BesprekingCd-Boxen

Blue Note-jazz en de hardste band ter wereld. Wij kozen de uitbundigste cd-boxen van het jaar

Beeld Studio V

De cd passé? Welnee. Dit zijn de fraaiste cd-boxen van het jaar volgens de Volkskrant-muziekredactie

Underworld: Drift Series 1

Dance, box met zeven cd’s, blu-ray en boekwerk.

Smith Hyde Productions/ Caroline; € 74,99.

Elke ochtend, elke dag van het jaar grijpt Karl Hyde een notitieblok en een luxe pen. Hij wandelt naar buiten. En op een bankje in het park of aan een tafeltje in een geschikte koffietent, waar ook ter wereld, gaat hij eerst wat om zich heen kijken, om vervolgens zijn springerige gedachten te noteren in vaak nogal raadselachtige dichtregels.

Sommige gedichten van Hyde vonden de afgelopen drie decennia onderdak in de muziek van de Britse danceband Underworld. Samen met producer Rick Smith bouwde Hyde vanaf begin jaren negentig aan een nergens mee te vergelijken oeuvre van poëtische dance. Een oeuvre dat gigantische hits opleverde als Born Slippy en albums vol club- en huiskamerdance, zoals Dubnobasswithmyheadman (1994) en Second Toughest in the Infants (1996).

De laatste jaren leek de albumenergie wat uit Underworld gevloeid. Karl Hyde ging samenwerkingen aan met andere artiesten en ook producer Rick Smith volgde zijn eigen weg. Drie jaar geleden verscheen nog een wat middelmatige plaat, maar Underworld werd beleefde vooral artistieke hoogtepunten als liveband die het oude werk steeds weer, in steeds andere volgorde in het zonnetje zette, op festivals en in grote, feestelijk shows.

Dat moest anders, vonden Hyde en Smith. In november 2018 begonnen zij een gewaagd nieuw project. Underworld wilde wekelijks een nieuwe, ambachtelijk in elkaar gesleutelde track uitbrengen, inclusief een bijbehorende film. Zo hoopte de band van een creatieve laagconjunctuur in een keer door te schieten naar de meest productieve periode uit zijn bestaan. De volgers van Underworld fronsten de wenkbrauwen. Als dat maar goed ging.

We zijn een jaar verder, en voor ons ligt de prachtig vormgegeven cd-box Drift Series 1, een verzameling met alle tracks die Underworld gedurende bijna een jaar maakte, inclusief de films op een bijbehorende bluray en een schitterend boek. Deze papieren bijlage bevat dagboekachtige notities van dichter Hyde, producer Smith en  filmmaker Simon Taylor, die eerder de vormgever was bij Underworlds designcollectief Tomato. Pagina na pagina kun je lezen hoe Underworld na een paar eerste, stressvolle weken in een creatieve roes belandde, die de ene na de andere geweldige track opleverde. Het kwam dus echt goed: de enorme collectie Drift Series 1 omvat het beste werk van Underworld in jaren, en daar heb je de bijgeleverde films eigenlijk niet eens bij nodig.

Op papier zijn de dichtregels van Karl Hyde nog altijd vaag. ‘Key, chain, souvenir snow shake, no cuts, no colour’, lees je in Universe of Can When Back. Het zal wel. Maar hoor je de pompende techno van Rick Smith onder de tekst, dan begint die voor je ogen te dansen. En als Hyde zijn mantra aanheft, in de climax van de song (‘We come from here, we come from here we come from’) beland je meteen in dat hypnotiserende discobollenuniversum van Underworld.

Het mooist van de lijvige reeks (het project ging zo goed dat Underworld na 38 weken besloot het nieuwe werk maar vast uit te geven) is de ongekende variëteit in de muziek. In Drift scheren we ook langs betoverende ambient (Briljant Yes That Would Be) en, in samenwerking met het trio The Necks,  live opgenomen jazz (A Very Silent Way). Zo is Drift een viering van een van de mooiste elektronische bands ter wereld en een verlossende blik in, volgens Underworld zelf, ‘the world of Underworld’.

Hoe het kan dat een bizarre, zelf opgelegde werkdruk tot zo iets moois kan leiden, weten Smith en Hyde zelf ook niet precies. Maar het geheim moet worden gevonden in de titel van het project, zeggen ze. ‘Drift’ is een term uit de autosport en staat voor het onder controle brengen van een bolide die uit de bocht dreigt te vliegen. Daar mogen we even over nadenken. (Robert van Gijssel)

Diverse artiesten, Blue Note Review Volume 2: Spirit & Time

Jazz, 4 lp’s, 1 cd, diverse drukwerken en foto’s.

Bluenotereview.com; € 200.

Een van de ontdekkingen die producer/bassist Don Was (67) deed toen hij in 2012 inging op het aanbod president te worden van het vermaarde jazzlabel Blue Note was dat deze platenmaatschappij een zeldzaam sterke merknaam had.

‘Iedere muziekliefhebber heeft meteen een beeld van de platenhoezen die Reid Miles in de jaren vijftig en zestig ontwierp. Alsof pianist Herbie Hancock, trompettist Lee Morgan en saxofonist John Coltrane tot dezelfde club behoorden waarin de luisteraars zich nog altijd goed thuis voelen.’

Met dat clubgevoel wilde Was iets doen, vertelt hij aan de telefoon terwijl hij in Los Angeles van de ene naar de andere studio rijdt, want ‘het beheren van onze catalogus is een belangrijke taak, maar het opnemen van nieuwe muziek misschien nog wel meer, wil Blue Note zijn status behouden’.

Was bedacht een concept waarin hij beide taken kon verenigen: nieuwe muziek presenteren, gecombineerd met het uitgeven van onbekender werk uit de duizenden titels bevattende catalogus. En dat alles in een onberispelijk mooie vormgeving. Twee delen zijn er inmiddels verschenen van Was’ geesteskindje Blue Note Review. Twee luxe cassettes op stoeptegelformaat met daarin op prachtig papier afgedrukte foto’s, in stevig karton gestoken platen en fraai verpakte cd’s.

Vorig jaar verscheen de eerste doos, Peace, Love & Fishing. Die alleen online op Bluenotereview.com te bestellen doos, met nieuw werk van saxofonisten Wayne Shorter en Charles Lloyd en een herpersing van het album Step Lightly (1963) van trompettist Blue Mitchell, was zo snel uitverkocht dat de oplage van het dit jaar verschenen tweede deel van 1.500 naar 2.000 werd verhoogd.

Spirit & Time heet de loodzware doos waarop volgens Don Was drummers centraal staan. ‘Als ik even tijd heb, ga ik met een stapel oude Blue Note-platen uit het archief in een studio zitten. Laatst had ik zes albums van drummer Tony Williams uit de jaren tachtig meegenomen. Ik kende zijn werk uit de jaren zestig met Miles Davis, maar dit was minstens zo goed.’

Tony Williams (1945-1997) werd de basis voor de tweede Blue Note Review-box. Was nodigde Brian Blade, Kendrick Scott en andere drummers van zijn label uit exclusief voor deze box werk van Williams op te nemen. Als bonus vulde hij een plaatkant met niet eerder uitgebrachte opnamen van Williams in Tokio uit 1982.

De nieuwe uitvoeringen zijn prachtig, vooral de Nigeriaanse Tony Allen excelleert met City Of Lights. De geluidskwaliteit van de twee vinylschijven waar het nieuwe materiaal op geperst is, is subliem, net als die van de cd met hetzelfde werk.

Enigszins onduidelijk is het waarom er geen albums van Williams zijn bijgevoegd, maar wel van vibrafonist Bobby Hutcherson (Patterns, 1980) en drummer Art Blakey (Africaine, 1979). Leuk dat hun wat minder bekende opnamen weer beschikbaar komen, maar waarom deze platen?

Was: ‘Het moest geen Tony Williams-box worden. Ik wil met de Review-serie onze veelzijdigheid benadrukken en platen uit onze catalogus lichten die wat minder voor de hand liggen. Wie zich voor zo’n toch dure box aanmeldt kent vast al veel, maar zo’n Blakey-album dat destijds twintig jaar op de plank bleef liggen is vast veel jazzcats ontgaan.’

Zo wil de Blue Note-baas met deze luxeboxen ook de echte jazzconnaisseur verrassen, ‘met een nieuw ensemble dat ze nog niet kennen of een plaat die ze mogelijk ontgaan is.’ De muziek in de box zal nergens anders te horen zijn, benadrukt Was. Ook niet via streamingdiensten. Kopers hebben iets exclusiefs in handen, met verzorgde boekwerkjes erbij en een aardigheidje, zoals dit keer een platenborsteltje. Maar er hangt wel een fors prijskaartje aan. (Gijsbert Kamer)

Motörhead: 1979

Heavy, 7 lp’s, 1  7-inch, 2 drukwerken.

BMG;  € 140.

In het pakweg veertigjarige bestaan van de Britse band Motörhead was 1979 het cruciale jaar voor het trio van zanger en bassist Lemmy Kilmister (1945-2015).

De band mag sinds decennia een iconische reputatie genieten (het befaamde bandlogo van Joe Petagno wordt nog steeds op zwarte T-shirts gedrukt), in de eerste jaren van zijn bestaan leek Motörhead verdoemd door de media. Lemmy was in 1975 dankzij overmatig drank- en drugsgebruik uit de psychedelische rockband Hawkwind gezet en formeerde een nieuw trio dat hij de naam gaf van zijn laatst geschreven nummer voor de band.

Na een valse start kreeg Hawkwind vorm in 1977 toen Lemmy in gitarist ‘Fast’ Eddie Clarke en drummer Phil ‘Animal’ Taylor de juiste partners had gevonden. Maar de pers wist er geen raad mee. Snoeiharde rock-’n-roll, die meer punk dan rock leek, gezongen door een niet meer zo jonge man met hippiehaar.

Pas toen in 1979 het tweede album Overkill verscheen, werd het langzaam duidelijk dat het Britse trio net als de Amerikaanse Ramones een unieke plaats innam in de popwereld.

De ratelende dubbele bassdrum van Taylor, de krachtige gitaarerupties van Fast Eddie, het meedogenloze trekken aan de bassnaren en de grauwende en grommende zang van Lemmy hadden een vorm gekregen die de band decennialang wist vast te houden.

1979 was het jaar waarin Motörhead echt doorbrak. De band bracht een half jaar na het baanbrekende Overkill het iets tragere maar meedogenloos harde Bomber uit en groeide live uit tot de hardste band ter wereld.

In Motörhead 1979, een gitzwarte doos met vinyl, buttons en boekjes  is alles verzameld wat nodig is voor een beter begrip van wat de band bijzonder maakte. De twee door Jimmy Miller geproduceerde studio-albums klinken dynamischer dan op eerdere persingen. En wie wil horen hoe de band in een half jaar tijd groeide, moet de twee dubbelalbums met live-opnamen achter elkaar opzetten. De opnamekwaliteit is misschien niet best, maar de energie is onontkoombaar.

Geleidelijk aan nam de waardering voor de band toe, wat goed te volgen is in het begeleidende boekje, dat is opgemaakt als het Britse muziekblad Melody Maker. Met Ace Of Spades zou Motörhead in 1980 zijn bekendste nummer uitbrengen. Maar de basis voor alles wat dat klassieke nummer onweerstaanbaar maakte, had de band al in 1979 gelegd. (Gijsbert Kamer)

Gong: Love From the Planet Gong

Pop, Virgin/ Universal; € 175.

13 cd’s, twee boekwerken, dvd.

Wat ging er in vredesnaam om in de hoofden van de bandleden van Gong? Hoe dieper je jezelf ingraaft in het werk van de Frans-Brits-Australische band, hoe meer je wordt meegesleurd in hun waanzinnige fantasywereld, die het muzikale equivalent lijkt van Tolkiens Lord of the Rings. Maar dan met stonede kabouters in plaats van hobbits.

Gong is zo’n band uit het verre popverleden waarvan je je al vaak had voorgenomen die eens grondig te gaan onderzoeken, maar waar het helaas nooit van gekomen was. Een raadselachtige band, met een enorme lijst deelnemende musici en een ondoorgrondelijk oeuvre. Tjonge, waar moet je beginnen? Hoe krijg je grip op dat razende, uit de bocht vliegende, hoogst psychedelische jazz- en progrockwerk, dat toch ook een beetje in Gongs hoogtijdagen bevroren lijkt?

De feestelijke cd-box Love From the Planet Gong is de perfecte instapverzameling voor latente maar nog niet helemaal ontwaakte Gong-liefhebbers. De verzameling omvat de albums die de bigband maakte voor platenlabel Virgin, en dus klassieke albums als Flying Teapot (1973), You (1974) en die ene beroemde plaat uit de platenkast van pa (of oma) Shamal (1976). Als bonus is de box volgestampt met live-opnamen en sessiewerk, en boekwerken met bandherinneringen en grappig krabbelwerk; droedels van bandleden, tekeningen van kabouters en vliegende theepotten. En natuurlijk foto’s, waarop de bandleden Daevid Allen, Steve Hillage en Didier Malherbe vaak ogen als kobolden van een andere planeet.

Maar wat een geniale muziek maakte Gong in die vroege jaren zeventig. Het is ondoenlijk hier alle tekstueel-inhoudelijke raadselen te duiden – de band maakte muziek over dolkomische interplanetaire avonturen, ingeblazen door dikke wietdampen. Gong begon eind jaren zestig in Parijs als psychedelische rockband, met wortels in de band Soft Machine. Maar dankzij de toetreding van  bandleden uit vele muzikale disciplines groeide Gong uit tot een wonderlijke muziekmix van rock, jazz en avantgardistische kunstmuziek, waarin met de kennis van nu zelfs ontluikende elektronische muziek te ontdekken valt. Steve Hillage, een van de drijvende artistieke krachten van Gong, vormde in de jaren negentig de trance-achtige danceband System 7, en in het Gong-album You hoor je al een voorloper van die psychedelische trance.

Laten we er één nummer uitpakken, om iets van de magie van Gong in woorden te vatten. The Isle of Everywhere van You begint als een elektronische meditatie rond spookachtige vrouwenstemmen. Dan zetten bas en drums een funky stuk rock in, met strakke en dwingende drumbreaks. Halverwege komt een lyrische sopraansax binnenzeilen, waarbij je ineens aan de jazz-fusion van Weather Report moet denken. En dan, na een minuut of zes, begint een waanzinnig mooie gitaarsolo die je aan de haren meesleept naar de finale. Ineens denk je aan het baanbrekende werk van Frank Zappa. Wat een fantastisch nummer. Het stuk komt in de box nog vele malen terug in live-uitvoeringen, en steeds klinkt The Isle of Everywhere compleet anders.

Gong was van grote invloed op de rock van de jaren negentig en nul, en dus zelfs de opkomende dance. Maar als je onderduikt in de dertien cd’s van deze magistrale box,  vergeet je je huiswerk te doen en lijnen te trekken naar al die namen en associaties die komen opborrelen.  Gong voert je mee naar een muzikaal droomland, waarin je weken kunt ronddwalen. (Robert van Gijssel)

Gene Clark: No Other

Pop, 1 lp, 1 7-inch, 1 blu-ray, 3 cd's, boek.

4AD/Beggars; € 160.

Bij een box als die van ex-Byrds zanger en gitarist Gene Clark (1944-1991), komt al snel het woord ‘overdoos’ in je op. Zo’n dure box waarin maar één album in meerdere versies is terug te vinden, is dat niet te veel van het goede?

Maar nee, in dit geval niet. Want het Britse 4AD heeft zijn best gedaan van de meest luxe versie van het heruitgebrachte album No Other (1974) van Gene Clark iets bijzonders te maken. Alleen al het bijgaande gebonden boek is prachtig. Dankzij het bijzondere fotomateriaal en de minutieuze uiteenzetting over de opnamen van Clark en zijn superieure verzameling sessiemuzikanten snap je beter waarom No Other een ‘vergeten meesterwerk’ wordt genoemd.

De psychedelische, met gospel- en soulkoortjes overgoten klanktapijten op de oorspronkelijke (op zilverkleurig vinyl opnieuw geperste) lp werden destijds niet enthousiast ontvangen. Platenbaas David Geffen vond slechts acht nummers voor zoveel dure studiotijd onaanvaardbaar en weigerde het album te promoten. En de pers vond de orkestrale opsmuk maar onzin. Binnen een jaar was het album geflopt en niet meer te koop.

Wie nu naar het vanuit de tenen gezongen, fraai georkestreerde Some Misunderstanding luistert, kan zich het onbegrip van toen maar moeilijk voorstellen. De twee niet eerder uitgebrachte versies van hetzelfde liedje zijn net iets anders maar minstens zo fraai.

Dat is het knappe. Samensteller Sid Griffin heeft van alle liedjes versies verzameld die allemaal op hun eigen manier de moeite waard zijn. Er wordt onwaarschijnlijk mooi en rijk gemusiceerd. Soul, gospel, country en psychedelica werden zelden soepeler samengesmeed. Na drie cd’s met alternatieve versies van de acht liedjes kun je je  voorstellen dat Gene Clark het floppen van zijn meesterwerk nooit te boven is gekomen. (Gijsbert Kamer)

Prince: 1999

Alles is perfect aan deze compacte box. De prijs/kwaliteit-verhouding is in orde en de muziek is ­subliem. Hard, droog en funky, zo klonk het meeste dat Prince in 1982 opnam voor zijn album 1999. De tientallen nummers die het dubbelalbum niet haalden, zijn voor het grootste deel geweldig. Turn It Up is een onweerstaanbare funkstamper. 

Prince: 1999 Super Deluxe Edition

Warner; € 80.

Steve Miller Band

Prince is niet de enige met een kelder vol muziek. Steve Miller heeft er ook één. De man met de wereldhits Fly Like an Eagle en The Joker opent zijn archief met een boekwerk (dat haast een biografie te noemen is), drie cd’s en een dvd. Het mooist zijn Millers de niet eerder uitgegeven eerste schreden op het bluespad. En natuurlijk de zéér alternatieve want superfunky versie van Fly Like an Eagle

Steve Miller Band: Welcome to the Vault

Universal; € 99. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden