Bloed, zeep en water

Op de drempel ligt een dikke, donkerrode korst van opgedroogd bloed. Van de lichtbruine tegels in de gang loopt een spoor van gestold bloed naar de woonkamer, langs een houten tafeltje en eindigt bij het raam. Op de ­vensterbank onder het bijna volledig gesloten rolluik ligt een hoopje zwarte korsten.

‘Dit valt nog mee’, zegt René Janssen (55) terwijl hij aandachtig de woonkamer van een rijtjeshuis in het Limburgse stadje Landgraaf rondkijkt. ‘Gisteren waren we in een appartement waar een paar weken een lijk had gelegen. Op de galerij kwam de geur je al tegemoet.’ Janssen is door zijn werk als ‘crime scene cleaner’ aan dergelijke situaties gewend geraakt. Hij reinigt plaatsen waar ongevallen, zelfdodingen en moorden hebben plaatsgevonden of waar langere tijd een lichaam heeft gelegen. ‘Wij doen de klussen die ­andere schoonmaakbedrijven laten liggen, omdat zij het niet kunnen of niet willen.’

Janssen runt het enige schoonmaakbedrijf in Nederland dat aan crime scene cleaning doet. Met zijn 125 werknemers reist hij het hele land door. Het grootste gedeelte van de week zijn ze bezig met meer reguliere schoonmaakklussen, maar soms gaat Janssens telefoon om 2 uur ’s nachts en moet hij per direct naar een locatie. ‘Dan vraagt de politie bijvoorbeeld of ik acuut een ondraaglijke lijkenlucht van een plaats delict kan verwijderen, omdat ze zo niet aan het werk kunnen.’ Niet alleen de politie komt met zulke verzoeken, ook gemeenten, verzekeringsbedrijven en nabestaanden weten Janssen te vinden.

Er is in Nederland geen opleiding tot crime scene cleaner. Zelf kwam Janssen ongeveer vijftien jaar geleden met het vak in aanraking, toen hij een huis moest ontruimen waar een paar weken een lichaam had gelegen. Hij raakte direct geïntrigeerd door deze vorm van schoonmaken. ‘Ik merkte dat ik al mijn kunde en kennis moest gebruiken voor dit werk. Je bent op zo’n moment echt intensief bezig met je vak en dat prikkelde mij.’

Vanaf dat moment wordt Janssen vaker gevraagd een plaats delict op te ruimen, maar vanwege gebrek aan kennis lukt dit niet altijd zo goed als hij zou willen. Janssen besluit een crime scene cleaner in Los Angeles te vragen of hij een tijdje voor niets voor hem mag werken. Janssen: ‘Ik werd daar meteen in een woning gezet en kreeg een hamer en een beitel in mijn handen gedrukt. Iemand was door zijn hoofd geschoten. Daar stond ik dan op mijn eerste dag aangekoekte hersens van de muur te bikken.’

In de weken die volgen belandt hij van de ene macabere klus in de andere, maar zo ervaart Janssen het zelf totaal niet. ‘Ik liep rond op een roze wolk, ik was in de ban van dit werk. We werkten soms tien uur achter elkaar en dan waren we na afloop bekaf. Maar als alles wel helemaal schoon was, gaf me dat een goed gevoel.’

Zijn enthousiasme neemt hij mee terug naar Nederland, waar hij zes werknemers opleidt. Die heeft hij zorgvuldig geselecteerd, zegt Janssen. ‘Je moet het nauwgezet en precies op de juiste manier doen, en je moet niets vies of eng vinden.’

Vandaag laat Janssen twee van zijn schoonmakers, Roy Konings (35) en Roger de Jongh (39), een rijtjeshuis in Landgraaf reinigen. De bejaarde inwoner van dit huis kreeg enkele weken geleden een beroerte, viel vervolgens omver en liep daarna hevig bloedend over de benedenverdieping. Na een ziekbed van enkele weken is hij overleden. Hij kon in die periode geen tekst en uitleg geven, waardoor de politie niet kon uitsluiten dat er sprake was van een misdrijf. Janssen en zijn werknemers moesten drie weken wachten tot de woning werd vrijgegeven, waardoor het bloed óf ergens aan is vastgekoekt óf ergens is ingetrokken. De Jongh: ‘Je denkt bij dit soort bloedresten misschien dat je het met flink wat sop en water wegkrijgt, maar zo werkt het niet. Je hebt een speciaal schoonmaakmiddel nodig, op andere manieren vererger je de vlekken.’

De mannen lopen in witte beschermende pakken met capuchons, dragen dikke rubberhandschoenen en ademen in een mondkapje. De Jongh: ‘Als je met bloed en de restanten van overleden mensen werkt, kom je in aanraking met viezigheid en bacteriën. We beschermen ons zo volledig mogelijk.’

Het meubilair in de keuken en de woonkamer wordt opzij geschoven, waarna Konings begint met de bloedvegen op de keukendeur en De Jongh zich op de woonkamervloer stort. Tijdens het werk is de sfeer luchtig; de schoonmakers maken grappen en schrobben fluitend en neuriënd de bloedsporen van deuren en vloeren. De Jongh: ‘We zijn serieus wanneer het slachtoffer of een naaste van het slachtoffer in de buurt is, maar ik ben verder graag aan het fluiten, zingen of kletsen tijdens het werk. Ik ben nu eenmaal een vrolijk persoon.’ Zijn collega Konings denkt dat een ontspannen werksfeer essentieel is. ‘Je moet er het beste van maken en blijven relativeren, anders is het niet vol te houden.’

Dat is voor Konings, die nog maar een paar van dit soort klussen heeft gedaan, niet eenvoudig. ‘Je schrikt toch als je binnenkomt. Ik weet dat deze meneer in dit huis pijn heeft geleden, daar ben ik gevoelig voor.’ De Jongh herkent dat gevoel van zijn eerste klussen. ‘Ik vroeg me toen altijd meteen af wie het slachtoffer was en hoe het voor de nabestaanden was, waardoor ik niet goed kon werken.’ Tot er na een aantal heftige klussen een knop omging in zijn hoofd. ‘Op een gegeven moment lukte het om mijn verstand tijdens het werken op nul te zetten.’ Inmiddels ervaart hij vrijwel nooit meer een emotionele connectie met de betrokkenen, maar vervelende fysieke reacties heeft hij nog steeds. ‘Die weeïge lijkgeur blijft zo indringend, zo vies.’

Konings en De Jongh merken dat één thema hen niet loslaat: eenzaamheid. Ze zijn vaak bezig met het reinigen van huizen waar zonder dat iemand het wist enkele weken een lijk heeft gelegen. Konings: ‘Hoe is het mogelijk dat iemand zo lang thuis ligt zonder dat er iemand aan de bel trekt? Als er bij mij in de buurt een tijdje geen activiteit is rondom een huis, ga ik een kijkje nemen.’

Inmiddels is de woning in Landgraaf een stuk schoner. De tegels in de gang zijn weer lichtbruin, het bloederige spoor naar de woonkamer is weg en de vensterbank glanst. Janssen: ‘Dat vind ik het mooiste aan dit werk, dat de nabestaanden niet meer kunnen zien wat er is gebeurd als ze terugkomen. Dat is waar ik het voor doe.’

Lex de Bruijn

Vlekken op het witte doek

Het schoonmaken van plaatsen delict is een dankbaar onderwerp voor films. In Pulp Fiction wordt het vak door de charismatische ‘probleemoplosser’ Winston Wolfe als een stijlvol beroep neergezet en in de thriller Cleaner raakt schoonmaker Tom Cutler door zijn werk verwikkeld in een meeslepend mysterie. Misschien geeft het komische drama Sunshine Cleaning nog het beste beeld van het werk: het is moeilijk en mentaal zwaar, maar er kan soms ook gelachen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden