Interview

Bloed, paniek, een lijk: Sarah Waters vindt het heerlijk

Virtuoos, meeslepend en complex: zo is de zesde roman van Sarah Waters in Engeland getypeerd. In Londen vertelt de schrijfster hoe ze zich in De huisgenoten met duivels plezier heeft uitgeleefd op een moordplot.

Beeld Pal Hansen

De moord, zegt Sarah Waters halverwege het interview verontschuldigend: wat heeft ze daar een plezíer aan beleefd. Niet alleen omdat ze het verhaal na pakweg driehonderd traag uitgesponnen pagina's de vaart van een kanonskogel kon geven. Nee, het bloed, de paniek, het gesleep met het lichaam, het uitwissen van de sporen: ze vond het een genot om dat tot in detail uit te denken. In haar eigen huis staan, en het verhaal voor zich zien: hier moet het gebeuren. Een paar nerveuze passen zetten, trap op, trap af, naar buiten lopen, weer terug naar binnen. Ze heeft tijdens het schrijven zelfs even overwogen om een vriendin te vragen voor lijk te spelen, om zo authentiek mogelijk te kunnen beschrijven hoe zwaar het was om een dode te tillen. 'Ik heb het uiteindelijk toch niet gedaan. Mijn partner en ik hebben de afgelopen jaren genoeg huisraad verplaatst om te weten hoeveel pijn je lichaam doet na een dag sjouwen.'

Het is september in een klein aquarium ten kantore van Sarah Waters' uitgeverij Virago, in hartje Londen, drie weken nadat De huisgenoten in Engeland is uitgekomen. Waters, 48, spijkerbroek en T-shirt, kartonnen beker met koffie voor zich op tafel, ontvangt vandaag journalisten alweer. De interviews, boekpresentaties, lezingen en televisieoptredens rijgen zich aaneen: Engeland eerst, daarna Schotland, straks de Verenigde Staten en Canada, later dit jaar Nederland, Duitsland, Frankrijk.

Recensenten en lezers in eigen land zijn laaiend enthousiast over haar zesde roman, die unisono virtuoos, meeslepend en psychologisch complex wordt genoemd misschien wel haar beste boek tot nu toe.

Victoriaans Engeland

De huisgenoten speelt zich af in 1922 en vertelt het verhaal van Frances Wray, een ongetrouwde vrouw van 26. Ze woont met haar moeder in Champion Hill, een keurige wijk in Zuid-Londen. Haar broers zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog omgekomen. Haar vader, vlak na de oorlog overleden, heeft zijn vrouw en dochter door een domme belegging berooid achtergelaten. Hoe anders ziet hun leven er nu uit, toekomstloos eigenlijk: de bedienden zijn wegbezuinigd, Frances boent en kookt zich een slag in de rondte, de rekeningen kunnen amper worden betaald. Om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen, besluiten ze huurders in huis te nemen, en daar wandelt het pasgetrouwde echtpaar Lilian en Leonard Barber het verhaal binnen.


Dit wist ze een paar jaar geleden als eerste: dat ze na drie romans die speelden in het victoriaanse Engeland, en twee tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, over de jaren twintig wilde schrijven. Het was een tijd die ze kende als een aaneenschakeling van clichés: roaring twenties, hedonisme, jazzmuziek, vrouwen met bobkapsels, Brideshead Revisited en Downton Abbey. 'Daarover wilde ik niet schrijven. Ik was veel nieuwsgieriger naar het leven van gewone mensen. Hoe leefden zij? Ik doe altijd veel research voor mijn boeken en ik kwam tot de ontdekking dat de periode na de Eerste Wereldoorlog in Engeland veel minder hoopvol was dan ik had gedacht. Natuurlijk was er een enorme vooruitgang, alleen al technologisch, maar de mensen waren moe en uitgeput uit de oorlog gekomen. Veel gezinnen hadden een zoon of man verloren in de oorlog. En voor hen die wel terugkwamen was er vaak geen werk. Ik heb er de kranten uit 1922 op nagelezen: het ene conflict na het andere. Tussen de generaties, tussen mannen en vrouwen, tussen de sociale klassen.'


Tijdens de research schoot haar een verhaal te binnen waarover ze eens had gelezen: de zaak Thomson-Bywaters, echt gebeurd, jaren twintig. 'De zaak draait om een vrouw uit de lagere middenklasse, Edith Thomson, ongelukkig getrouwd. Ze heeft een jongere minnaar, droomt over een leven met hem, schrijft hem seksueel zeer expliciete brieven, ervan uitgaand dat hij ze zal verbranden, en speelt met het idee om haar man te vermoorden. Ik heb die brieven van Edith gelezen en de transcripties van de rechtszaak, en dat was een venster op het leven wat ik wilde beschrijven. Ik hoorde een stem die we in de geschiedenis niet zo vaak horen: van een amper geschoolde vrouw die graag boeken las en veel ontwikkelder was dan je zou verwachten. Ze wilde vooruit in het leven. Dat gegeven, van een gewone vrouw die zo borrelt van de emoties dat ze uit elkaar barst en hoe dat levens vernietigt. Dat intrigeerde me.'


Zelf herlas ze op dat moment Anna Karenina van Tolstoj. 'Ik stelde me voor dat Edith dat boek ook zou hebben gelezen. Dat ze het herkend zou hebben: zo'n grote, vernietigende passie. Vervolgens dacht ik: hoe zou het zijn om man, vrouw en minnaar te vervangen door man, vrouw en minnares? Wat zou dat doen voor het verhaal?'

Beeld anp

CV Sarah Waters

Sarah Waters (Wales, 1966) studeerde Engelse letteren aan de universiteit van Kent. Ze promoveerde in 1995 op de manier waarop in de victoriaanse literatuur werd omgesprongen met lesbische en homoseksuele liefde. Haar bevindingen verwerkte ze in 1998 in haar eerste roman, Fluwelen begeerte. Later volgden Affiniteit en Vingervlug, die eveneens spelen in de victoriaanse tijd. Alle drie de romans werden door de BBC verfilmd. Met De nachtwacht en De kleine vreemdeling maakte Waters een sprong naar de Tweede Wereldoorlog. Haar laatste roman bevatte, tot ongenoegen van een deel van haar lezers, voor het eerst geen lesbische personages. Waters werd drie keer genomineerd voor de Man Booker Prize: voor Vingervlug (2002), De nachtwacht (2006) en De kleine vreemdeling (2009). Ze woont samen met haar vrouw Lucy in Londen vlakbij Champion Hill, het decor van De Huisgenoten.

Liefdesverhaal

Hoe het in bijna zeshonderd pagina's van liefdesverhaal naar misdaadroman naar rechtbankdrama en weer terug gaat. Het eerste deel, zegt Waters, was het moeilijkste om te schrijven. Los van het feit dat ze, bij elk boek, worstelt met hoofdstuk vier ('De eerste drie hoofdstukken gebruik je om de karakters neer te zetten en elkaar te laten ontmoeten, maar in hoofdstuk vier moet het verhaal landen'), zat ze hier met een groter probleem: het liefdesverhaal moest traag op gang komen. 'Lilian is getrouwd, hetero en het is 1922. Misschien dat ze zich wel aangetrokken voelt tot Frances, maar ze begrijpt haar gevoelens niet. Bovendien staat ze een paar treden lager op de sociale ladder dan Frances en je hoeft er de literatuur uit die tijd maar op na te slaan: dat mengde helemaal niet. Als je de boeken van Virginia Woolf leest: de arbeidersklasse is voor haar als een ander ras. Dus nee, ze kunnen niet al in hoofdstuk twee met elkaar in bed belanden. Ik had daar helemaal niet over nagedacht toen ik met schrijven begon, maar toen ik me er bij had neergelegd dat ik rust in het boek moest toelaten, vond ik het heerlijk.'


Deel twee was een totaal ander verhaal. Een duivels plezier beleefde Waters aan het bedenken van de duizelingwekkende hoeveelheid plotwendingen, het opwerpen van morele vraagstukken: wanneer moet je de waarheid vertellen? Op welk moment gaat de veiligheid van de ander zwaarder wegen dan die van jou? 'Voor mij gaat dit boek over het goede doen in een gecompliceerde situatie', zegt Waters. 'Het gaat om keuzes maken en om alle emoties die daarbij horen: opwinding, angst, schuldgevoel.' Of de hoofdpersonen het goede doen in De huisgenoten daarover laat ze zich niet uit. 'Ik vind dat ze zich menselijk gedragen, vind je niet?'


Ze las de recensie die Lionel Shriver, de auteur van Big Brother, schreef over De huisgenoten, en waarin ze constateert dat met alle homoseksuele personages in boeken en films het taboe op homoseksualiteit is verdwenen, en dat historische fictie die verboden vrucht nieuw leven inblaast. 'Het is niet de reden dat ik historische romans schrijf', zegt Waters. 'Maar ik ben het met Lionel eens: de geaardheid van Frances en Lilian maakt de romance gevaarlijker, en hun liefde is een grote narratieve motor voor het verhaal. Het gekke is, en ik vond het leuk om daarmee te spelen: wij zien hun liefde wel, maar de buitenwereld niet. They were hiding in plain sight.'

Sarah WatersBeeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden