Blote acteurs zitten elkaar uitgelaten na

Een laatste tango naar Bernardo Bertolucci door het Zuidelijk Toneel. Regie: Steven van Watermeulen. In: Toneelschuur Haarlem t/m 20 december....

MARIAN BUIJS

De film was destijds een geruchtmakend succes, Marlon Brando leek er zijn definitieve comeback mee te maken. Toch schockeerde Last tango in Paris in 1972 ook vanwege de onverhulde seksualiteit. Nu zouden we van zo'n film nauwelijks nog opkijken, maar het script fascineerde Steven van Watermeulen zo dat hij besloot het te bewerken voor het toneel.

In een leeg appartement vinden de heimelijke ontmoetingen plaats van een oudere man en een jong meisje. Hij is ontredderd na de zelfmoord van zijn vrouw en vlucht in deze heftige, seksuele relatie. Zij is nieuwsgierig en uit op sensatie. Anoniem moeten ze blijven, ze kennen zelfs elkaar naam niet. En afgesloten van de buitenwereld geven ze zich over aan hun lust.

Van Watermeulen kennen we als acteur bij het Zuidelijk Toneel waar hij nu de kans krijgt om ook zijn talent als regisseur te beproeven.

Met deze fragmentarische tekst doet hij dat vooralsnog in het spoor van de meester, Ivo van Hove: de spelers acteren uitzinnig, soms exuberant en gaan zonder merkbare gêne uit de kleren.

In de grote, lege ruimte wanen de man (Johan van Assche) en het meisje (Camilla Siegertsz) zich onbespied, maar in hun fantasie kijken ook de vriend van het meisje en de gestorven echtgenote van de man mee.

Die twee buitenstaanders zitten hier steeds op het toneel, zonder enige overgang komen ook zij telkens aan het woord. En vooral in het begin werkt dat behoorlijk verwarrend.

Bewust zet Van Watermeulen de toeschouwers tegen de vier wanden rondom de speelvloer. Ook wij zijn voyeurs, in het onbarmhartige TL-licht kijken we naar mensen die zich juist verbergen voor de buitenwereld. Telkens opnieuw dwaalt je blik af naar de overkant om te zien hoe men daar op al deze heftigheid reageert. Op die manier worden we ook voyeurs van elkaar.

De man en het meisje geven zich over aan uitbundige stoeipartijen, ze smijten met water en rennen in hun blootje als hondjes achter elkaar aan. Dat is allemaal reuze ongegeneerd, maar de aantrekkingskracht tussen die twee, waar het allemaal om gaat, wordt er niet duidelijker door. Pas als ze elkaar op meters afstand onbeweeglijk in de ogen kijken, wordt de lading tussen hen even voelbaar.

Dat roerloze moment is de enige winst van ruim vijf kwartier toneel. Natuurlijk, er wordt levensecht gelachen en gehuild. En als Siegertsz aan het slot alleen achterblijft, vernederd en verkracht, snikt ze hartbrekend. Aan overgave mankeert het niet, vooral bij haar, maar waarom laten al die emoties me dan zo koud?

Siegertsz is een onstuimig actrice en ook nu stort ze zich met een ongelofelijke energie in haar rol. Maar het blijven maniertjes, ik miste de stevige hand van een regisseur. En tussen de overige acteurs die veel kleiner spelen, heeft haar spel het effect van een fragmentatiebom.

Het lijkt alsof Van Watermeulen zijn spelers zo bewondert, dat hij ze omgeremd heeft laten improviseren. Hij heeft alleen vergeten hun invallen zo te doseren en richting te geven dat er een eenheid ontstaat.

Door zich letterlijk bloot te geven, suggereren de acteurs openheid. Maar hun spel is zo vormeloos en ze gaan zo op in zichzelf dat ze het publiek onbedoeld buitensluiten.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden