Analyse

Bob Dylan verkoopt zijn oeuvre voor een recordbedrag, maar niet aan het bedrijf dat de macht van de ‘majors’ wil breken

Bob Dylan. Beeld Getty
Bob Dylan.Beeld Getty

Wereldwijd is de laatste maanden een wilde handel in muziekrechten op gang gekomen, en dat zegt iets over de veranderende muziekindustrie. Wat is hier aan de hand, en van wie is de muziek eigenlijk?

Het zijn drukke tijden op de markt voor auteursrechten. Grote artiesten zijn bezig hun liedjes te verkopen voor duizelingwekkende bedragen. Zo haalde Bob Dylan in december het nieuws met het bericht dat hij zijn complete, ruim zeshonderd liedjes bevattende catalogus aan Universal had verkocht voor naar verluidt 300 miljoen dollar. Fleetwood Macs Stevie Nicks was hem al voorgegaan en Neil Young volgde een paar weken later, samen met nog een hitschrijver van Fleetwood Mac, Lindsey Buckingham.

Allemaal kregen ze bedragen tot in de honderden miljoenen uitgekeerd voor hun liedjes, de zogeheten publishingrechten, die losstaan van hun albumopnamen, de masterrechten die in handen blijven van hun platenmaatschappijen.

Vanwaar deze actie, en waarom juist nu en allemaal tegelijk? Dylan (79), Young (75), Nicks (72) en Buckingham (71) zijn niet meer de jongsten en wellicht wilden ze iets van hun erfgoed te gelde maken. Een appeltje voor de dorst voor zichzelf of hun nabestaanden.

Dat ze allemaal zo kort op elkaar hun deals sloten is niet zo gek: artiestenmanagers loeren voortdurend naar elkaar. Door de coronacrisis hebben artiesten al sinds maart vorig jaar niet meer kunnen touren, wat een enorme financiële aderlating moet zijn – ook voor artiesten als Dylan en Young, van wie vaak (te makkelijk) wordt aangenomen dat ze hun concerten niet meer voor het geld hoeven geven.

Generatiegenoot David Crosby (79) was er onlangs duidelijk over: de inkomsten uit optredens waren opgedroogd, platen verkocht hij nauwelijks, dus het enige wat hij nog te gelde kon maken waren de liedjes die hij had geschreven voor onder meer The Byrds en Crosby, Stills, Nash & Young. Of en hoe hij inmiddels een deal heeft gesloten, is nog onbekend.

Mogelijk gaat Crosby net als Neil Young in zee met de Britse, in muziekrechten gespecialiseerde firma Hipgnosis Songs Fund, die vier jaar geleden werd opgericht door Merck Mercuriadis (57). De topman van het beursgenoteerde bedrijf is al enkele jaren met groot succes bezig liedjes en liedcatalogi op te kopen. Dat deed hij tot voor kort nog enigszins in de luwte, maar sinds de deal van Universal met Bob Dylan zie je zijn naam overal opduiken.

Misschien nog wel belangrijker dan het gegeven dat Dylan voor honderden miljoenen zijn liedjes had verkocht aan Universal, was het feit dat hij ze níét had verkocht aan Hipgnosis. Dat zou naar verluidt een bod van 400 miljoen hebben uitgebracht, dat door Dylan werd afgeslagen. Als een van de weinigen koos Dylan niet voor Mercuriadis, de man die in interviews in onder meer The New York Times, Billboard en de Financial Times te kennen had gegeven dat wat hem betreft het hele businessmodel voor auteursrechten op de schop moest.

Te veel rechten worden volgens Mercuriadis nog altijd beheerd door dezelfde drie grote spelers in de muziekindustrie, de zogeheten ‘majors’ Warner, Sony en Universal. Die bezitten niet alleen de masterrechten (de muziek zoals die op lp en cd staat), maar zijn ook eigenaar van de bedrijven die de auteursrechten beheren. En dat doen ze niet goed, vindt Mercuriadis; ze hebben volgens hem te veel liedjes in hun beheer waar ze niets mee doen.

Stevie Nicks en Lindsey Buckingham van Fleetwood Mac. Beeld Getty
Stevie Nicks en Lindsey Buckingham van Fleetwood Mac.Beeld Getty

Met Hipgnosis wil hij dat anders aanpakken. Een nieuw soort ‘songmanagement’, dat meer is dan het wachten op de inkomsten die liedjes automatisch genereren door te worden gedraaid op radio, tv, YouTube en streamingdiensten.

De muziekindustrie is de laatste tien jaar dankzij streamingdiensten als Spotify en Apple Music financieel uit een diep dal gekropen. Consumenten willen weer betalen voor muziek en abonneren zich in steeds groteren getale voor een tientje per maand op bijvoorbeeld Spotify (dat per december 2020 155 miljoen betalende leden heeft).

Nieuwe toptracks worden soms door dezelfde liefhebber tientallen keren aangeklikt. In dat geval laten de songmanagers van Hipgnosis het niet bij streamsucces alleen, maar gaan ze ook actief op zoek naar nieuwe bestemmingen voor de liedjes: in reclamespotjes, films, Netflixseries en TikTok, de nieuwste hitmachine. Dat kost tijd, en die hebben de bestaande publishinghuizen niet voor hun liedjes.

Mercuriadis geeft bonussen aan auteurs, die zo meedelen in de winst, en belooft niet meer dan 150 duizend liedjes op te kopen, zodat het werkbaar blijft. Maar hij wil nog meer, en daar heeft hij de catalogi van grote namen voor nodig. En niet alleen van de boomers, maar bijvoorbeeld ook de catalogus van Shakira (44), die hij eveneens onlangs binnensleepte.

Want zijn belangrijkste doel is dat songschrijvers een groter aandeel krijgen in de koek die nu bijvoorbeeld bij streaming wordt verdeeld. Nu is het zo dat van elke dollar die er door streaming wordt verdiend, slechts 11,5 procent naar de songschrijvers gaat. 30 procent blijft bij de faciliterende techbedrijven (YouTube, Spotify) en 58,5 procent gaat naar de platenmaatschappijen, die hun artiesten daarvan uitbetalen.

Dat laatste percentage vindt Mercuriadis veel te hoog: zeker in deze tijd, waarin de echt grote hits van bijvoorbeeld Justin Bieber of Dua Lipa vaak meerdere auteurs en producers hebben, klopt die verdeelsleutel niet. Songcredits tellen soms wel zes namen, die allemaal moeten mee-eten van die 11,5 procent.

Daar wil Mercuriadis dus wat aan doen. En dat is precies waar zijn concurrentie bang voor is. Universal, Warner en Sony vinden de huidige situatie waarin ze zo’n groot deel van de opbrengst opstrijken prima, zeker als ze ook nog de songrechten zelf bezitten.

Het zal voor Mercuriadis dan ook niet makkelijk zijn om de huidige situatie te veranderen, maar hoe meer songschrijvers zich bij hem aansluiten, des te groter zijn machtsblok wordt. Dat lijkt aantrekkelijk, maar Bob Dylan heeft hij niet van zijn missie kunnen overtuigen. Maar waarom niet – dat antwoord is, zoals die decennia geleden al zong, ‘blowing in the wind’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden