door het heien op ‘kavel 3’ ter linkerzijde, waar appartementen komen. Dat zal nog tot september duren. De buurman ter rechterzijde, het conservatorium, is bijna klaar. Daar weer naast staat het oude PTT-gebouw waarin het Stedelijk Museum tijdelijk verblijft. Aan de andere kant , een stukje verder richting Centraal, komen een hotel en kantoren. Het gebied waar een paar jaar geleden nog TPG heerste, de voormalige PTT, moet een volwaardig deel van de binnenstad gaan vormen.

Het is een prestigieus project, net als de bibliotheek zelf. De ogen van bibliothecarissen en architecten zijn scherp gericht op de nieuwe schepping van architect Jo Coenen. Is de grootste bibliotheek van Europa – ontworpen door de voormalige Rijksbouwmeester – een revolutionair voorbeeld? Kan deze aanpak de dalende ledentallen keren? In 2001 hadden de bibliotheken 4,3 miljoen leden, in 2005 waren het er 4 miljoen. De jeugd leent nog steeds evenveel boeken, maar volwassenen steeds minder.

De informatiefunctie van de bibliotheek staat onder druk door het internet met zijn zoekmachines, online encyclopedieën en gratis te downloaden films en mp3-tjes. Grotere boekhandels als Donner in Rotterdam en Scheltema in Amsterdam waren de bibliotheken voor met hun cafés en zithoeken. Ze volgen de wetten van de beleveniseconomie, zoals de marketinggoeroes Joseph Pine en James Gilmore die beschrijven in hun boek The Experience Economy: niet het product of de dienst, maar de met het product of dienst geassocieerde beleving staat centraal.

De meningen verschillen over hoe ‘de bibliotheek in de 21ste eeuw’ eruit moet zien. In Delft is een maand geleden DOK geopend, een gebouw met een opvallende glasgevel van architecte Liesbeth van der Pol, en een spectaculaire, kleurige inrichting van architect Aat Vos. Hij vindt de nieuwe OBA een gemiste kans, al kent hij het interieur nog niet. ‘Het oogt in elk geval zeer traditioneel. Dit was dé mogelijkheid geweest een volgende stap te zetten in de typologie, een kans om een bibliotheek als een warenhuis te maken.’

Want zo ziet Vos de bibliotheek van de toekomst: een aantal informatiewinkels voor cultuur, educatie en recreatie die samen functioneren als een warenhuis in de stad. Maar zijn collega Jeroen van Schooten van het bureau Meyer en Van Schooten, dat in Almere bouwt aan de nog te openen ‘Nieuwe bibliotheek’, trapt juist op de rem. ‘Een bibliotheek heeft noch het budget, noch de commerciële doeleinden om steeds omgetoverd te worden in een volledig andere sfeer. Je zou ook kunnen stellen dat de bibliotheek al zo lang bestaat dat hij zijn waarde heeft bewezen en al die grillen wel overleeft.’

Dat neemt niet weg dat in Almere iedere doelgroep een apart ‘winkeltje’ krijgt. En OBA-directeur Hans van Velzen erkent volmondig dat hij het standaardwerk over de beleveniseconomie heeft gelezen. In Delft zijn architectuur en interieur zelfs volledig ingezet om de bezoeker te verleiden. Aat Vos: ‘Het is de eerste bibliotheek waarbij elke boekenkast, elke plank zelfs, een presentatiemogelijkheid heeft.’ Want covers, zo weten ook de boekhandels, nodigen meer uit om boeken door te bladeren. En geven een mooier beeld, benadrukt Vos.

DOK is een fusie van de openbare bibliotheek, de cd-uitleen DiscoTake en het Kunstcentrum Delft. Het interieur is ontworpen door Aequo, het bureau van architect Vos. Het bureau richtte de afgelopen vijftien jaar ruim vijftig bibliotheken in. DOK zou volgens Vos wel eens een ‘turning point’ kunnen worden in de bibliotheekwereld. De begane grond doet denken aan een markt, met losse statafels waar je kunt internetten, grote schermen waarop steeds wisselende informatie verschijnt, en vrij in de ruimte geplaatste balies. Boven kun je in de bolvormige stoelen met ingebouwde boxen muziek luisteren, chatten aan een bar die eruit ziet als een enorme plak gatenkaas en podcasten in een ronde kamer met kunststof wanden waarin riet is meegegoten.

De boeken staan op thema gerangschikt en de inrichting is daar op afgestemd. Zo is er een aparte hoek met streekromans, historische romans en liefdesverhalen: een rood-roze ruimte waarvan de vloerbedekking is bedrukt met rozen. De striparena is knaloranje met een kleed in zebraprint. Tussen de boekenkasten met romans krijg je juist het gevoel dat je je in een huiskamer bevindt.

In niets lijkt deze bibliotheek nog op zijn voorgangers, waarvan de inrichting jarenlang werd verordonneerd door het zogenoemde ‘paarse boekje’. Aat Vos: ‘Toen ik in 1992 een ontwerp maakte voor het interieur van de bibliotheek in Den Haag, was het not done dat er werd nagedacht over de inrichting. Op de bibliotheekacademie werd nog gewerkt met dat boekje, waarin alle ruimtenormen, opstellingen, kastsoorten en vierkante meters stonden omschreven.’

Die tijd lijkt definitief voorbij. Sterker nog, volgens OBA-directeur Van Velzen is een verschuiving richting ‘retailconcepten’ onontkoombaar. De strategieën zoals supermarkten en kledingzaken die hanteren, zijn ook in de bibliotheekwereld doorgedrongen. ‘Alleen boeken op de plank zetten is niet voldoende. De presentatie is minstens zo belangrijk.’ Aan de boekenkasten in de OBA zijn stangen met vrolijke lampjes bevestigd, en op de kop van de kasten staan vitrines om al het moois uit te stallen dat de bibliotheek heeft. De bibliothecaris, gehuld in door mode-ontwerper Aziz ontworpen kleding, is er vanaf zaterdag ‘informatiebemiddelaar’. ‘De mensen willen meer, maar de bibliotheek moet ook wel’, zegt Van Velzen. ‘De grote transformatie die zich nu voltrekt is die van uitleen- naar verblijfsbibliotheek.’ Het ‘Starbucksgevoel’ noemt hij het wel, naar de keten van koffieshops.

Het belevenisdenken leverde hem overigens enkele indringende discussie op met Jo Coenen. ‘Belevenis?’ Coenen spuugt het woord er bijna uit. ‘Alsof de architectuur niet altijd al te maken heeft gehad met sociale en psychologische aspecten. En dat zou nu in handen komen van zogenaamde ‘belevenis’-specialisten? Dan word ik als architect nog meer buitenspel gezet, verbannen.’ Coenen benadrukt dat hij daarom de inrichting van de OBA zelf op zich heeft genomen, als ‘regisseur’.

Vergeleken met DOK zou je de OBA kunnen omschrijven als ‘zen’. Coenen: ‘Ik heb het gebruik van kleuren zoveel mogelijk tegengehouden, zoveel mogelijk getracht eenheid te behouden.’ Alle ruimten, de boekenkasten, het leer van de poefen, heeft hij in wit uitgevoerd, het hout naturel.

Met zijn opdrachtgever heeft Coenen ook ‘woorden gehad’ over het ‘retaildenken’. ‘Dat is allemaal het gevolg van de Hollandse exploitatiemanie. We hebben geen geld meer over voor onze openbare voorzieningen. Alles moet zichzelf zoveel mogelijk bedruipen. Als de exploitatie maar rond komt.’

De moderne bibliotheek is volgens zowel Coenen als Van Schooten juist een tijdloos gebouw: een hard gegeven dat de vluchtigheid van de media en de veranderlijkheid van een interieur kan weerstaan. De bibliotheek in Almere, die gecombineerd is met winkels, kantoren en woningen, wordt dan ook een robuust, enigszins monumentaal blok uit zwart beton. Van binnen wordt ze gestructureerd door een spiraalvormige route. Van Schooten: ‘Er is veel gesproken over wie de entree aan de beste zijde van het plein zou krijgen: wij of de winkels. Die discussie is gelukkig beslecht ten gunste van de bibliotheek. Want juist voor een stad in ontwikkeling als Almere is een sterk openbaar gebouw in het centrum belangrijk.’

Ook Liesbeth van der Pol wilde het openbare karakter van DOK benadrukken. Ze denkt dat de bibliotheek behalve een amuserende, informerende en educatieve rol, ook steeds meer een sociale functie zal gaan vervullen. ‘De mediatheek combineert nieuwe netwerken met een tastbare ontmoetingsplek. Daar is behoefte aan. In een gebouw kun je met elkaar doen wat je nu in je eentje op je kamer achter je laptop doet. De nieuwe bibliotheek is behalve een kenniscentrum ook een podium.’

In DOK is dat idee letterlijk tot uitdrukking gebracht. Midden in het gebouw is een enorme vide met een glasdak en een brede trappartij die uitmondt in het leescafé met podium. Tegen de achterwand van het toneel zal binnenkort een scherm gebouwd worden van 3 bij 10 meter: het ‘Agora storyboard of my life’. Iedereen kan er voor een bepaalde tijd een stukje oppervlak reserveren en daarop teksten, foto’s en filmpjes projecteren. Maar het podium zal ook als podium gebruikt worden voor schoolmusicals, lezingen van de GGD of gemeentelijke activiteiten.

Bestaat de bibliotheek als bewaarplaats van boeken over tien jaar nog? Jo Coenen heeft het zekere voor het onzekere genomen. ‘Zelfs de vloeren zijn flexibel. De modegevoeligheid kan in dit gebouw een plek krijgen. Maar ik denk niet dat het zo’n vaart zal lopen. De productie van boeken is groter dan ooit.’ OBA-directeur Van Velzen wijst fijntjes op de stille wens van de blogger. ‘Dat is mooi hoor, die stukjes op internet. Maar uiteindelijk willen ze er allemaal een boek van maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden