Boeddha Botje

Osamu Tezuka (1928-1989), de Japanse tekenaar die naar verluidt honderdduizend strippagina’s heeft volgetekend en daarom ook wel ‘de God van de strip’ wordt genoemd, was geen jaloerse god....

In het onlangs verschenen eerste deel krijgen we prins Siddharta Gautama alleen nog als baby te zien, want de hoofdrollen zijn weggelegd voor de brahmaan Naradatta, de slavenzoon Chapra en een paria die met dieren kan praten, Tatta. Dat een vertegenwoordiger van de laagste kaste over de grootste gaven beschikt is geen toeval, want Tezuka opent zijn epos met kritiek op de brahmanen, die het kastenstelsel hebben bedacht.

Terwijl hij subtiel gearceerde Himalaya-panorama’s in beeld brengt, schrijft hij: ‘De machtige brahmanen beschouwden zichzelf als de dienaren van de goden. De ellende die zij voor de Indiërs aanrichtten duurt tot vandaag voort.’ Het volk wachtte intussen op ‘een nieuwe leraar’ die zich verre zou houden van machtsmisbruik.

Meteen hierop volgt een scène die meer aan Walt Disney dan aan oosterse wijsheid doet denken. Een oude man valt uitgeput in de sneeuw en wordt na enige tijd besnuffeld door een vriendelijke beer, een elegante vos en een schattig konijn. De dieren besluiten eten voor de oude man te gaan zoeken om hem te redden. De beer vangt vissen, de vos vindt bessen, maar het konijn staat met lege pootjes. Als ze de man wakker hebben gemaakt en een kampvuurtje hebben gestookt, springt het konijn plotseling in de vlammen: hij biedt zichzelf ter consumptie aan.

Deze parabel keert later in het boek terug om de onzelfzuchtige leer van Boeddha te illustreren. Het Disney-achtige zit ’m vooral in de vormgeving, want Tezuka was sterk door de Amerikaanse tekenfilmer beïnvloed en introduceerde de grote, ‘westerse’ ogen in het Japanse beeldverhaal, waar ze inmiddels zijn uitgegroeid tot stijlkenmerk met hyperbolische afmetingen. Tezuka mengt bovendien tekenstijlen door elkaar en laat in een fotorealistisch landschap gerust een cartoony paard galopperen.

De curieuze combinatie van sacraal en profaan keert ook terug in de teksten, waarin hij zich grote vrijheden permitteert. Als Maya, de aanstaande moeder van Boeddha, met gevaarlijke kraamkoortsen in een draagstoel wordt gelegd en met spoed naar de vader wordt gebracht, zeven uren reizen verder, tekent Tezuka een rivier waar de dragers doorheen moeten waden. Daarbij zingen zij: ‘Berend Botje ging uit varen met zijn scheepje naar Zuid-Laren.’ De lezer trekt hogelijk verbaasd de wenkbrauwen op: het is misschien zenboeddhistisch bedoeld?

Joost Pollmann

Osamu Tezuka: Boeddha – deel 1: KapilavastoeVertaald door Gerard van BuurenUitgeverij Luitingh-Sijthoff; euro 16,95Vertaald door Gerard van BuurenUitgeverij Luitingh-Sijthoff; euro 16,95

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden