'Bling' in muziek en kunst: niet meer cool maar strontvervelend

Na tien jaar glamour en spektakel laat 2011 een kentering zien. De crisis komt hard, en ze komt nu. In het tijdsbestek van een jaar werd decadentie van celebritykunstenaars en artiesten strontvervelend.

Op Oudjaarsavond 2009 luidde rapper Jay-Z het nieuwe decennium in met de presentatie van het nummer On To The Next One. In de prachtige video in zwart-wit zweven beelden voorbij van Armand de Brignac champagne, de Jaguar XJ die pas een jaar later uitkwam en, verrassender, een diamanten schedel die overgoten werd met - ehm, was het melk?

Kunstenaar Damien Hirst was vast blij met zo'n beeldcitaat van zijn 100 miljoen dollar kostende For The Love Of God. Het werd nog een leuk nieuwjaarsfeestje. Jay-Z vierde het bij bevriende tycoon Roman Abramovich, toch zijn meerdere in banksaldo, op het eiland St. Barts. Het kostte zo'n vijf miljoen euro. Hiphop heeft zich bepaald doorontwikkeld sinds Public Enemy Don't Believe The Hype riep. Dat was 1988.

Geromantiseerd
De oorsprong van hiphop is inmiddels een geromantiseerd verhaal: muziek vanuit de stedelijke armoede, die op straat gemaakt kon worden, door iedereen. Rappen over ongelijkheid, en tegelijkertijd feesten en dromen van betere tijden. Die zijn gekomen. De rappers zijn verhuisd.

Ach. Hiphop ís bling, overdaad, onbegrensd hedonisme - aan dat beeld ben je inmiddels gewend geraakt.

Heel veel anders is het niet in die andere culturele uithoek: de hedendaagse kunst. Het is niet vreemd dat Damien Hirst in Jay-Z's video zit, of dat Kanye West over Hirsts galerist Larry Gagosian rapt. Dat ze elkaar tegenkomen op feestjes. De jetsetters onder de hiphoppers en beeldend-kunstenaars zijn opgegaan in hetzelfde grootverdienende kringetje. Ook in de beeldende kunst is het afgelopen decennium een bovenstroom dominant geworden van kunstenaars en handelaren voor wie het niet overdadig genoeg kan. Kunstwerken van platina en diamanten, beelden van goud, zoals Marc Quinns sculptuur van model Kate Moss in yogahouding (Siren, 2008), of de blinkende opgeblazen megasculpturen waarmee Jeff Koons paleis Versailles een nieuwe decadentie gaf.

Metale gat
Maar na tien jaar glamour en spektakel laat 2011 een kentering zien. De decadentie danst op haar laatste benen. Het mentale gat dat is gevallen tussen de celebrityrappers en celebritykunstenaars en de realiteit is enorm, en het publiek slikt het niet meer. Langzaam, maar zeker.

De tijdgeest gaat een andere kant op. Veelzeggend is de afgelopen woensdag verschenen plaat The Dreamer, The Believer van Common. Een rapper van formaat, al kon zijn populariteit nooit tegen die van de blingrappers op. Nu eist hij de eer van hiphop terug: When I drop a single, it's really like a pair of Air Jordans, important to the culture / if you ain't true to it, callate la boca (zwijg). Air Jordans? Geen Benz of Bentley? Gewoon, gympies? Dat hoor je niet vaak meer bij de rapelite. En dat is precies wat Common weer claimt: de aansluiting bij de realiteit.

Als je dweept met spullen, en dat hoort nou eenmaal bij rappers, doe het dan met dingen die binnen bereik zijn. Common slaat een bruggetje naar de tijd dat RunDMC hun Adidasschoenen bezongen (1986), Slick Rick z'n Kangolmuts (1985), en de Wu Tang Clan hun Clark's Wallabees (1993). De dingen die tof waren, en die je nog kon kopen ook, als je een beetje spaarde. Hiphop is weer one of us.
Dus wat is er gebeurd in 2011 dat Common nu doet roepen: the game need direction, I'm here to map it?

Verveeldheid
Gewoon verveeldheid met de overdaad, misschien. Joh, veel plezier met je bubbelbad vol champagne. Die grootverdieners in de kunst beginnen toch een beetje de trekken te krijgen van verwende kinderen die lopen te pochen met spullen die jij niet hebt. Nana-nanana, ik heb een ijsje. Leuk dat ze mekaar zijn tegengekomen, de blingkunstenaars, de galeristen en de hiphop-topdogs. Maar hun feestje is niet het onze.

Want hier is het crisis. Dat besef landde in 2011; dat iederéén potentieel wel eens overdonderd zou kunen worden door achteruitgang, dat armoede uit Thatchertijden daar wel eens bij zou kunnen verbleken. 2011 is het jaar dat meer mensen hun kerstpakketten afstaan aan de voedselbank in de buurt, en minder hun bijdrage inzetten voor de derde wereld.

Ze komt hard, die crisis, en ze komt nu. In het tijdsbestek van een jaar werd decadentie van celebritykunstenaars en artiesten strontvervelend.

Het is een mentale verschuiving die zichtbaar is in de details. Dat illustreert de anekdote rond een ogenschijnlijk onschuldige commercial die dit voorjaar uitkwam. Lancia presenteerde de nieuwe Ypsilon, een relatief bereikbaar (want kleiner) model van het verder zo chique automerk. In die commercial wordt gespeeld met overdaad en eenvoud, implicerend dat je beide krijgt met dit model.

Conclusie: luxe is een recht. Le luxe c'est un droit, zegt acteur Vincent Cassel, u weet wel, die de hoofdrol speelde in de film La haine. Uitgerekend die ene film over het uitzichtloze leven en de morele dilemma's van de jeugd uit de banlieues van Parijs, die toen in 1995 nog een gestaag tikkende bom waren. 'Dit is een verhaal over een samenleving die in een vrije val is geraakt', begint de film. Jusqu'ici, tout va bien, tot zo ver alles goed.

Lees het hele verhaal in de Volkskrant van vandaag.

For the Love of God van de Britse kunstenaar Damien Hirst. De schedel is bedekt met 8601 diamanten. Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden