Blindelings

Verrekijker voor een ooglap

Claudio Magris is een geleerde en een schrijver, maar voor de meeste Italianen is hij in de eerste plaats de onschatbaar erudiete en ernstige auteur van cultuurhistorische beschouwingen, een herdenker en een vermaner. Buiten Italië mag hij bovenal de bekroonde en bewonderde auteur van Donau zijn, het boek waarmee hij twintig jaar terug de mythe van Mittel-Europa tot in de onooglijkste hoeken kleur gaf.

Maar in Italië is hij bovenmeester en inspecteur ineen, een morele autoriteit die zijn gezag ontleent aan zijn bijna nurkse onafhankelijkheid en zijn peilloze belezenheid: 'intellectueel' is er niet synoniem aan 'misplaatst arrogant'.

Vanuit de verste uithoek van het land, Triëst, een stad waarvan geruime tijd niet heeft vastgestaan of zij eigenlijk wel bij Italië hoorde, schrijft hij ten minste eenmaal per week zijn beschouwing voor het dagblad Corriere della Sera, als hogepriester van de cultuurgeschiedenis, en er zijn weken waarin je je afvraagt of hij niets anders te doen heeft, weken waarin hij drie van die paginagrote stukken schrijft.

Zo persoonlijk en triëstijns als die stukken zijn, met het cultuurcolumnisme hebben zij niets te maken. Dikwijls laat de redactie van zijn krant ze al op de voorpagina beginnen. 'Drie vragen aan de minister van Financiën', luidde de kop boven zo'n stuk eens, toen Silvio Berlusconi nog het bewind over het Italiaanse kabinet voerde. Dan houdt, weten zijn lezers, dat kabinet collectief de adem in - en het verbaasde niemand dat die minister 's anderendaags prompt op de voorpagina van diezelfde krant aanwezig was met een stuk dat 'Drie antwoorden aan Claudio Magris' heette.

Het karakteriseert zijn toon, het tekent zijn positie: troonredes zijn het, profetieën die iedere stap de toekomst in begeleiden vanuit een diep historisch besef, pogingen 'de wereld te verklaren zonder haar te vereenvoudigen', zegt hij er zelf over. Die pogingen kunnen van zowat ieder punt vertrekken, een incident, een jubileum, een nieuw boek, een reis, een ontmoeting. Eens in de zoveel tijd bundelt hij ze; van de jongste selectie uit Magris' journalistieke werk, La Storia non è finita, 'De geschiedenis is niet ten einde', die vlak voor de jaarwisseling verscheen, moesten binnen enkele weken al drie drukken worden vervaardigd. Zijn essays zijn er, zegt hij, 'om iets wezenlijks onder woorden te brengen' en zij gaan daartoe 'bij iets anders te leen of zoeken daar beschutting bij'.

En altijd vanuit het besef van verlies, het verlies dat inherent is aan de geschiedenis, aan het verstrijken van de tijd. 'De Geschiedenis heeft me gekerfd met haar mes en ik blijk vol schrijnende littekens te zitten', schrijft Magris in zijn jongste, zojuist in het Nederlands vertaalde roman, Blindelings. In een bloemlezing uit zijn werk, die vijf jaar geleden, toen hem de Erasmusprijs 2001 was toegekend, benoemde de inleider van dat boek, Willem Otterspeer, het culturele, intellectuele en morele programma van de bekroonde treffend door het over 'Claudio Magris en de blauwe plekken van Europa' te hebben.

Dat verlies en die blauwe plekken hebben veel te maken met de plaats waar Magris geboren werd, Triëst, en het jaar waarin dat was, 1939. Weinig schrijvers zijn, in dit tijdperk van de transnationale literatuur , zo honkvast als hij. Alleen voor zijn studie germanistiek in Turijn heeft hij zijn stad enkele jaren verlaten, zoals hij veel later, om het land te redden, eenmaal per week de acht uur durende treinreis naar Rome aanvatte, waar hij in de jaren 1994-1996 als eenmansfractie in de Italiaanse Senaat zat, tijdens het eerste politieke mandaat van Berlusconi. 'Alsof hij een straf moest uitzitten', schreef een commentator over die periode, 'zelfs Trotski heeft nooit kunnen dromen van zo'n directe relatie tussen parlement en achterban', schreef hij er zelf over, 'want ik vertegenwoordigde niemand anders dan mijzelf.'

Maar overigens is Triëst hem groot genoeg, de wereld weerspiegeld in een uithoek op ee

n dorpel onder aan het hooggebergte waar de Latijnse, de Slavische en de Teutoonse werelden op elkaar botsen en langs elkaar schuren, als de tektonische platen van de aarde, de Karst. Hij gaat weliswaar vaak op reis - en bundelde zijn impressies van onderweg twee jaar geleden in L'Infinito viaggiare, het oneindige reizen -, maar niet zonder schuldgevoel. 'Ik ben dit jaar nog maar vijf dagen in Triëst geweest', zei hij onlangs, een tikje beteuterd.

Triëst, dat is de triëstinità, Italiaans levensgeluk met Oostenrijkse zwaarte en Kroatische slonzigheid. Over die dorpel, die sinds onheuglijke tijden een marktplaats met een haven is - de etymologie van de stadsnaam gaat terug op 'markt' -, trokken de Romeinen oostwaarts, de Barbaren westwaarts, de Venetianen naar de bosrijke gebieden van Istrië en Dalmatië om er het hout te halen dat zij voor hun schepen en beschoeiingen nodig hadden, en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie eigende zich haar toe als kade voor haar maritieme ambities.

Triëst, dat is Europa, het touwtrekken en bloedvergieten op een drempel. Geen wonder dat het Leitmotiv in Magris' werk de grenzen zijn, de grenzen die tot in het absurde aan het kruien en schuiven slaan, de grenzen die mensen definiëren en herdefiniëren, net zolang totdat zij er geen idee meer van hebben wie zij zijn.

Men 'minachtte die bastaards aan de kust die zo gemakkelijk van naam veranderden', staat er in Blindelings, 'die Dalmatische Kroaten met plotseling Italiaanse namen en die Italiaanse Dalmatiërs met Slavische namen die met hun naam en hun ziel kaatsten alsof het in de wind geroepen en verhaspelde woorden waren.'

Zo werd Capodistria, met gemak te zien vanaf de kades van Triëst, Koper, zo werd Fiume Rijeka, Spalato Split en Ragusa Dubrovnik, de tectoniek van de taal en de toponomie. Salvatore Cippico, een van de stemmen in Blindelings, wordt met evenveel achteloosheid Tore Cipico - en als de nood aan de man komt, stapt hij doodleuk weer terug in een andere taal, een andere naam, een andere identiteit.

In Donau doorkruiste Magris het maaswerk van grenzen, staatsgrenzen en culturele, van Mittel-Europa: de rivier, die zo onooglijk begint in een overlopende goot (of is het een lekkende kraan?), en die zichzelf verliest in een ragfijn aderwerk aan de Zwarte Zee, voedde een cultuur, alle taalverschillen en folkloristische variëteiten ten spijt. In Blindelings is het alsof hij ze met bravoure ontkent, op zoek als hij er is naar constanten, naar verbindingen, over de grenzen van staten, culturen en zelfs tijden heen. 'Nu ben ik aan het woord, is de beurt aan mij, een dweil die sinds onheuglijke tijden gebruikt is om de vloer van het ruim te poetsen en het vuil onder de nagels van de Geschiedenis weg te halen', laat hij een van de stemmen in dat boek zeggen.

Het is een adembenemende roman, een stemmenroman, waarin de bizarrerie van historische gebeurtenissen de toon zet. 'Niemand weet ooit waar een stem vandaan komt', staat er, 'met al die vragen die over elkaar heen buitelen, raken ook de antwoorden verstrikt.' Al eerder, in een essayistisch werk over het nihilisme in de moderne literatuur, De ring van Clarissa, boog Magris zich over het onzalige knagen van leegte, van gemis, van verlies, dat het moderne levensgevoel kenmerkt. Die ring komt uit Robert Musils hoofdwerk, Der Mann ohne Eigenschaften, en probeert dat gevoel te benoemen: de ring cirkelt om niets, terwijl je toch het gevoel hebt dat het om dat niets, de ruimte binnen de ring, gaat.

Blindelings is de virtuoze verbeelding van de ideeënwereld die in dat eerdere werk aan de orde kwam. En van de programmatische gedachte die uit de titel van nog een andere bundel essays van Magris spreekt, Utopie en onttovering: de utopie is in diskrediet geraakt, sedert de grote gebeurtenissen van de afgelopen kwarteeuw, die kleinere geesten er zelfs toe verleidden van 'het einde van de geschiedenis' te reppen. Maar hoe kaal is het leven zonder?

In Blind

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden